De Waanbeelden van de Hersenbank

Ik zat laatst in de auto toen ik een spotje hoorde van de Hersenbank. De hersenbank bleek bezig te zijn met een campagne om mensen zover te krijgen om vooral hun psychiatrische hersenen te doneren aan de wetenschap.

wat-gaat-er-nou-mis-met-mijn-brein

Een tekst van de website ‘We hebben hersens nodig’ (1)

Door mijn transformatie naar actieve ‘gezinsman’ heb ik de laatste jaren minder tijd gehad voor het werken aan Psychose Anders, maar deze campagne kon ik toch niet zomaar onbesproken de revue laten passeren. Het zal de trouwe lezer niet verbazen dat de denkbeelden die de basis vormen voor deze benadering mijn nekharen overeind lieten komen. In deze bijdrage een blik op deze campagne en de hersenbank vanuit een psychose-anders perspectief.

Als je op de site van de campagne kijkt (1), zie dat je er allerlei mensen praten over wat zij psychiatrische ziektes noemen. Myrthe van der Meer (schrijfster van de boeken PAAZ en UP) doet ook mee aan deze campagne. Zij vraagt zich af wat er nou eigenlijk mis is in haar brein op de momenten dat ze denkt dat ze kan vliegen, of toen niemand mocht weten dat ze dood wilde.

myrthe-van-der-meer-wat-gaat-er-nou-mis-met-mijn-brein

Myrthe van der Meer: Wat gaat er nou mis in mijn brein?

De Hersenbank, en daarbinnen de speciaal op psychiatrie gerichte (Hersenbank voor de Psychiatrie, 2) vertellen op hun website de achtergrond van hun onderzoek. Kort gezegd komt het erop neer dat zij denken in de hersenen iets te kunnen vinden wat de oorzaak zou zijn voor zogenaamde psychiatrische aandoeningen.

Na vele drukken DSM, en vele decennia aan psychiatrische ‘ziekten’ is het schijnbaar nog altijd niet gelukt om steekhoudend zoiets als ‘schizofrenie’, ‘ernstige depressie’, een obsessief-compulsieve stoornis, een bipolaire stoornis of wat dan ook te vinden in de hersenen. Je zou daaruit de conclusie kunnen trekken dat er misschien ook wel gezocht wordt naar iets dat niet werkelijk bestaat, maar je kunt ook denken dat je als je goed zoekt het uiteindelijk wel zult vinden.

Ik zou overigens de laatste zijn om te ontkennen dat er wel iets kan veranderen in de hersenen van mensen met bepaalde diagnoses, maar dan wel vooral door de effecten van de medicatie op de hersenen. Het drieluik dat ooit eens is geschreven door Sharon van Haren op deze site is hierbij zeer verhelderend (3, 4 en 5). In deze artikelen wordt de Amerikaanse psychiater Peter Breggin aangehaald die stelt dat juist door de effecten van hersenbeïnvloedende medicatie zoals anti-depressiva en anti-psychotica dingen veranderen in de hersenen.

Hij spreekt over het verschijnsel dat hij ‘intoxicatie anosognosia’ noemt, wat staat voor het niet kunnen herkennen van de schadelijke mentale effecten van psychoactieve middelen en de bijkomende neiging hun positieve mentale effecten te overdrijven: mensen ervaren allerlei vreemde zaken na het innemen van psychofarmaca, maar denken vooral dat het met hun ‘ziekte’ te maken heeft.

Hij stelt zelfs dat hersenbeschadiging het voornaamste therapeutische effect is van psychiatrische medicatie (3). Met andere woorden: de kalogo-nederlandse-hersenbank-voor-psychiatriens is groot dat de hersenbank afwijkende hersenen kan gaan vinden bij mensen die al vele jaren lang dit soort hersenbeschadigende medicatie tot zich nemen. Als hersenonderzoeker zou je dan kunnen gaan juichen omdat je een ‘ziekte’ hebt gevonden, maar je kunt ook vooral zorgelijk constateren dat je slechts het effect van psychiatrische middelen op gezonde hersenen hebt kunnen aantonen. Dit soort hersenbeschadigingen worden ook uitvoerig genoemd in het onderzoek van Breggin (3).

Binnen het kader van Psychose Anders wordt niet ontkend dat het leven soms erg pittig en voor sommigen eigenlijk te pittig kan zijn. Ook zijn er vele manieren waarop mensen kunnen omgaan met deze uitdagingen die het leven kan aanreiken. Mijn favoriete metafoor is die van de pianist die een prachtig stuk op een piano speelt. Hierbij staat de pianist voor de geest en de piano voor de hersenen. Als de muziek die gespeeld wordt niet helemaal lekker klinkt, kun je aan twee dingen denken: degene die de piano speelt heeft niet veel ervaring met pianospelen, of er is iets mis met de piano.

Binnen Psychose Anders wordt vooral ingezet op de eerste geestelijke benadering: hoe kan de geest getraind worden via oefening, inzichten om beter te leren pianospelen (leven). De tweede benadering is erg populair binnen de psychiatrie, binnen onze samenleving en binnen de groep wetenschappers die eigenlijk niet echt geloven in een geest die hersenen bespeelt. In die zin zou je kunnen zeggen dat de campagne om hersenen te verzamelen het ultieme voorbeeld is van een materialistisch wereldbeeld, waarin bewustzijn niets anders is dan het tijdelijke resultaat van hersenactiviteit. Afwijkende gedachten of gevoelens moeten dan het resultaat zijn van afwijkende hersenactiviteit of  van een of andere genetische afwijking. Wellicht ontdekken we later dat dit een waandenkbeeld blijkt te zijn geweest.

Het is voor mensen die worden geconfronteerd met de vreemde sprongen die een geest in het nauw kan maken ook veel aantrekkelijker om de piano de schuld te geven, omdat het veel lastiger en moeilijker is om je te openen voor de mogelijkheid dat je piano misschien wel helemaal goed werkt, maar dat je wellicht kunt leren wat minder angstig, met meer humor en liefdevoller te leren spelen. Wat ook zeker niet makkelijk is in een wereld waar vaak wat rommelige muziek wordt gespeeld.

Het idee dat je piano kapot is, stimuleert iemand natuurlijk niet om eens goede pianoles te gaan nemen. In die zin kan de campagne van de hersenstichting ook schadelijk zijn omdat ze mensen laat geloven dat er waarschijnlijk toch iets fundamenteels mis is met hun brein, iets waar buiten wat medicatie niet veel aan te doen is.

NOTEN
(1) http://wehebbenhersensnodig.nl
(2) Nederlandse Hersenbank voor de Psychiatrie (http://www.nhb-psy.nl/)
(3) https://psychoseanders.wordpress.com/2011/01/25/het-betoverende-effect-van-psychiatrische-medicijnen-deel-i/
(4) https://psychoseanders.wordpress.com/2011/03/23/het-betoverende-effect-van-psychiatrische-medicijnen-deel-ii/
(5) https://psychoseanders.wordpress.com/2011/03/23/het-betoverende-effect-van-psychiatrische-medicijnen-deel-iii/

Kraambedpsychose: geven nieuwe inzichten antwoord op oude vragen?

Hieronder volgt een artikel van Roos, die zelf ook een kraambedpsychose heeft meegemaakt. Zij is ook via de contactpagina te bereiken.

‘Overweldigend, de meest mooie en bijzondere gebeurtenis van mijn leven’. Woorden schieten tekort om het gevoel te beschrijven dat er door je heen gaat als je pasgeboren baby na de bevalling voor het eerst in je armen ligt. Dit is voor iedere ouder zo’n ongelofelijk bijzonder, ontroerend en emotioneel moment. Als kersverse moeder is alles in je erop gericht om zo goed mogelijk voor dit nieuwe schepseltje te zorgen en het te omringen met liefde. Toch kan dit ontsporen, zoals bij een kraambedpsychose het geval is.

Uit persoonlijk archief

Uit persoonlijk archief Roos

De moeder verliest dan de grip op zichzelf en haar omgeving. Dit kan er in het meest ernstige geval zelfs toe leiden dat de moeder in zo’n vreemde bewustzijnstoestand verkeerd dat ze niet meer weet wat ze doet en zichzelf of haar kind iets aandoet. De vraag is, hoe kan dit gebeuren? Welke processen spelen hierbij een rol? Hoe kan een gezonde vrouw tijdens de kraamtijd plotseling zo ‘ziek’ worden?

In het Erasmus MC in Rotterdam wordt al ruime tijd onderzoek gedaan naar kraambedpsychosen. Zij zoeken de oorzaak in een ‘ontstoken brein¹’, veroorzaakt door een verstoorde immunologische reactie. Op de website van het Erasmus² wordt in een persbericht heel stellig beweerd dat een ontregeld immuunsysteem een kraambedpsychose triggert. In het artikel³ waar het persbericht naar verwijst is er meer nuance en wordt het genoemd als mogelijke hypothese. De onderzoekers vergeleken vrouwen met een kraambedpsychose met gezonde vrouwen en met gezonde vrouwen die pas bevallen waren.

Bij vrouwen met een kraambedpsychose vonden ze afwijkingen in de gen-expressie van een bepaald type afweercel (monocyten). Simpel gezegd: bij alle zwangere vrouwen staat het immuunsysteem anders afgesteld om ervoor te zorgen dat ze hun baby niet afstoten. Na de bevalling wordt het immuunsysteem weer ‘gerest’ naar de oorspronkelijke toestand. De hypothese is dat er bij een kraambedpsychose iets mis gaat in het ‘resetten’ van het immuunsysteem waardoor het immuunsysteem allerlei ‘ziekmakende’ processen in gang zet in de hersenen die op hun beurt leiden tot een kraambedpsychose.

Als ervaringsdeskundig leek (nou ja, niet helemaal ‘leek’, ik werk zelf ook in het wetenschappelijk onderzoek binnen de psychologie) vind ik het moeilijk om de afwijkingen in monocyten te interpreteren en al helemaal om de link te leggen naar hersenfuncties en neurotransmitters. Neurotransmitters zijn stoffen in de hersenen die betrokken zijn bij de signaaloverdracht tussen zenuwcellen en waarvan verondersteld wordt dat deze ontregeld zijn bij een psychose. De link tussen het immuunsysteem en de verschillende processen in de hersenen wordt nog niet gelegd in het artikel en is misschien meer iets voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek.

Toch is dit wel nodig om tot een dieper inzicht te komen over hoe verstoringen in het immuunsysteem zouden kunnen leiden tot verstoringen in de hersenen, die op hun beurt weer zouden kunnen leiden tot een kraambedpsychose. Hier spelen nogal wat aannames. Zo is de relatie tussen hersenen en geest niet 1 op 1: verstoringen in de hersenen leiden niet altijd tot ernstige afwijkingen in het denken en handelen en ernstig afwijkend denken/handelen is lang niet altijd herleidbaar tot afwijkingen in de hersenen.

Daarnaast hoeft de relatie tussen hersenen en geest niet causaal te zijn (of eraan gelijk te staan, als in ‘wij zijn ons brein’). Dit model (causaal: hersenen veroorzaken geest of gelijk: geest is niets meer dan hersenprocessen) is dan wel gangbaar in de in de medische wetenschappen maar er zijn er ook andere relaties denkbaar, zoals beeldend uitgedrukt in de metafoor van de pianist (geest) die de piano (de hersenen) bespeelt.⁴

Hersenen - afbeelding afkomstig van (11)

Hersenen – afbeelding afkomstig van (10)

Het feit dat het immuunsysteem vaker ontregeld is bij vrouwen met een kraambedpsychose is op zichzelf heel interessant. Toch gaat het te ver om dan te veronderstellen dat een kraambedpsychose dus wordt veroorzaakt door verstoringen in het immuunsysteem na de bevalling of dat dit het laatste zetje is voor vrouwen met een genetische kwetsbaarheid voor een kraambedpsychose. Het verklaart bijvoorbeeld niet waarom een kraambedpsychose vaker voorkomt bij vrouwen na hun eerste bevalling en minder vaak bij vrouwen na een tweede of derde bevalling.

Ook is er een geval gerapporteerd waarbij een vader wordt beschreven met een kraambedpsychose, waarbij het ‘resetten’ van het immuunsysteem medisch gezien geen enkele rol kan hebben gespeeld⁵. Daarnaast is het belangrijk om te vermelden dat niet iedere vrouw met een kraambedpsychose ook daadwerkelijk afwijkingen in het immuunsysteem heeft. Verder kan het verband tussen het immuunsysteem en een kraambedpsychose natuurlijk ook andersom zijn.

Een kraambedpsychose roept zo veel stress op dat dit leidt tot een ontregeld immuunsysteem. Het eerste symptoom van een kraambedpsychose is ernstig verstoorde slaap. Slaap heeft zelf ook een groot effect op het immuunsysteem en op de genexpressie⁶. Dit maakt de relatie tussen slaap en een kraambedpsychose ingewikkeld: het is onduidelijk of verstoorde slaap een oorzaak kan zijn van een kraambedpsychose of dat slaap het eerste symptoom is van een ‘ziekmakend’ proces dat al aan de gang is (zie Sharma & Mazmanian, 2003 voor een review⁷ over dit onderwerp). Kortom, de relaties tussen alle verschillende processen zijn nog verre van duidelijk.

Ik kan zelf natuurlijk niet letterlijk in mijn eigen hoofd kijken, maar weet wel wat er in mijn eigen geest gebeurde toen ik zelf een kraambedpsychose had. Ik heb dit beschreven in een ervaringsverhaal⁸ op de website van Karin den Oudsten⁹. Karin heeft een heel mooie en goed leesbare website gemaakt voor alle vrouwen die dit hebben meegemaakt, hun omgeving en andere geïnteresseerden. Zo kunnen zij ervaringen delen en duidelijke informatie lezen over het ziektebeeld.

Boven de Box - uit persoonlijk archief Roos

Boven de Box – uit persoonlijk archief Roos

Op die manier haalt zij het fenomeen kraambedpsychose uit de taboesfeer en brengt het op een eerlijke, openhartige en goede manier onder de aandacht: het kan immers iedereen overkomen. Ieder verhaal is dan ook weer uniek, en iedere vrouw geeft ook weer een andere betekenis aan wat in de eigen beleving de oorzaak was voor de kraambedpsychose. De ene vrouw wijt het aan hormonen of meer recent aan het immuunsysteem, de ander misschien aan een zeer zware bevalling, het weinig steun ervaren, de overweldigende ervaring van een geboorte en het enorme moedergevoel van verantwoordelijkheid voor zo’n klein schepseltje.

Wat betreft verklaringen haakt Karin op haar website vooral aan bij het onderzoek van het Erasmus. Op dit moment doet het Erasmus dan ook onderzoek hiernaar dat internationaal toonaangevend is. Ik blijf het zelf ook volgen, zij het met een wat kritischere blik.

Uiteraard heb ik zelf ook mijn een eigen hypothese. Ik denk dat je na een bevalling heel erg ‘open’ staat om alle signalen van je pasgeboren kindje in je op te nemen en je geestelijk en lichamelijk geheel af te stemmen op je pasgeboren baby. Dit is een normaal, mooi en gezond proces, maar kent een keerzijde. Je bent als het ware veel ‘gevoeliger’ voor allerlei signalen, je ziet, ruikt, proeft, hoort dingen die je anders niet zou waarnemen; je aandacht is enorm verscherpt.

Dit is een soort hyper-alerte toestand die evolutionair natuurlijk belangrijk was om de veiligheid van de pasgeboren en kwetsbare baby te waarborgen. Deze toestand kan ontsporen door slaapgebrek. Dit slaapgebrek maakt je dan ook nog eens extra labiel en emotioneel. Toch ‘mag’ je aandacht niet verslappen omdat je de zorg hebt voor een kwetsbare baby. Dit leidt ertoe dat je niet meer echt tot rust kan komen. Je bent dus wel moe, maar door je enorme moederinstinct pep je jezelf steeds zo enorm op dat je dat niet voelt.

De vicieuze cirkel van slaapgebrek en hyperalert zijn kan dan tot een psychotische ontregeling leiden (kraambedpsychose) waarin je de grip verliest op jezelf en je omgeving. En daarin zullen het immuunsysteem, de hormonen en de genen vast een rol spelen en interacteren. En daarnaast hebben natuurlijk ook de omgeving en achtergrond van de moeder een effect op het beloop van een kraambedpsychose. We weten een klein beetje meer, maar echte antwoorden hebben we nog niet.

Voetnoten

  1. Het ontstoken brein, uitzending van Labyrinth, 7-11-2012 [link].
  2. Archief persberichten Erasmus [link].
  3. Bergink, V., Burgerhout, K., Weigelt, K., Pop, V. J., de Wit, et al (2013). Immune system dysregulation in first-onset postpartum psychosis. Biological Psychiatry, 73, 10000-10007 [link].
  4. Engelstalig Youtube filmpje over ‘the materialist and the mind’ [link]. Zie ook Hoe de Geest zich via de Hersenen Verruimt 
  5. Shahani, L. (2012). A father with postpartum psychosis (2012). BMJ Case Reports, doi: 10.1136/bcr.11.2011.5176 [link].
  6. Moller-Levet, C. S., Archer, S. N., Bucca, G., Laing, E. E., Slak, A., et al (2013). Effects of insufficient sleep on circadian rhythmicity and expression amplitude of the human blood transcriptome. PNAS, 110, 1132-1141 [link].
  7. Sharma, V., & Mazmanian, D. (2003). Sleep loss and postpartum psychosis. Bipolar Disorders, 5, 98-105 [link].
  8. Ervaringsverhaal ‘voor haar eigen veiligheid’ [link].
  9. Zie www.kraambedpsychose.nl
  10. Herkomst afbeelding: http://www.sterrenstof.info/uit-de-oude-doos-zielloze-hersenen/

Landelijke Registratie ECT (electroshock) faalt volledig sinds 2000

In het artikel ‘ECT en Psychose? De Stroom erop!‘ (1) wordt het verschijnsel van de electroconvulsietherapie bezien vanuit het psychose anders-perspectief. De centrale vraag hierbij is in hoeverre het aanbieden van stroomstoten door de hersenen een oplossing kan bieden voor mensen wiens problemen vaak eerder het gevolg zijn van psycho-, spirituele- sociale factoren dan van falende hersenfunctionaliteit.

Momenteel is echter het ietwat materialistische ‘Dick-Swaab’ -wereldbeeld erg populair in de psychiatrie waardoor de gedachte aan populariteit wint die stelt dat het ‘resetten’ van de hersenen via een serie stroomstoten kan leiden tot het oplossen van problemen bij mensen.

Toen ik op zoek ging naar informatie over de populariteit en de effectiviteit van de electroshock-therapie in Nederland kwam ik allereerst uit bij de Werkgroep Electroconvulsietherapie Nederland (WEN, 2) die een website heeft die off-line is op het moment van schrijven. Deze werkgroep heeft in 2010 nog een herziene richtlijn uitgegeven (3) waarin te lezen valt voor welke diagnoses ECT effectief zou kunnen zijn.

In dit document van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (3) staat te lezen dat er in de periode 1995-2000 een Landelijk Evaluatiecommissie ECT (LEE) was die vanuit de overheid bijhield hoeveel ECT-behandelingen er per jaar werden uitgevoerd in Nederland. In 2000 werd de LEE opgeheven omdat zoals in de richtlijn staat, “de beroepsgroep in staat werd geacht tot zelfregulering” (p.33).

De LEE produceerde ieder jaar een overzicht van de ECT-behandelingen waarbij gegevens als diagnose, aantal ECT-behandelingen per patiënt, leeftijd e.d. werden verwerkt. De Werkgroep Electroconvulsietherapie Nederland  (WEN) zou dat gaan overnemen na de opheffing van LEE in 2000. Onder het kopje registratie kunnen we in de richtlijn van de WEN de volgende passages terugvinden:

Ter bevordering van de kwaliteit van de toepassing van ect in Nederland en om daarmee beter inzicht te hebben in de beschikbaarheid, de toepassing, de indicatiestelling en de behandelresultaten van ect is de werkgroep van mening dat iedere psychiater die ect toepast, dient deel te nemen aan de landelijke registratie. Door deze gegevens openbaar te maken vindt verantwoording plaats aan patiënten, aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg, aan overheden, maar ook aan verwijzers en collegapsychiaters. (p.158)

Zoals je kunt zien wordt hier nobel gesproken over het openbaar maken van gegevens voor o.a. patiënten, overheden e.d. In een later stukje wordt de website aangekaart, en wat er eigenlijk geregistreerd zou dienen te worden:

De NVvP [=de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie] heeft besloten de landelijke registratie van ect te ondersteunen door middel van een elektronisch registratiesysteem (www.wenweb.nl; http://www.nvvp.net/). Iedere psychiater die ect toepast als hoofdbehandelaar dient zijn behandelingen achteraf te verantwoorden door deze te (laten) registreren in het systeem.

Geregistreerd worden enkele patiëntgegevens (leeftijd, geslacht, indicatie, diagnose, somatische comorbiditeit), enkele kliniekgegevens, enkele technische behandelgegevens (totaal aantal sessies, elektrodeplaatsing, eventuele opgetreden bijwerkingen en complicaties), en enige kwalitatieve behandelgegevens (score van gevalideerd psychometrisch instrument (bijvoorbeeld hrsd-, madrs-, mmse-, gaf-scores).

Kortom, een degelijk registratiesysteem met relevante gegevens die kunnen dienen als verantwoording van het ECT-gebruik in Nederland. Ter afronding stelt de werkgroep ook dat ze jaarlijks een rapport zullen uitbrengen, zoals je hier kunt lezen:

Ondersteund door het bureau van de NVvP zal de wen jaarlijks een rapport uitbrengen over de ect-behandelingen in Nederland betreffende de kwantiteit, de beschikbaarheid over Nederland, eventuele wachtlijstproblematiek, maar ook over de kwaliteit (effectmetingen vóór en na de ect per patiënt) en complicaties. De wen zal deze gegevens jaarlijks analyseren, bespreken en naar aanleiding daarvan (eventueel aangepast) beleid formuleren. (p.159)

Als je zo deze richtlijn doorleest en de intenties van de WEN, dan zou je daar een prettig en vertrouwenwekkend gevoel bij krijgen. Toen ik de voorzitter van het WEN benaderde, de heer W. van den Broek, kreeg ik te horen dat er in alle jaren van het bestaan van de WEN nog nooit een jaarverslag was verschenen. Toen ik hem vroeg naar de reden voor het off-line zijn van de website van de werkgroep antwoordde hij dat er gewerkt werd aan een aanpassing van het systeem.

Bij navraag blijkt dat er in Nederland sinds de controle en registratie van de ECT door de Nederlandse Vereniging van Psychiatrie zelf wordt gedaan, eigenlijk geen gegevens beschikbaar zijn over de ECT-behandeling in Nederland. Het enige dat er is, is een onderzoek dat gedaan is door de heer J. van Waarde die in 2009 een uitgebreide vragenlijst heeft verstuurd naar de 35 instellingen die in Nederland ECT toepassen, waarbij hij op basis van de gegevens van 2008 concludeerde dat er 13.500 ECT-behandelingen per jaar plaatsvinden (4).

CONCLUSIE

Ondanks mooie beloften in de richtlijn ECT is de Werkgroep Electroconvulsietherapie Nederland er niet in geslaagd de hoor hen zelf genoemde transparantie te bieden. Er is eerder sprake van een volledig ontbreken van gegevens over ECT-gebruik. Hierdoor is het onmogelijk om te controleren bij welke diagnoses het wordt toegepast, hoe effectief het is, in welke instellingen ECT’s worden toegepast en wat zoal de ervaringen zijn van de betrokken stroomstootontvangers en hun naaste omgeving.

Het is slechts gissen naar de achtergronden van deze situatie. Wie heeft er voordeel bij als er een schemertoestand blijft bestaan rondom het gebruik van ECT in Nederland?

Burgerinitiatief voor Landelijke ECT Registratie

Omdat ik vind dat mensen die het voorstel krijgen om een ECT-behandeling te ondergaan, of het voorstel krijgen om een familielid aan een stroomstotenbehandeling bloot te stellen, het recht hebben om te weten hoe effectief de behandeling is geweest bij anderen, en wat eventuele risico’s kunnen zijn, heb ik het idee opgevat om zelf een landelijke registratie ECT op te zetten. Als de psychiaters en de overheid deze verantwoordelijkheid niet kunnen dragen, dan zijn de burgers genoodzaakt om zelf helderheid te verkrijgen.

Via Landelijke ECT-registratie (burgerinitiatief) kun je je gegevens (anoniem) aanleveren en de gegevens van anderen inzien.

Laten we hopen dat we op deze manier een bijdrage kunnen leveren aan het helder krijgen van wat er zich in Nederland afspeelt met betrekking tot het gebruik van de ECT-behandeling die via het oproepen van epileptische insulten er naar streeft geestelijke problemen op te lossen. Voor de volledigheid wil ik benadrukken dat er ruimte is voor alle soorten ervaringen met ECT.

VOETNOTEN
(1) https://psychoseanders.wordpress.com/2012/02/29/ect-en-psychose-de-stroom-erop-deel-1/
(2) Deze website heeft het adres: http://www.wenweb.nl zoals deze wordt beschreven binnen de richtlijn van de werkgroep van 2010, zie 3.
(3) http://www.nvvp.net/DecosDocument/Download/?fileName=GIevzXG3Tb8bZjkqp8aM65CICVOzmcHiWmEcz6xw9ZQ&show=1
(4) http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19190510

Helft Nederlandse Pubers heeft wel eens Mild-psychotische Verschijnselen

Hanneke Wigman heeft onderzoek gedaan naar hoe vaak psychotische verschijnselen voorkomen bij pubers (1,2).  Zij vond dat zo’n beetje de helft van de pubers wel eens last heeft van verschijnselen als paranoia, hallucinaties, wanen (zoals grootheidswaan) en ”paranormale” overtuigingen.

Zo zie je maar dat deze zaken vrij vaak voorkomen en dat het misschien wel een normale reactie is van je geest als bepaalde uitdagingen of problemen te groot worden.

Hieraan zou ik nog willen toevoegen dat wat als psychotische verschijnselen wordt beschreven wellicht wel zinvolle copingsmechanismen (3) zijn.

Misschien is het wel helemaal niet zo gek dat je een ”grootheidswaan” ontwikkelt als je vaak wordt gepest, gekleineerd en je jezelf waardeloos voelt. Zo kun je jezelf toch weer recht in de ogen kijken.

Daarnaast zijn pubers misschien ook nog wel gevoeliger en minder afgestompt en mechanisch dan menig volwassene die mee rent in de drukke westerse samenleving, waardoor ze nog een bepaalde openheid hebben voor zaken die later worden neergezet als zijnde ”paranormaal”, maar misschien wel helemaal niet zo vreemd zijn, maar eerder onbekend.

In het onderzoek wordt ook gesproken over het ‘psychotische’ verschijnsel dat je denkt dat mensen zich anders voordoen dan ze zijn, waardoor een gevoel van paranoia kan onstaan. Ook hiervoor lijkt me weer te gelden dat kinderen leren dat veel mensen een soort masker dragen en niet zo makkelijk echt zeggen wat ze denken en voelen. Je kunt je voorstellen dat dit ook uitermate verwarrend is voor jongeren (en niet alleen voor jongeren overigens).

Misschien helpt dit onderzoek van Hanneke Wigman wel mee om het idee aan kracht te laten winnen dat ”psychotische verschijnselen” vaak een normale reactie kunnen zijn op heftige stresserende omstandigheden, in plaats van een aangeboren hersenafwijking. Het wordt pas echt een serieus probleem als de normale reactie steeds extremer wordt, zonder dat de werkelijke stress-factoren worden aangepakt. Lees daar meer over op (4).

VOETNOTEN

(1) http://www.nwo.nl/nwohome.nsf/pages/NWOP_8LHBTM
(2) http://psychoseanders.yolasite.com/allerlei/bijna-de-helft-van-de-nederlandse-pubers-heeft-wel-eens-psychotische-verschijnselen
(3) Copingmechanismen zijn manieren waarop je omgaat met bepaalde zaken/uitdagingen/problemen
(4) https://psychoseanders.wordpress.com/2010/12/15/de-mogelijke-oorzaak-van-bipolaire-manie-de-bipolaire-stoornis/