De Waanbeelden van de Hersenbank

Ik zat laatst in de auto toen ik een spotje hoorde van de Hersenbank. De hersenbank bleek bezig te zijn met een campagne om mensen zover te krijgen om vooral hun psychiatrische hersenen te doneren aan de wetenschap.

wat-gaat-er-nou-mis-met-mijn-brein

Een tekst van de website ‘We hebben hersens nodig’ (1)

Door mijn transformatie naar actieve ‘gezinsman’ heb ik de laatste jaren minder tijd gehad voor het werken aan Psychose Anders, maar deze campagne kon ik toch niet zomaar onbesproken de revue laten passeren. Het zal de trouwe lezer niet verbazen dat de denkbeelden die de basis vormen voor deze benadering mijn nekharen overeind lieten komen. In deze bijdrage een blik op deze campagne en de hersenbank vanuit een psychose-anders perspectief.

Als je op de site van de campagne kijkt (1), zie dat je er allerlei mensen praten over wat zij psychiatrische ziektes noemen. Myrthe van der Meer (schrijfster van de boeken PAAZ en UP) doet ook mee aan deze campagne. Zij vraagt zich af wat er nou eigenlijk mis is in haar brein op de momenten dat ze denkt dat ze kan vliegen, of toen niemand mocht weten dat ze dood wilde.

myrthe-van-der-meer-wat-gaat-er-nou-mis-met-mijn-brein

Myrthe van der Meer: Wat gaat er nou mis in mijn brein?

De Hersenbank, en daarbinnen de speciaal op psychiatrie gerichte (Hersenbank voor de Psychiatrie, 2) vertellen op hun website de achtergrond van hun onderzoek. Kort gezegd komt het erop neer dat zij denken in de hersenen iets te kunnen vinden wat de oorzaak zou zijn voor zogenaamde psychiatrische aandoeningen.

Na vele drukken DSM, en vele decennia aan psychiatrische ‘ziekten’ is het schijnbaar nog altijd niet gelukt om steekhoudend zoiets als ‘schizofrenie’, ‘ernstige depressie’, een obsessief-compulsieve stoornis, een bipolaire stoornis of wat dan ook te vinden in de hersenen. Je zou daaruit de conclusie kunnen trekken dat er misschien ook wel gezocht wordt naar iets dat niet werkelijk bestaat, maar je kunt ook denken dat je als je goed zoekt het uiteindelijk wel zult vinden.

Ik zou overigens de laatste zijn om te ontkennen dat er wel iets kan veranderen in de hersenen van mensen met bepaalde diagnoses, maar dan wel vooral door de effecten van de medicatie op de hersenen. Het drieluik dat ooit eens is geschreven door Sharon van Haren op deze site is hierbij zeer verhelderend (3, 4 en 5). In deze artikelen wordt de Amerikaanse psychiater Peter Breggin aangehaald die stelt dat juist door de effecten van hersenbeïnvloedende medicatie zoals anti-depressiva en anti-psychotica dingen veranderen in de hersenen.

Hij spreekt over het verschijnsel dat hij ‘intoxicatie anosognosia’ noemt, wat staat voor het niet kunnen herkennen van de schadelijke mentale effecten van psychoactieve middelen en de bijkomende neiging hun positieve mentale effecten te overdrijven: mensen ervaren allerlei vreemde zaken na het innemen van psychofarmaca, maar denken vooral dat het met hun ‘ziekte’ te maken heeft.

Hij stelt zelfs dat hersenbeschadiging het voornaamste therapeutische effect is van psychiatrische medicatie (3). Met andere woorden: de kalogo-nederlandse-hersenbank-voor-psychiatriens is groot dat de hersenbank afwijkende hersenen kan gaan vinden bij mensen die al vele jaren lang dit soort hersenbeschadigende medicatie tot zich nemen. Als hersenonderzoeker zou je dan kunnen gaan juichen omdat je een ‘ziekte’ hebt gevonden, maar je kunt ook vooral zorgelijk constateren dat je slechts het effect van psychiatrische middelen op gezonde hersenen hebt kunnen aantonen. Dit soort hersenbeschadigingen worden ook uitvoerig genoemd in het onderzoek van Breggin (3).

Binnen het kader van Psychose Anders wordt niet ontkend dat het leven soms erg pittig en voor sommigen eigenlijk te pittig kan zijn. Ook zijn er vele manieren waarop mensen kunnen omgaan met deze uitdagingen die het leven kan aanreiken. Mijn favoriete metafoor is die van de pianist die een prachtig stuk op een piano speelt. Hierbij staat de pianist voor de geest en de piano voor de hersenen. Als de muziek die gespeeld wordt niet helemaal lekker klinkt, kun je aan twee dingen denken: degene die de piano speelt heeft niet veel ervaring met pianospelen, of er is iets mis met de piano.

Binnen Psychose Anders wordt vooral ingezet op de eerste geestelijke benadering: hoe kan de geest getraind worden via oefening, inzichten om beter te leren pianospelen (leven). De tweede benadering is erg populair binnen de psychiatrie, binnen onze samenleving en binnen de groep wetenschappers die eigenlijk niet echt geloven in een geest die hersenen bespeelt. In die zin zou je kunnen zeggen dat de campagne om hersenen te verzamelen het ultieme voorbeeld is van een materialistisch wereldbeeld, waarin bewustzijn niets anders is dan het tijdelijke resultaat van hersenactiviteit. Afwijkende gedachten of gevoelens moeten dan het resultaat zijn van afwijkende hersenactiviteit of  van een of andere genetische afwijking. Wellicht ontdekken we later dat dit een waandenkbeeld blijkt te zijn geweest.

Het is voor mensen die worden geconfronteerd met de vreemde sprongen die een geest in het nauw kan maken ook veel aantrekkelijker om de piano de schuld te geven, omdat het veel lastiger en moeilijker is om je te openen voor de mogelijkheid dat je piano misschien wel helemaal goed werkt, maar dat je wellicht kunt leren wat minder angstig, met meer humor en liefdevoller te leren spelen. Wat ook zeker niet makkelijk is in een wereld waar vaak wat rommelige muziek wordt gespeeld.

Het idee dat je piano kapot is, stimuleert iemand natuurlijk niet om eens goede pianoles te gaan nemen. In die zin kan de campagne van de hersenstichting ook schadelijk zijn omdat ze mensen laat geloven dat er waarschijnlijk toch iets fundamenteels mis is met hun brein, iets waar buiten wat medicatie niet veel aan te doen is.

NOTEN
(1) http://wehebbenhersensnodig.nl
(2) Nederlandse Hersenbank voor de Psychiatrie (http://www.nhb-psy.nl/)
(3) https://psychoseanders.wordpress.com/2011/01/25/het-betoverende-effect-van-psychiatrische-medicijnen-deel-i/
(4) https://psychoseanders.wordpress.com/2011/03/23/het-betoverende-effect-van-psychiatrische-medicijnen-deel-ii/
(5) https://psychoseanders.wordpress.com/2011/03/23/het-betoverende-effect-van-psychiatrische-medicijnen-deel-iii/

Advertenties

Kraambedpsychose: geven nieuwe inzichten antwoord op oude vragen?

Hieronder volgt een artikel van Roos, die zelf ook een kraambedpsychose heeft meegemaakt. Zij is ook via de contactpagina te bereiken.

‘Overweldigend, de meest mooie en bijzondere gebeurtenis van mijn leven’. Woorden schieten tekort om het gevoel te beschrijven dat er door je heen gaat als je pasgeboren baby na de bevalling voor het eerst in je armen ligt. Dit is voor iedere ouder zo’n ongelofelijk bijzonder, ontroerend en emotioneel moment. Als kersverse moeder is alles in je erop gericht om zo goed mogelijk voor dit nieuwe schepseltje te zorgen en het te omringen met liefde. Toch kan dit ontsporen, zoals bij een kraambedpsychose het geval is.

Uit persoonlijk archief

Uit persoonlijk archief Roos

De moeder verliest dan de grip op zichzelf en haar omgeving. Dit kan er in het meest ernstige geval zelfs toe leiden dat de moeder in zo’n vreemde bewustzijnstoestand verkeerd dat ze niet meer weet wat ze doet en zichzelf of haar kind iets aandoet. De vraag is, hoe kan dit gebeuren? Welke processen spelen hierbij een rol? Hoe kan een gezonde vrouw tijdens de kraamtijd plotseling zo ‘ziek’ worden?

In het Erasmus MC in Rotterdam wordt al ruime tijd onderzoek gedaan naar kraambedpsychosen. Zij zoeken de oorzaak in een ‘ontstoken brein¹’, veroorzaakt door een verstoorde immunologische reactie. Op de website van het Erasmus² wordt in een persbericht heel stellig beweerd dat een ontregeld immuunsysteem een kraambedpsychose triggert. In het artikel³ waar het persbericht naar verwijst is er meer nuance en wordt het genoemd als mogelijke hypothese. De onderzoekers vergeleken vrouwen met een kraambedpsychose met gezonde vrouwen en met gezonde vrouwen die pas bevallen waren.

Bij vrouwen met een kraambedpsychose vonden ze afwijkingen in de gen-expressie van een bepaald type afweercel (monocyten). Simpel gezegd: bij alle zwangere vrouwen staat het immuunsysteem anders afgesteld om ervoor te zorgen dat ze hun baby niet afstoten. Na de bevalling wordt het immuunsysteem weer ‘gerest’ naar de oorspronkelijke toestand. De hypothese is dat er bij een kraambedpsychose iets mis gaat in het ‘resetten’ van het immuunsysteem waardoor het immuunsysteem allerlei ‘ziekmakende’ processen in gang zet in de hersenen die op hun beurt leiden tot een kraambedpsychose.

Als ervaringsdeskundig leek (nou ja, niet helemaal ‘leek’, ik werk zelf ook in het wetenschappelijk onderzoek binnen de psychologie) vind ik het moeilijk om de afwijkingen in monocyten te interpreteren en al helemaal om de link te leggen naar hersenfuncties en neurotransmitters. Neurotransmitters zijn stoffen in de hersenen die betrokken zijn bij de signaaloverdracht tussen zenuwcellen en waarvan verondersteld wordt dat deze ontregeld zijn bij een psychose. De link tussen het immuunsysteem en de verschillende processen in de hersenen wordt nog niet gelegd in het artikel en is misschien meer iets voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek.

Toch is dit wel nodig om tot een dieper inzicht te komen over hoe verstoringen in het immuunsysteem zouden kunnen leiden tot verstoringen in de hersenen, die op hun beurt weer zouden kunnen leiden tot een kraambedpsychose. Hier spelen nogal wat aannames. Zo is de relatie tussen hersenen en geest niet 1 op 1: verstoringen in de hersenen leiden niet altijd tot ernstige afwijkingen in het denken en handelen en ernstig afwijkend denken/handelen is lang niet altijd herleidbaar tot afwijkingen in de hersenen.

Daarnaast hoeft de relatie tussen hersenen en geest niet causaal te zijn (of eraan gelijk te staan, als in ‘wij zijn ons brein’). Dit model (causaal: hersenen veroorzaken geest of gelijk: geest is niets meer dan hersenprocessen) is dan wel gangbaar in de in de medische wetenschappen maar er zijn er ook andere relaties denkbaar, zoals beeldend uitgedrukt in de metafoor van de pianist (geest) die de piano (de hersenen) bespeelt.⁴

Hersenen - afbeelding afkomstig van (11)

Hersenen – afbeelding afkomstig van (10)

Het feit dat het immuunsysteem vaker ontregeld is bij vrouwen met een kraambedpsychose is op zichzelf heel interessant. Toch gaat het te ver om dan te veronderstellen dat een kraambedpsychose dus wordt veroorzaakt door verstoringen in het immuunsysteem na de bevalling of dat dit het laatste zetje is voor vrouwen met een genetische kwetsbaarheid voor een kraambedpsychose. Het verklaart bijvoorbeeld niet waarom een kraambedpsychose vaker voorkomt bij vrouwen na hun eerste bevalling en minder vaak bij vrouwen na een tweede of derde bevalling.

Ook is er een geval gerapporteerd waarbij een vader wordt beschreven met een kraambedpsychose, waarbij het ‘resetten’ van het immuunsysteem medisch gezien geen enkele rol kan hebben gespeeld⁵. Daarnaast is het belangrijk om te vermelden dat niet iedere vrouw met een kraambedpsychose ook daadwerkelijk afwijkingen in het immuunsysteem heeft. Verder kan het verband tussen het immuunsysteem en een kraambedpsychose natuurlijk ook andersom zijn.

Een kraambedpsychose roept zo veel stress op dat dit leidt tot een ontregeld immuunsysteem. Het eerste symptoom van een kraambedpsychose is ernstig verstoorde slaap. Slaap heeft zelf ook een groot effect op het immuunsysteem en op de genexpressie⁶. Dit maakt de relatie tussen slaap en een kraambedpsychose ingewikkeld: het is onduidelijk of verstoorde slaap een oorzaak kan zijn van een kraambedpsychose of dat slaap het eerste symptoom is van een ‘ziekmakend’ proces dat al aan de gang is (zie Sharma & Mazmanian, 2003 voor een review⁷ over dit onderwerp). Kortom, de relaties tussen alle verschillende processen zijn nog verre van duidelijk.

Ik kan zelf natuurlijk niet letterlijk in mijn eigen hoofd kijken, maar weet wel wat er in mijn eigen geest gebeurde toen ik zelf een kraambedpsychose had. Ik heb dit beschreven in een ervaringsverhaal⁸ op de website van Karin den Oudsten⁹. Karin heeft een heel mooie en goed leesbare website gemaakt voor alle vrouwen die dit hebben meegemaakt, hun omgeving en andere geïnteresseerden. Zo kunnen zij ervaringen delen en duidelijke informatie lezen over het ziektebeeld.

Boven de Box - uit persoonlijk archief Roos

Boven de Box – uit persoonlijk archief Roos

Op die manier haalt zij het fenomeen kraambedpsychose uit de taboesfeer en brengt het op een eerlijke, openhartige en goede manier onder de aandacht: het kan immers iedereen overkomen. Ieder verhaal is dan ook weer uniek, en iedere vrouw geeft ook weer een andere betekenis aan wat in de eigen beleving de oorzaak was voor de kraambedpsychose. De ene vrouw wijt het aan hormonen of meer recent aan het immuunsysteem, de ander misschien aan een zeer zware bevalling, het weinig steun ervaren, de overweldigende ervaring van een geboorte en het enorme moedergevoel van verantwoordelijkheid voor zo’n klein schepseltje.

Wat betreft verklaringen haakt Karin op haar website vooral aan bij het onderzoek van het Erasmus. Op dit moment doet het Erasmus dan ook onderzoek hiernaar dat internationaal toonaangevend is. Ik blijf het zelf ook volgen, zij het met een wat kritischere blik.

Uiteraard heb ik zelf ook mijn een eigen hypothese. Ik denk dat je na een bevalling heel erg ‘open’ staat om alle signalen van je pasgeboren kindje in je op te nemen en je geestelijk en lichamelijk geheel af te stemmen op je pasgeboren baby. Dit is een normaal, mooi en gezond proces, maar kent een keerzijde. Je bent als het ware veel ‘gevoeliger’ voor allerlei signalen, je ziet, ruikt, proeft, hoort dingen die je anders niet zou waarnemen; je aandacht is enorm verscherpt.

Dit is een soort hyper-alerte toestand die evolutionair natuurlijk belangrijk was om de veiligheid van de pasgeboren en kwetsbare baby te waarborgen. Deze toestand kan ontsporen door slaapgebrek. Dit slaapgebrek maakt je dan ook nog eens extra labiel en emotioneel. Toch ‘mag’ je aandacht niet verslappen omdat je de zorg hebt voor een kwetsbare baby. Dit leidt ertoe dat je niet meer echt tot rust kan komen. Je bent dus wel moe, maar door je enorme moederinstinct pep je jezelf steeds zo enorm op dat je dat niet voelt.

De vicieuze cirkel van slaapgebrek en hyperalert zijn kan dan tot een psychotische ontregeling leiden (kraambedpsychose) waarin je de grip verliest op jezelf en je omgeving. En daarin zullen het immuunsysteem, de hormonen en de genen vast een rol spelen en interacteren. En daarnaast hebben natuurlijk ook de omgeving en achtergrond van de moeder een effect op het beloop van een kraambedpsychose. We weten een klein beetje meer, maar echte antwoorden hebben we nog niet.

Voetnoten

  1. Het ontstoken brein, uitzending van Labyrinth, 7-11-2012 [link].
  2. Archief persberichten Erasmus [link].
  3. Bergink, V., Burgerhout, K., Weigelt, K., Pop, V. J., de Wit, et al (2013). Immune system dysregulation in first-onset postpartum psychosis. Biological Psychiatry, 73, 10000-10007 [link].
  4. Engelstalig Youtube filmpje over ‘the materialist and the mind’ [link]. Zie ook Hoe de Geest zich via de Hersenen Verruimt 
  5. Shahani, L. (2012). A father with postpartum psychosis (2012). BMJ Case Reports, doi: 10.1136/bcr.11.2011.5176 [link].
  6. Moller-Levet, C. S., Archer, S. N., Bucca, G., Laing, E. E., Slak, A., et al (2013). Effects of insufficient sleep on circadian rhythmicity and expression amplitude of the human blood transcriptome. PNAS, 110, 1132-1141 [link].
  7. Sharma, V., & Mazmanian, D. (2003). Sleep loss and postpartum psychosis. Bipolar Disorders, 5, 98-105 [link].
  8. Ervaringsverhaal ‘voor haar eigen veiligheid’ [link].
  9. Zie www.kraambedpsychose.nl
  10. Herkomst afbeelding: http://www.sterrenstof.info/uit-de-oude-doos-zielloze-hersenen/

Genezing van Bipolaire Stoornis door Visualisatie-oefening

Hieronder volgt een fragment dat afkomstig is uit het boek ‘Bewustzijn als medicijn‘ van Gill Edwards. Een echte aanrader voor degene die geloven dat psychiatrische problemen vooral niet-lichamelijke oorzaken hebben. In dit citaat kun je lezen over hoe iemand die 20 jaar lang de diagnose bipolaire stoornis met zich had meegedragen opknapte doordat ze een verandering teweeg bracht in de oorzaken van haar problemen.

“Een bipolaire stoornis bijvoorbeeld is een mentaal gezondheidsprobleem dat naar men algemeen aanneemt ‘veroorzaakt’ wordt door gebrekkige genen of een verstoorde biochemie (1).

Therapeut en auteur Sasha Allenby worstelde ooit met de bipolaire stoornis, naast meervoudige verslavingen en het chronische vermoeidheidssyndroom (ook bekend als ME).

Toen ontdekte ze de energetische psychologie en andere vormen van genezing, en ging aan haar herstel werken. Op een workshop over Matrix Reimprinting, herinnerde Sasha zich een traumatisch incident uit haar jeugd, waarin een paar ongepaste foto’s van haar waren genomen. Hoewel ze het als volwassene voor elkaar had gekregen om die foto’s te bemachtigen en te vernietigen, zat er nog steeds een bevroren en getraumatiseerd zelf in haar verborgen.

Als ze over deze herinnering praatte, werd de stress-respons geprikkeld, en daalde ze snel af naar het zwarte gat van depressie – waarvan ze uit lange ervaring wist dat die weken zou aanhouden.

Gelukkig zag een ervaren therapeut Sasha’s ellende en hielp haar de gebeurtenis te verwerken. In haar visualisatie kreeg het bevroren zelf uit het verleden een doos lucifers, en de aanmoediging om de doos foto’s in de brand te steken. Tot Sasha’s verbazing nam de depressie onmiddelijk af – en dit markeerde het abrupte eind van haar bipolaire stoornis, die nooit is teruggekeerd.

Een ernstige aandoening die twintig jaar had geduurd, en die door de meeste artsen wordt beschouwd als genetisch of biochemisch van oorsprong, werd in een half uur tijd volkomen opgelost – door de gebeurtenis te verwerken die haar had getriggerd.”

Voetnoten
(1) https://psychoseanders.wordpress.com/2010/01/27/de-mythe-van-de-chemische-onbalans-in-de-hersenen/

ECT en Psychose: De Stroom Erop!

PSYCHOSE, HERSENEN EN DE GEEST

Globaal gesproken zou je kunnen zeggen dat de basis van het Psychose Anders project wordt gevormd door het idee dat het tijdelijk ‘psychotisch’ worden in veel gevallen een bijzondere vorm is van omgaan met uitzonderlijke stress-situaties. De ene persoon gaat aan de alcohol, de ander wordt heel druk, agressief of juist zwaarmoedig. Een bepaald aantal mensen ontwikkelen een vorm van ‘coping’ die vaak door andere mensen als vreemd wordt beleefd. Dit vreemde gedrag, of deze vreemde gedachten worden dan in onze samenleving al snel als gek of meer eufemistisch als ‘psychotisch’ beoordeeld, wat op zich ook wel begrijpelijk is. Het gedrag of de de gedachten kunnen immers soms aardig afwijken.

Op deze site wordt vanuit vele aspecten aandacht besteed aan dit verschijnsel. Een terugkerende consequentie van deze benadering is dat in principe de oorzaak niet in het lichaam gevonden kan worden, aangezien de oorzaak juist ligt in allerlei stresserende omstandigheden, gevoelens of gedachtengewoontes. Vaak zijn levensproblemen een belangrijke aanleiding om op psychotische wijze, danwel de controle te verliezen of in een andere bewustzijnstoestand te schieten.

De hersenen reageren dan ook eerder normaal op een bepaalde uitzonderlijke en vaak ook heftige manier van denken of doen. Omdat de psychiatrie echter een onderdeel is van de medische wetenschap is er een automatisme om alle problemen die mensen kunnen hebben in eerste instantie te herleiden tot lichamelijke oorzaken. Je kunt dan immers een poedertje of een pilletje geven.

In het geval van geestelijke problemen zou je dan eigenlijk moeten gaan zoeken naar zoiets ontastbaars als de geest (1), maar omdat die per definitie niet lichamelijk is, moet je als lichaamswetenschapper toch wat, waardoor de hersenen al snel het speerpunt van de aandacht worden.

Deze aanname dat de hersenen en de geest eigenlijk zo’n beetje hetzelfde zijn, zorgt ervoor dat de meeste interventies in de psychiatrie gericht zijn op deze hersenen. Dit verklaart ook de enorme populariteit van psychofarmaca: pillen die invloed uitoefenen op de manier waarop de hersenen werken: mensen kunnen daardoor actiever, agressiever, suïcidaler, slomer of kalmer worden. Hoe het allemaal precies werkt blijft nog altijd wat mysterieus, maar dat neemt niet weg dat de psychiatrie, de psychiatrie niet meer zou zijn zonder het gebruik van deze ‘geest’-beïnvloedende farmaceutische producten.

In het verleden heeft deze psychiatrische fixatie op de hersenen in een ietwat krampachtige poging om de mens te begrijpen, ertoe geleid dat er soms stukjes hersenen werden weggeknipt (lobotomie), of dat er bewust coma’s werden opgewekt (via insulinekuren).

DE STROOM EROP

Laatst sprak ik met iemand die me vertelde dat haar jong-volwassen dochter het advies van haar behandelaren had gekregen om toch ook eens een andere manier te proberen om de hersenen eens goed door elkaar te schudden. Deze manier die we vroeger aanduidden als de elektro-shock therapie wordt al een poosje – haast liefkozend – de ‘Elektro Convulsie Therapie’, oftewel ECT genoemd. Deze methode waarbij de hersenen een flinke stroomstoot krijgen te verwerken schijnt weer steeds vaker te worden toegepast.

Vanuit een psychiatrische obsessie met het idee dat een probleem altijd in principe lichamelijk is, kun je je wel voorstellen dat de wanhoop soms groot kan worden als allerlei soorten medicatie niet de gewenste verandering teweeg kunnen brengen. Omdat je toch graag iets wilt doen voor de betrokken ‘patiënt’ en haar familie/omgeving, is de stap naar deze soort van elektronische knuppel tegen het hoofd snel gemaakt.

Omdat zo’n knuppel er zo onvriendelijk uitziet, doe je het met een elektrisch apparaat waarbij je een epileptische aanval oproept. Normaal gesproken springt het lichaam van iemand dan alle kanten op en verstijft, maar daar is natuurlijk iets voor gevonden: de spierverslapper en de verdoving. Je stopt iets in de mond om te voorkomen dat iemand zijn kaken verbrijzeld of zijn tong doorbijt en daar hebben we weer een knap staaltje psychiatrische interventie. Een logisch gevolg van Dick Swaabs ‘Wij zijn ons brein‘, nietwaar?

OPROEP

Ik was ronduit geschokt om te horen dat ECT’s tegenwoordig kunnen worden ingezet bij jonge mensen die soms niet eens twee maanden zijn opgenomen met psychotische verschijnselen. Vaak is het ook  niet zomaar één stroomstoot die wordt toegediend, maar bestaat de ‘behandeling’ uit een hele serie van stroomstoten, die dan twee keer per week plaatsvinden en dan gedurende meerdere aaneengesloten weken.

Ik was nog in de veronderstelling dat ECT’s alleen werden toegediend in gevallen van zeer ernstige en langdurende depressies, vooral bij oudere mensen. Daarnaast had ik ook de indruk dat een ECT alleen werd ingezet als een soort laatste redmiddel als al het andere had gefaald, maar zeker niet op jonge mensen die hun eerste psychose meemaken.

Graag zou ik de lezer willen vragen om haar of zijn ervaringen of gedachten rondom de epilepsie-oproepende stroomstoottherapie te verwoorden, via reacties onderaan dit bericht. Ik ben van plan om in de toekomst meerdere artikelen te schrijven over deze nieuwe, vrij stille opmars van de elektroshocktherapie, die zoals gebruikelijk wordt ingepakt in de mooiste woorden (2), en kan daarbij wel wat extra input gebruiken.

VOETNOTEN
(1) https://psychoseanders.wordpress.com/beperkingen-van-lichamelijke-benadering-voor-de-geest/
(2) Richtlijn Electroconvulsietherapie door de Nederlandse Vereniging van Psychiatrie, versie 2010
(*) Illustraties:
bovenste, de Thymatron, een populaire ECT-machine (‘The source to fill all your ECT-needs‘)
onderste: in ziekenhuissetting (Kentucky University)

Mechanische Asociale Associatie Gewoonte

INTRODUCTIE
Zoals de trouwe lezer van deze site wel duidelijk zal zijn, wordt er binnen dit project sterk getwijfeld aan de bruikbaarheid van het medische, lichamelijk-ziek model. Biedt een dergelijk model wel een constructieve benadering voor mensen die via allerlei onbewuste psychologische copingstrategieën soms tijdelijk de raarste dingen gaan denken of doen? (1)

Als je probeert bewust anders te praten over ‘psychotische’ verschijnselen dan is een goede stap om het woord ‘ziekte’ te vermijden, en wel vooral vanwege die enorme sterke connecties die het woord heeft met lichamelijke ziekten. Als mensen met psychotische verschijnselen niet lijden aan een bepaalde ziekte dan word je verplicht om andere termen te gaan gebruiken. Het zou immers nogal dom zijn om dan vervolgens ook maar te ontkennen dat mensen bepaald ongewenst gedrag kunnen vertonen.

In deze bijdrage wil ik een mogelijk alternatief jargon aandragen, welke misschien zinvol kan zijn voor sommige mensen. Er zijn vele manieren en redenen waardoor mensen soms ‘gek’ gedrag kunnen vertonen, waardoor er ook geen sluitend jargon is te vinden dat voor iedereen zal gelden. Het blijft dan ook wat zoeken.

NIET ZIEK, MAAR WEL KNAP IRRITANT
Het gebruik van de medische terminologie heeft allerlei consequenties die uitgebreid staan beschreven in allerlei artikelen op deze site (2). Eén ervan is dat mensen als een soort slachtoffer of patiënt kunnen worden gezien van een bepaalde mysterieuze aandoening. Hierdoor worden ze vaak niet helemaal serieus meer genomen, wat zo ook een effect heeft op de betrokkene zelf. Hij kan gaan denken dat hij er in feite niet zo heel veel aan kan doen, en de mensen om hem heen zouden ook kunnen gaan denken dat hij ook maar de dupe is van een ernstige psychiatrische hersenziekte.

Het medisch model kan er zo toe bijdragen dat mensen zó als zieke patiënt behandeld worden dat hun gedrag ook niet meer op een andere manier kan worden beleefd. Alles wordt gekaderd binnen het ziektedenken.

Neem nu een veelvoorkomend verschijnsel dat mensen nogal als een ongeleid projectiel aan het praten kunnen zijn. Soms kan het zelfs bepaalde vormen aan nemen waarbij gewoonweg iedere associatie die opborrelt meteen wordt uitgesproken. Vanuit het ziektemodel kun je dan spreken over een symptoom van een psychiatrische stoornis, maar waarom zou je niet gewoon spreken in termen van irritant gedrag?

MECHANISCHE ASOCIALE ASSOCIATIES
Laten we bij het voorbeeld van de ongeremde associaties blijven. Voor de betrokken persoon is het misschien allemaal best leuk en gezellig om zo in de aanwezigheid van anderen alle associaties die opkomen onmiddelijk te delen. Als dat ook nog eens in een snel tempo gaat dan hoef je eigenlijk alleen maar lui achterover te leunen om die mechanische stroom van vaak erg oppervlakkige, simpele en zelfs wat mechanische gedachten te laten gaan.

Misschien leuk voor jezelf, maar wel hoogst irritant voor de mensen om je heen. Dit gedrag kan er zomaar toe leiden dat mensen die zo verbaal associatief aan het overstromen zijn, worden gemeden door anderen. Dan kun je zielig vanuit het medische model gaan klagen dat mensen je mijden omdat je een psychiatrische ziekte hebt, maar wellicht is het dichter bij de waarheid om te stellen dat mensen je mijden vanwege je asociale, luie mechanische associatie diarree die je over hen uitstort.

Goed, ik overdrijf wat voor het effect, maar ik denk dat deze benadering in dit soort situaties heel wat constructiever is dan het ziekte-model.

Zo ontneemt het de wilde associatie-prater van het argument dat die gemene psychiatrie het verkeerd doet. Het is niet vreemd dat een wilde associatie-prater op een gegeven moment zó irritant wordt dat er moet worden ingegrepen. Helaas krijg je er binnen de psychiatrie dan al snel weer het medische model met de pillen erbij.

Zou het niet zinvoller zijn om die mechanische associatiestroom aan te pakken? Zou het zinvoller zijn als de betrokken persoon geen ‘ziektebesef’ ontwikkelt, maar eerder een besef leert dat hij een irritant denk- en praatpatroon aan de dag legt. Dat is geen ziekte, maar eerder een irritante gewoonte.

IRRITANTE GEWOONTE IPV PSYCHIATRISCHE ZIEKTE
Het voordeel van een irritante denk- of praatgewoonte is dat in principe een gewoonte is die dan ook met de nodige discipline en training af te leren is. Goed, als je je hele leven al op een bepaalde wild-associatieve manier denkt dan is het natuurlijk een flinke uitdaging. Zeker ook als je gelooft in het verschijnsel van de neuroplasticiteit: je hersenen zijn plooibaar en kunnen zich aanpassen aan nieuwe manieren van denken (3), maar ze hebben zich ook al aangepast aan bepaalde manieren van gebruik.

Voor het aanpassen van deze gewoonten moeten wel de nodige ingesleten patronen worden omgebogen, waarbij ik in eerste instantie zou denken aan allerlei meditatieve en cognitieve oefeningen. Misschien werkt het zelfs wel als je jezelf een flinke klap op de rug van je hand geeft als je jezelf opnieuw betrapt op het lui en mechanische associatief denken.

Hoeveel mensen zouden bereid zijn om over te schakelen van ‘Ik heb een Manische Psychiatrische Stoornis‘ naar ‘Ik denk periodes lui, mechanisch ongeremd associatief en ik laat het lekker gebeuren’?

VOETNOTEN
(1) https://psychoseanders.wordpress.com/beperkingen-van-lichamelijke-benadering-voor-de-geest/
(2) http://psychoseanders.yolasite.com/
(3) http://psychoseanders.yolasite.com/allerlei/neuroplasticiteit-en-zogenaamde-geestesziekten

Psychoses, Spiritualiteit, Bewustzijnsverruiming en Zweverigheid

Laatst kwam ik via de ervaringen van twee deelnemers uit het Psychose Anders Netwerk (1) uit op het onderwerp van spiritualiteit in relatie tot psychoses. Omdat er in mijn beleving veel raakvlakken kunnen zijn tussen ‘psychotische’ thematiek en verwerking en spirituele onderwerpen wil ik daar in deze bijdrage wat meer bij stil staan.

DE VERSCHILLENDE BETEKENISSEN VAN SPIRITUALITEIT
Wat mensen onder ‘spiritualiteit’ verstaan kan enorm verschillen. Sommige mensen denken bij spiritualiteit aan oeverloze zweverigheid en Jomanda-jurken; anderen zien beelden voor zich van allerlei mensen die via occulte rituelen doden oproepen en contacten leggen met allerlei niet-fysieke geesten, engelen en misschien wel demonen. Anderen denken eerder aan het rijke scala aan spirituele, danwel alternatieve of natuurgeneeskundige therapieën die er zijn, waarbij soms de gekste, maar ook soms de meest helende dingen gebeuren.

Anderen benaderen spiritualiteit eerder vanuit het standpunt van bewustzijnsverruiming, oftewel spiritualiteit als verzameling methodes of inzichten waardoor je je geest kunt trainen om sterker te worden; manieren waardoor je beter afgestemd kunt raken op je gevoelswereld, je intuïtieve vermogens en allerlei mogelijke andere lagen van werkelijkheid binnen en buiten jezelf.

PSYCHOSES EN SPIRITUALITEIT
Binnen het medische circuit lijkt er weinig ruimte te zijn voor ‘spirituele’ elementen. Hierbij wordt ook al snel alles op één hoop gegooid en bestempeld als raar, occult, bijgelovig, zweverig en niet zelden als uiting van geestesgestoordheid.

Eén van de pijlers van het Psychose Anders Project is dat mensen zelf in staat zijn om de oorzaken en de betekenis van hun psychoses te leren doorzien. Er zijn daarvoor allerlei manieren, en één daarvan is volgens mij ook te halen uit de grensgebieden die worden verkend door het spirituele, meditatieve of wellicht zelfs het bewustzijnsverkennende noëtische terrein (2).

In hoeverre is het mogelijk dat mensen tijdens een psychotische periode contact leggen met andere lagen van de werkelijkheid die niet of nauwelijks zinvol kunnen worden beschreven door de gangbare wetenschap die toch vooral een vrij materieel denkkader hanteert?

MOGELIJKE RISICO VAN SPIRITUALITEIT EN ESOTERIE
Tegelijkertijd is daar ook een zeker gevaar dat schuilt in het je afstemmen op de grensgebieden van het spirituele terrein. Juist omdat het nog allemaal onbekend en niet zo tastbaar is, is het ook erg makkelijk om de weg erin kwijt te raken. Zeker als je geest nog onbekend is met de materie, danwel erg onder druk staat vanwege allerlei andere oorzaken, is de kans groot dat je verkeerde aannames gaat maken en daardoor bepaalde mogelijkheden als feiten gaat beleven. In een ander artikel ben ik daar dieper op ingegaan (3).

CONCLUSIE
Al met al kan ik me mensen voorstellen die – mede door een psychotische periode – helemaal wars geworden zijn van iedere vorm van spiritualiteit. Het kan sommige mensen juist meer in verwarring brengen en daardoor niet bijdragen aan een beter begrip van de psychose en de achterliggende oorzaken.

Anderzijds zijn er ook mensen die juist erg gebaat zijn bij een ‘spiritueel’ interpretatiekader omdat het hen helpt hun geestelijke en spirituele ervaringen te plaatsen op een manier die niet binnen de reguliere psychiatrie kan worden aangeboden (4). Binnen de psychiatrie ben je al gek als je zegt dat je probeert in contact te komen met je ‘hogere zelf’.

Daarnaast is er ook nog de enorme verwarring over wat nu spiritueel is en wat niet. Soms is het haast niet te onderscheiden van psychotherapie of meditatie en soms betreft het ‘occulte seances’. Soms betreft het ook een uiterst inspirerend gedachtegoed dat nieuwe hoop en een beter begrip kan opleveren. Soms leidt het alleen tot meer verwarring. Het is daarom wel handig om jezelf af te vragen voor welke vormen van spiritualiteit jezelf open staat en voor welke uitingsvormen helemaal niet.

De uitdaging bestaat er voor wat betreft het beter begrijpen van psychoses uit, om een vorm te kiezen die de juiste gereedschappen biedt voor de betrokken persoon.

VOETNOTEN
(1) https://psychoseanders.wordpress.com/psychose-anders-netwerk/
(2) http://noetiek.wordpress.com/
(3) https://psychoseanders.wordpress.com/2011/06/28/vertroebelende-interpretatie-stelligheid/
(4) https://psychoseanders.wordpress.com/2010/03/28/psychose-of-spiritueel-ontwaken/
(*) Illustraties afkomstig van respectievelijk http://weeswaakzaam.punt.nl/?r=1&id=415738 en http://www.mooivakanties.nl/peru-exclusief?info=accommodatie

Het betoverende effect van psychiatrische medicijnen (Deel I)

De Amerikaanse psychiater Peter Breggin publiceerde in 2006 een artikel in ‘Ethical Human Psychology and Psychiatry’ getiteld: ‘Intoxication Anosognosia: The Spellbinding Effect of Psychiatric Drugs’. Peter Breggin wijst er al decennia op dat ALLE fysieke behandelingen in de psychiatrie werken door middel van het veroorzaken van een storing in het brein en het beschadigen van bepaalde hersenfuncties.

In zijn artikel schrijft hij over één specifiek schadelijk aspect van psychiatrische medicijnen dat hij ‘The Spellbinding Effect’ genoemd heeft. Vertaald zou je het ‘Het betoverende effect’ kunnen noemen.

Veel mensen gebruiken legale, recreatieve middelen zoals cafeïne, nicotine en alcohol ondanks de waarschuwingen voor hun schadelijke effecten. Ook zijn er mensen die illegale drugs gebruiken zoals amfetamine, cocaïne en heroïne ondanks pogingen hen op de gevaren hiervan te wijzen.

Verder is er een groot percentage van de bevolking dat psychiatrische medicatie gebruikt – inclusief antidepressiva en stimulerende middelen zoals Ritalin en Concerta – waarvan de veiligheid en effectiviteit meer en meer ter discussie staan bij onder andere de FDA. (Food and Drug Administration, V.S.)

Waarom slikken zoveel mensen psychiatrische medicatie? Zelfs ondanks de duidelijke schadelijke effecten en vaak twijfelachtige voordelen? Er zijn natuurlijk zeer veel uiteenlopende redenen waarom mensen ervoor kiezen middelen te gebruiken die de hersenfuncties op een negatieve manier beïnvloeden.

In het genoemde artikel focust Breggin zich op één specifiek biologisch mechanisme dat het gebruik van deze middelen aanmoedigt en soms zelfs lijkt af te dwingen.

In het verleden hebben de meeste waarschuwingen over de verleidelijke effecten van drugs zich gericht op recreatieve en illegale middelen. Maar kunnen dezelfde of vergelijkbare effecten gevonden worden in ALLE psychoactieve middelen, inclusief voorgeschreven psychiatrische medicatie?

Er bestaat toenemend bewijs dat de meeste psychiatrische medicijnen veranderingen in de hersenen veroorzaken waardoor afhankelijkheid en ontwenningsproblemen kunnen optreden wanneer men met het middel probeert te stoppen. (Breggin, 1997; Breggin & Cohen 1999.)

Maar afhankelijkheid en ontwenningsproblemen op zich verklaren het wijdverspreide gebruik van psychoactieve stoffen inclusief niet-verslavende psychiatrische middelen zoals antidepressiva, lithium en antipsychotica niet volledig.

Medication MadnessPeter Breggin heeft jarenlang tientallen klinische en forensische zaken onderzocht waar individuen suïcidale, gewelddadige of criminele neigingen of gedragingen ontwikkelden terwijl ze onder invloed waren van psychiatrische drugs.

In zijn boek ‘Medication Madness’ beschrijft hij uitgebreid verschillende voorbeelden van mensen zonder criminele voorgeschiedenis die onder invloed van meestal combinaties van psychiatrische medicijnen plotseling in staat bleken tot de meest afschuwelijke, criminele daden.

Breggin heeft in verschillende rechtszaken bepleit dat de wandaden die sommige mensen begingen, het gevolg waren van een organische, door drugs veroorzaakte neurologische stoornis en niet door één of andere geestelijke stoornis.

Door zijn getuigenissen zijn meerdere mensen ‘niet schuldig’ bevonden vanwege ontoerekeningsvatbaarheid veroorzaakt door psychiatrische drugsvergiftiging.

De meeste mensen die Breggin onderzocht in deze zaken, verklaarden gedurende hun medicijngebruik dat het uitstekend met hen ging, soms zelfs beter dan ooit tot ze het gebruik ervan staakten en inzagen wat er met hen gebeurd was.

Bij alle gevallen die hij beschrijft in zijn boek, waren de suïcidale, gewelddadige of criminele gedragingen totaal afwijkend wanneer er gekeken werd naar het leven van het individu voorafgaand aan zijn daden. De daden werden nooit herhaald nadat de persoon stopte met de medicatie.

In alle onderzoeken die Peter Breggin verrichtte, bleken de personen zich absoluut niet te realiseren hoe bizar en onkarakteristiek ze zich gedroegen en dat ze onder invloed zouden kunnen zijn van psychiatrische drugs.

Ze realiseerd en zich pas wanneer het gebruik gestaakt werd hoe irrationeel en desastreus hun gedrag was. (Bekendheid met de effecten van de medicatie voorkwam het betoverende effect niet altijd: Breggin onderzocht namelijk ook diverse artsen die het slachtoffer waren van deze drugsvergiftiging.)

Bovenstaande reacties op psychiatrische medicatie zijn natuurlijk erg extreem en zeker geen algemeen kenmerk van mensen die blootgesteld worden aan deze middelen.

Breggin is er echter van overtuigd dat ze inzicht bieden in de door drugs geïnduceerde fenomenen die de meeste – zo niet alle – individuen beïnvloeden die afdoende medicatie krijgen om hun mentale conditie te wijzigen.

HET BETOVERENDE EFFECT OF ‘INTOXICATIE ANOSOGNOSIA’

Er zijn drie thema’s die door alle onderzochte zaken van Breggin heenlopen:

Ten eerste zijn de individuen er niet toe in staat in te zien dat ze op een irrationele, onkarakteristieke manier handelen. Ten tweede zijn ze er niet toe in staat de medicatie aan te wijzen als iets dat op de één of andere manier een rol speelt in hun drastisch veranderde mentale processen en activiteiten. Ten derde denken ze vaak dat de medicatie helpt hoewel ze het soms zelfs blijven innemen terwijl ze duidelijk mentaal achteruit gaan.

Deze thema’s leidden ertoe dat Breggin meer onderzoek begon te verrichten naar wat hij in eerste instantie identificeerde als het ‘betoverende effect’ van psychoactieve drugs –technisch gesproken intoxicatie anosognosia; het niet kunnen herkennen van de schadelijke mentale effecten van psychoactieve middelen en de bijkomende neiging hun positieve mentale effecten te overdrijven.

Dit betoverende effect is volgens Breggin waarschijnlijk de voornaamste reden dat psychoactieve drugs zo vaak gebruikt worden. Het betoverende effect van psychoactieve drugs leidt ertoe dat mensen diep in de problemen kunnen raken voordat ze in de gaten hebben wat ze zichzelf en anderen aandoen.

Hetzelfde betoverende effect zorgt ervoor dat veel psychiatrische patiënten voorgeschreven medicatie accepteren zonder zich te realiseren hoe ernstig deze hen schaadt en hoe weinig ze hen helpt.

 

DE RELATIE TOT HET HERSENBESCHADIGENDE PRINCIPE
Het betoverende effect is een uitvloeisel van een serie observaties die Breggin eerder ‘Het hersenbeschadigende principe van psychiatrische behandeling’ heeft genoemd. (Breggin, 1997) Het hersenbeschadigende principe houdt in dat ALLE biopsychiatrische behandelingen het disfunctioneren van de hersenen veroorzaken, dat hersenbeschadiging het primaire “therapeutische” effect is en dat behandelingen als succesvol worden beschouwd wanneer deze beschadiging als een verbetering wordt geïnterpreteerd.
Het principe is van toepassing op lobotomie, elektroshock en alle psychiatrische medicatie.

In samengevatte vorm volgen hieronder de eerste vier van de elf hersenbeschadigende principes (Breggin, 1997):

 

  1. Alle biopsychiatrische behandelingen hebben één werkingsmechanisme met elkaar gemeen: – de verstoring van het normale functioneren van het brein. Geen enkele behandeling verbetert de breinfunctie.
  2. Alle werkzame biopsychiatrische interventies veroorzaken het algemene disfunctioneren van de hersenen: Zowel de emotionele als de cognitieve functies. In een enigszins dosisafhankelijke manier, verstoren alle biopsychiatrische interventies de globale mentale functie.
  3. Biopsychiatrische behandelingen produceren hun “therapeutische” effect door middel van het beschadigen van het hogere, menselijke functioneren, inclusief het emotionele reactievermogen, sociale gevoeligheid, zelfbewustzijn of zelfinzicht, autonomie en zelfbepaling. Drastischere effecten zijn onder andere apathie, euforie en lobotomieachtige onverschilligheid. Wanneer de verstoring in het normaal functioneren als voordelig wordt geïnterpreteerd, wordt de behandeling als succesvol beschouwd. Het functioneren wordt vaak door de arts of familie als voordelig geïnterpreteerdmaar niet door de patiënt zelf. Soms prefereren patiënten zelf de verstoorde staat omdat het hun zelfbewustzijn en lijden dempt, een kunstmatige euforie veroorzaakt of als gevolg van placebo-effecten.
  4. Iedere biopsychiatrische behandeling produceert zijn essentiële of primaire hersenbeschadigende effect op alle mensen, inclusief normale vrijwilligers en patiënten met variërende psychiatrische diagnoses. Het effect is niet specifiek voor een bepaalde psychiatrische stoornis. Tot de mate waarin het gemeten kan worden, treedt dit effect op in alle normale zoogdieren.
Antipsychotica beschadigen bijvoorbeeld de basale ganglia en het functioneren van de voorste hersenkwab wat desinteresse en mat gedrag veroorzaakt en individuen apathischer en volgzamer maakt. (Breggin, 1997)

Benzodiazepines verhogen de GABA-zuurfunctie  die een algemene onderdrukking van de functie van het centrale zenuwstelsel veroorzaakt en uiteindelijk slaap en anesthesie veroorzaakt bij alle mensen en zoogdieren en soms angst gedurende het proces afzwakt. (Breggin, 1998a)

Stimulerende medicatie (zoals bijvoorbeeld Ritalin) beschadigt eveneens het functioneren van de basale ganglia en de voorste hersenkwab waardoor spontaniteit onderdrukt wordt, obsessief dwangmatig gedrag in alle mensen en zoogdieren geproduceerd wordt en waardoor kinderen minder sociaal, gehoorzamer, meegaander en volgzamer worden. (Breggin 1999a, 1999b)

De SSRI antidepressiva verstoren de serotonine neurontransmissie in het gehele brein die mentale effecten veroorzaakt die niet gemakkelijk te meten zijn bij dieren. Bij mensen veroorzaken ze een reeks beschadigingen; van het afvlakken van emoties tot aan een stimuleringssyndroom met euforie en manie, die allemaal soms geïnterpreteerd worden als een verbetering door anderen of worden ervaren als een verlichting door de patiënt. (Breggin, 2003)

Het betoverende effect definieert een specifieke nuance van het hersenbeschadigende principe: De neiging van individuen om op hersenbeschadigende effecten te reageren door het bestaan of de ernst ervan niet op te merken, het niet in staat zijn deze te linken aan het medicijn, het overschatten van de veronderstelde voordelen en soms het begaan van dwangmatige destructieve daden.

Ieder psychoactief middel kan mentaal disfunctioneren veroorzaken en leiden tot betovering. Ook sommige non-psychiatrische medicijnen kunnen potentieel leiden tot het mentaal disfunctioneren en intoxicatie anosognosia (betovering) zoals bijvoorbeeld cardiovasculaire medicijnen, medicijnen tegen een hoge bloeddruk, steroïden en zelfs sommige soorten antibiotica. (Farlow and Hake, 1998)

voor deel 2: https://psychoseanders.wordpress.com/2011/03/23/het-betoverende-effect-van-psychiatrische-medicijnen-deel-ii/