De Keuze om zonder Antipsychotica te worden behandeld voor Psychoses

Inmiddels zijn er bijna 4 jaar gepasseerd sinds het laatste artikel op deze Psychose Anders site. Misschien ook wel omdat het meeste wel al gezegd is. Cristina wees me echter op een debat dat op juni 2020 wordt georganiseerd in Amsterdam (1) en na even  te hebben gekeken leek het me zeker de moeite waard hier aandacht voor te vragen. Het gaat immers om een vraag die binnen het Psychose Anders denkraam ook van belang is: in hoeverre heb je het recht om zonder antipsychotica geholpen te worden met een psychotische periode?

Het schijnt dat in Noorwegen dit recht zelfs al vastgelegd is in de wet. In Nederland is de richtlijn vooral om mensen juist te voorzien van allerlei chemisch materiaal om de hersenactiviteit af te remmen. Het is hartverwarmend om bij de introductie van dat debat te lezen dat er eigenlijk niet zoveel verschil is tussen de effectiviteit van een antipsychoticum en een placebo:

Waarom is dat zo? We weten uit betrouwbare meta-analysen van randomised trials dat bij een acute psychose de kans op een goede respons 23% is bij behandeling met antipsychotica, en 14% bij behandeling met placebo (1). Sowieso een niet erg indrukwekkend resultaat. En het betekent dat van de 11 mensen met een goede respons op het antipsychoticum, er 10 dat ook op placebo zouden hebben gehad.

Vroeger werd er gezegd dat snelle behandeling met een antipsychoticum belangrijk was omdat onbehandelde psychose slecht zou zijn voor het brein. Maar dit bleek een ‘urban myth’ (2) te zijn.

Ter ondersteuning van deze ‘urban myth’ wordt een artikel aangehaald van Zipurski et al. uit 2013 waarin wordt geconcludeerd dat de nodige hersenschade bij schizofrenie ook verklaard kan worden uit het langdurige gebruik van antipsychotica:

MRI studies demonstrate subtle developmental abnormalities at first onset of psychosis and then further decreases in brain tissue volumes; however, these latter decreases are explicable by the effects of antipsychotic medication, substance abuse, and other secondary factors (2).

In een ander artikel (3) waarnaar verwezen wordt, wordt gesproken over het Dopamine Supersensitiviteit sydnroom (DPS). Ook deze tekst is niet mals (en van de hand van Prof. dr. Jim van Os):

Maakt antipsychotica de psychose erger? Het Dopamine Supersensitiviteit Syndroom (DPS)

Als iemand lang antipsychotica gebruikt zal het lichaam proberen te compenseren voor de effecten van de medicatie. Aangezien antipsychotica werken door de dopamine -D2-receptor te blokkeren, zal het lichaam trachten deze blokkade op de een of andere manier ongedaan te maken. Al in de jaren 60 van de vorige eeuw beschreef de wetenschapper Chouinard dat dit kan leiden tot “’supersensitiviteit’ van de dopamine-D2-receptor waardoor de psychosegevoeligheid juist kan toenemen in plaats van afnemen.

Het is boeiend om te mogen constateren dat er de afgelopen jaren bewegingen zijn die goed aansluiten bij het psychose anders gedachtegoed. De site van ‘psychose net’ lijkt dan ook wel een aanwinst te zijn in de strijd tegen het blindelings verstrekken van medicijnen bij allerlei vermeende ‘geestelijke hersenziektes’. Jim van Os heeft duidelijk niet stil gezeten de laatste jaren!

NOTEN
(1) ggznieuws.nl/home/beperkt-kaarten-beschikbaar-voor-debat-over-medicijnvrije-behandeloptie-psychose/
(2) https://academic.oup.com/schizophreniabulletin/article/39/6/1363/1884403
(3) https://www.psychosenet.nl/antipsychotica-en-dopamine-supersensitiviteit/

Geen Peuleschil II: Ontwenningsverschijnselen bij Afbouwen Psychiatrische Medicatie

Hieronder volgt het tweede deel in de serie ‘Geen Peuleschil’ van Christina. (Klik voor: deel 1)

Het uitgangspunt van deze PsychoseAnders site is dat het mogelijk is om een geestelijke benadering van psychoses te hanteren. In de praktijk worden mensen die met een psychose te maken krijgen, vaak opgenomen en ‘ingesteld’ op psychiatrische medicatie. Vrijwel iedereen die deze middelen slikt, zou dat liever niet doen. Er zitten dan ook veel nadelen en gevaren aan.

Maar pogingen om ermee te stoppen mislukken vaak. Dit omdat het bepaald GEEN PEULESCHIL is!

Deze middelen veranderen het brein. De cellen van het brein passen zich aan aan de veranderingen die door de medicatie worden veroorzaakt. Daarom kan het gebeuren dat iemand die abrupt stopt met deze medicijnen, heftige ontwenningsverschijnselen krijgt. Het brein moet zich als het ware weer ‘terugveranderen’ naar de oorspronkelijke toestand.

Of dat ook echt in alle gevallen kan, is niet bekend. Er wordt zeer weinig onderzoek gedaan naar vragen rond het stoppen met deze middelen.

De algemene mening in de psychiatrie is, dat je doorgaat met slikken en dat dit levenslang moet. En dat als je stopt, je dezelfde symptomen als waarvoor de medicatie gegeven werd, terugkrijgt, soms ook in een ergere mate.

Een punt is echter dat er ook stemmen zijn die zeggen dat een terugkeer van die symptomen geen deel uitmaken van de ‘ziekte’ zelf, maar het gevolg zijn van het ‘afkicken’ van de medicatie. Hoe raar dit ook klinkt, er zijn de nodige theoriën, en ook onderzoeken, die in die richting wijzen. Mogelijk volgt hierover nog een keer een apart artikel. Wil je alvast meer weten, lees dan b.v. ‘Anatomy of an Epidemic’ van Robert Whitaker, of ‘Your Drug May Be Your Problem’ door Peter Breggin en David Cohen (1).

Heel kort een glimp: Breggin en Cohen stellen dat als men jarenlang antipsychotica slikt, waarbij het dopamine systeem wordt onderdrukt, het brein deze onderdrukking gaat compenseren. Als men dan stopt met de medicijnen, dan neemt een overmatig geprikkeld dopaminesysteem het over. Psychotische ontregeling als reactie op het abrupt stoppen met antipsychotische middelen kwam voor bij personen die geen geschiedenis van psychotische symptomen hadden en die de antipsychotica om andere redenen slikten.

Uit het laatstgenoemde boek (‘Your drug may be your problem’) geef ik hieronder een serie verschijnselen weer, die mensen kunnen krijgen wanneer ze stoppen met psychiatrische medicatie. Dat kunnen zoals gezegd de ‘oorspronkelijke’ symptomen zijn, zoals b.v. een psychose, psychotische ‘verschijnselen’ en dat wat b.v. manie of depressie genoemd wordt. Het kan ook gaan om slapeloosheid bij afbouwen van slaapmiddelen, of depressie bij het afbouwen van antidepressiva.

Peter Breggin en David Cohen, hieronder noem ik ze voor het gemak B&C, geven in hun boek ook een overzicht van ontwenningsverschijnselen, op grond van onderzoeken en rapportages.

De opsomming hieronder is niet volledig; ik vat alleen de belangrijkste symptomen samen. Het is een vrije vertaling door mij, dus houd er rekening mee dat het mogelijk niet volledig accuraat vertaald is. Lees als je details wilt, vooral het boek of vraag een deskundige om meer informatie.

Ontwenningsverschijnselen bij antipsychotica:

Deze worden onderverdeeld door B&C in drie soorten.

1. Ontregeling van het cholinergische neurotransmitter systeem van het brein: symptomen die lijken op griep, zoals overgeven, misselijkheid, hoofdpijn, transpireren en een loopneus. Vaak ook emotionele reacties. Deze symptomen duren één tot vier weken, al zijn er ook mensen die langdurig dit soort symptomen ervaren.

2. Abnormaliteiten in de beweging: vaak wordt dit ontwennings-akathisie, ontwennings-parkinsonisme of ontwennings-dystonie genoemd. Onwillekeurige bewegingen, spasmen, een Tourette-achtig syndroom, tics, tremoren. Functies als slikken, praten en ademhalen kunnen ook worden beïnvloed. Soms verdwijnen deze bewegingen weer na een paar weken. Duren ze langen dan vier weken, dan worden ze gediagnosticeerd als tardieve dyskinesie, een ernstige en zeer beperkende bewegingsstoornis. Bij éénderde van de personen verminderen deze verschijnselen na verloop van maanden; bij de meesten zijn ze echter blijvend.

3. Een gevarieerde reeks psychologische en gedragsmatige symptomen, waaronder slapeloosheid, angsten, agitatie, prikkelbaarheid en organische psychose. Psychotische ontwenningsverschijnselen worden ook wel tardieve psychose, overgevoeligheidspsychose, of ontwenningspsychose genoemd. Vaak worden ze vergezeld van abnormale bewegingen, hallucinaties, wanen, verwarring en desoriëntatie.

Over zogenoemde atypische antipsychotica zoals o.a. Risperdal, Zyprexa, Abilify en Seroquel wordt opgemerkt dat het erop lijkt dat ze niet zo veel verschillen van de oudere antipsychotica. Seroquel werkt in op de serotonine in het brein en bij afbouwen krijgt men waarschijnlijk daarom veel van de ontwenningsverschijnselen die ook bij het staken van SSRI’s (antidepressiva) optreden.

B&C concluderen dat waar het gaat om het aantal mensen dat een terugval krijgt, voortgezet gebruik van het middel niet beter uitpakt dan een langzaam afbouwproces. Naar hun mening is voortgezet gebruik echter veel gevaarlijker dan afbouwen in verband met de manier waarop de medicatie het brein beïnvloedt.

Breggin en Cohen vinden dat mensen die ouder zijn dan veertig zo snel mogelijk met antipsychotica zouden moeten stoppen omdat de kans op tardieve dyskinesie groter wordt naarmate men ouder is. Ook raden ze ontwenning van de antipsychotica aan in het geval van personen die deze medicatie al jaren gebruiken en niet langer ernstige of beperkende psychotische symptomen vertonen. B&C noemen antipsychotica zeer gevaarlijke medicijnen, die zo kort mogelijk gebruikt moeten worden.

Ontwenningsverschijnselen bij het stoppen met antidepressiva

1. Bij de zogeheten tricycliden: 20 tot 100 procent van mensen die stoppen met tricyclische antidepressiva ervaart ontwenningsverschijnselen, die qua soort sterk kunnen variëren.

Het hoogste risico lopen degenen die vele jaren met hoge doseringen van deze medicatie gebruikten en die snel afbouwen. Het boek noemt een lijst van zeven soorten afkickverschijnselen, waaronder b.v. klachten van het spijsverteringssysteem, algemene gevoelens van fysiek en geestelijk onwel zijn die doet denken aan griep, emotionele manifestaties zoals spanning, ongedurigheid, geprikkeldheid, depressie en zelfs psychotische manie.

Verdere ontwenningsverschijnselen bij afbouwen van tricycliden zijn mentale problemen zoals een verstoorde geheugenwerking, desoriëntatie en zelfs delirium, slaapproblemen, abnormale bewegingen, spierkrampen, parkinson-achtige verschijnselen en akathisie (innerlijke agitatie die bewegingsonrust geeft). Een laatste verschijnsel dat wordt genoemd is een mogelijk gevaarlijke ontregeling van het hartritme.

2. MAO-remmers: hierover is niet zoveel bekend, er is weinig onderzoek naar gedaan. Een verslag spreekt van serieuze cognitieve beperkingen en catotonie, andere ontwenningsverschijselen die zijn genoemd omvatten agitatie, spanningen, hoofdpijnen, verlaagde bloeddruk, spierzwakte en tintelende sensaties in de huid.

3. Antidepressiva die de serotonine stimuleren (dit zijn o.a. SSRI’s zoals Prozac, Zoloft, Celexa, Paxil, Luvox, Effexor, Wellbutrin, Remeron en Cymbalta): de ontwenningsverschijnselen komen vaak overeen met die van de tricycliden, maar kunnen zich ook uiten als evenwichtsmoeilijkheden, zintuiglijke abnormaliteiten en mogelijk agressieve en impulsieve gedragingen.

4. Atypische Antidepressiva: ook hierover is weinig bekend als het om ontwenningsverschijnselen gaat. Een greep uit de meldingen: duizeligheid, overgeven, benauwdheid, overgeven, sterk transpireren, slapeloosheid, onrust, brandend gevoel in de huid, beperking van motorische vaardigheden, en bij sommige middelen ook manie en hypomanie.

Ontwenningsverschijnselen bij lithium:

Deze vertonen een precieze overeenkomst met de manische symptomen die aanleiding waren om met de lithium te starten, schrijven Breggin en Cohen. Met andere woorden: na stoppen met lithium krijgt men als ontwenningsverschijnsel vaak weer psychotische ‘verschijnselen’ of een volledige psychose.

Ook personen die al lange tijd lithium slikten en schijnbaar heel ‘stabiel’ waren, kunnen snel weer manisch worden nadat men slechts een paar dagen stopt met de lihtium. Uit een overzicht van onderzoek bleek dat 50 procent van de manische episodes die de onderzochte personen ondervonden, optraden binnen drie maanden na het stoppen van de lithium. Er was een toename van 28 procent van het risico op nieuwe manische episodes voor mensen die recentelijk met dit medicijn gestopt waren. Dit is dus gegronde reden om zeer voorzichtig om te gaan met het afbouwen van lithium (2).

Een onderzoek onder 14 ‘patiënten’ en een controle groep van 28 personen liet zien dat het ontwennen van lithium leidde tot een hoog aantal gevallen van terugkeer van de symptomen. Echter, toen deze mensen eenmaal hersteld waren van deze ontwennings-reactie, was hun algehele toestand over de volgende zeven jaar niet verergerd door het stoppen. Dat is goed nieuws voor wie overweegt te stoppen met lithium, schrijven B&C, want dit betekent dat iemand die stopt met lithium net zulke goede vooruitzichten heeft nadat hij of zij eenmaal hersteld is van de ontwenning, als iemand die doorgaat met het slikken van dit middel.

Personen die niet manisch worden na het stoppen van lithiumgebruik, ervaren soms een verhoogde energie en opmerkzaamheid, een verhoogde emotionele respons, een toename in concentratie en minder dorstgevoelens. Naar mijn eigen idee zou het kunnen dat dit tekenen zijn van een terugkeer naar de gevoeligheid die de persoon had vóór hij of zij medicijnen ging slikken. Het kan een tijdje duren om hier aan te wennen.

Ontwenning van anti-epileptica:

Hierover is ook nog niet zoveel bekend, volgens het boek. Wel blijkt dat mensen die afkicken van deze middelen soms epileptische aanvallen krijgen, ook als ze voordat ze begonnen met deze middelen nooit epilepsie hadden. (Dit is een indicatie dat tengevolge van deze medicatie het brein zich aanpast aan het gebruik, en dat het slikken van deze middelen op de lange duur de verschijnselen gaat oproepen die ze juist geacht worden te bestrijden).

Ook zijn er ontwenningsverschijnselen bekend als angsten, spiertrekkingen, beven, gevoel van zwakte, misselijkheid en overgeven.

(1) Op deze site zijn eerder artikelen verschenen rondom het boek ‘Your Drug may be your Problem’,  van Breggin & Cohen. Denk bijvoorbeeld aan ‘ Je Medicijnen kunnen je probleem zijn: beslis zelf‘ en ‘De Mythe van de Chemische Onbalans‘. Over het verschijnsel ‘Intoxication Anosognosia’, oftewel het betoverende effect van psychiatrische medicijnen heeft Sharon een uitgebreide vertaling gemaakt in de vorm van een boeiend drieluik: (deel 1, deel 2 en deel 3).

(2) zie ook het artikel GEEN PEULESCHIL II, over de voorwaarden waaraan je het best kunt voldoen vóór je overweegt te gaan afbouwen met psychiatrische medicatie).

(*) Illustraties respectievelijk afkomstig van http://fiddaman.blogspot.nl/2010_04_01_archive.htmlhttp://oxycontintreatmentdirectory.com/oxycontin-withdrawal/ en http://paxil.net/paxil-side-effects

Zonder Medicatie een goede Mentale Weerstand opbouwen tegen Psychotische Kwetsbaarheid

Laatst ontving ik een bericht van Ralf Arends waarin hij schrijft over de manier waarop hij zonder medicatie erin geslaagd is om om te gaan met zijn psychotische episode en zijn psychosegevoeligheid. Vanzelfsprekend met zijn toestemming wil ik de brief hieronder plaatsen. In het artikel ‘Stoeien met metaforen en begrippen‘ (1) worden vier metaforen genoemd waarmee je naar psychotische verschijnselen zou kunnen kijken. Ralf gebruikt hierbij de medisch model-metafoor om zijn ervaringen in te kaderen.

Ralf: “Bedankt voor het opzetten van deze website. Het valt in één lijn met het gedachtegoed dat ik al ruim twee jaar met succes praktiseer voor het herstel van mijn eigen psychose.

Ik ben eigenlijk vanaf dag 1 sinds mijn vertrek uit de psychiatrische afdeling (mei 2009) volgepropt met antipsychotica. Zware medicatie die voor mij het leven niet meer de moeite waard maakten. Sterk afgenomen seksualiteit, an algehele onderdrukking van levenslust waren voor mij het gevolg.

Ik heb mezelf onderwezen om te herstellen van mijn psychose, zuiver door psycho-educatie, cognitieve gedragstherapie en het lezen van ervaringen van anderen. Ik leef momenteel een vrij aangenaam en rustig leven met een full-time baan en alle nevenactiviteiten die ik had voor mijn psychose. Maar ik leef nog steeds met psychosegevoeligheid.

Ik slik echter geen medicatie. In februari 2011 heb ik mijn psycholoog uitgelegd dat ik wilde stoppen met mijn medicatie omdat ik:

– zelden nog last had van psychotische voortekenen
– een objectieve derde-persoons visie had ontwikkeld waarmee ik mijn eigen onwerkelijke gedachten kon corrigeren.
– mijn psychotische denkbeelden had ontleed en deze had ontdaan van elke betekenis of emotionele lading
– geen angst meer voelde bij het optreden van psychotische voortekenen
– prima kon leven met een onderschatting van de betrouwbaarheid van mijn eigen waarneming ten tijde van psychotische voortekenen
– goed in staat was om te constateren wanneer psychotische voortekenen optraden

zie (3) voor herkomst illustratie

Ik had veel gelezen en ik heb mezelf grondig geconfronteerd met mijn waanideeen die voortvloeiden uit mijn psychose om zodoende mijn eigen waanzin te onderstrepen. Maar mijn behandelaar wist me alleen maar te vertellen dat het erg risicovol was om te stoppen met mijn medicatie.

Ik ben niet tegengewerkt om een poging te wagen en mijn behandelaar was uiterst betrokken, maar anderzijds werd mijn idee om met medicatie te stoppen ook niet aangemoedigd. Hierdoor voelde ik me erg onzeker en was de angst voor terugval groot.

Wanneer ik praat met mijn behandelaar wordt me regelmatig verteld dat ik een uitzondering ben en dat slechts weinig mensen in staat zijn om ‘mijn’ methode (pretentieuze verwoording, excuses hiervoor) te gebruiken en dat afhankelijkheid van medicatie in de meeste gevallen beter is. En daar ben ik het niet mee eens.

Ik ben slechts een ervaringsdeskundige, maar ik zou met zoveel liefde anderen met deze ziekte helpen. En jullie hebben een prachtig platform. Ik heb verhalen klaar. Ik heb in een verschrikkelijke wereld gezeten en ik realiseer me dat het leven (zelfs met medicatie) een hel is, wanneer je geen rationele positie kunt innemen t.o.v. je eigen ziekte en je betekenis blijft verlenen aan je eigen wanen.

De irritatie die ik heb met behandeling van psychoses door medicatie ligt meer in het concept. Want van pillen leer je helemaal niks. Het is zuivere symptoombestrijding (in dit geval door de onderdrukking van externe impulsen). En je creeert afhankelijkheid en het geloof dat een terugval onvermijdelijk is, wanneer je ophoudt.

Er is tijdens mijn psychose niemand geweest die ook maar heeft geprobeerd om me uit te leggen wat er aan de hand was. Mijn behandelaar kwam pas in beeld nadat ik ontslagen was uit het ziekenhuis. Ik had graag gewild dat er tijdens mijn opname iemand was geweest die me had uitgelegd dat ik gewoon aan het trippen was en die een poging had gewaagd om me eruit te praten. Iemand die me had uitgelegd dat alles dat ik op dat moment meemaakte, slechts een verandering was in ‘mijn perceptie van de realiteit’ en niet een verandering in de realiteit zelf.

Ik ben momenteel bezig met het uitschrijven van mijn verhaal. Heel kort door de bocht komt het er op neer dat ik het mogelijk acht om zonder medicatie een gezonde mentale (en zeer leefbare) weerstand op te bouwen tegen psychosegevoeligheid.

De lullige constructie aan de ziekte is dat, als ik forums lees en naar mezelf kijk, de grootste initiator en stressfactor voor terugval juist de angst is voor een volgende psychose. De grootste wens voor mensen met deze ziekte is om het vertrouwen terug te winnen in de eigen waarneming. Maar ook dit verandert niks aan de verwarring die velen een leven lang meedragen t.g.v. de ervaringen tijdens hun psychose.

Het voornaamste doel van de methode die ik heb toegepast op mezelf is het wegnemen van de angst. Het idee erachter is dat iemand die met een schuin oog kijkt naar de betrouwbaarheid van zijn waarneming, in feite niet psychotisch kan worden. Mensen kunnen de meest afgrijselijke dingen zien in horrorfilms en toch niet verward raken. Omdat ze weten dat het een berg onzin is en verder geen conclusies verbinden aan wat ze gezien hebben.

Psychotische Denkbeelden en Hun Mogelijke Betekenissen‘ (2) is voor mij een aftekenlijst voor alles wat ik heb meegemaakt. Heel trefzeker.”

VOETNOTEN

(1) https://psychoseanders.wordpress.com/2012/04/24/stoeien-met-metaforen-en-begrippen-4-manieren-om-te-kijken-naar-psychiatrische-symptomen/
(2) https://psychoseanders.wordpress.com/2010/03/16/psychotische-denkbeelden-en-hun-mogelijke-betekenis/
(3) http://www.shreyanandy.blogspot.com/2010/12/man-in-glass-by-anonymous.html

Het betoverende effect van psychiatrische medicijnen (Deel I)

De Amerikaanse psychiater Peter Breggin publiceerde in 2006 een artikel in ‘Ethical Human Psychology and Psychiatry’ getiteld: ‘Intoxication Anosognosia: The Spellbinding Effect of Psychiatric Drugs’. Peter Breggin wijst er al decennia op dat ALLE fysieke behandelingen in de psychiatrie werken door middel van het veroorzaken van een storing in het brein en het beschadigen van bepaalde hersenfuncties.

In zijn artikel schrijft hij over één specifiek schadelijk aspect van psychiatrische medicijnen dat hij ‘The Spellbinding Effect’ genoemd heeft. Vertaald zou je het ‘Het betoverende effect’ kunnen noemen.

Veel mensen gebruiken legale, recreatieve middelen zoals cafeïne, nicotine en alcohol ondanks de waarschuwingen voor hun schadelijke effecten. Ook zijn er mensen die illegale drugs gebruiken zoals amfetamine, cocaïne en heroïne ondanks pogingen hen op de gevaren hiervan te wijzen.

Verder is er een groot percentage van de bevolking dat psychiatrische medicatie gebruikt – inclusief antidepressiva en stimulerende middelen zoals Ritalin en Concerta – waarvan de veiligheid en effectiviteit meer en meer ter discussie staan bij onder andere de FDA. (Food and Drug Administration, V.S.)

Waarom slikken zoveel mensen psychiatrische medicatie? Zelfs ondanks de duidelijke schadelijke effecten en vaak twijfelachtige voordelen? Er zijn natuurlijk zeer veel uiteenlopende redenen waarom mensen ervoor kiezen middelen te gebruiken die de hersenfuncties op een negatieve manier beïnvloeden.

In het genoemde artikel focust Breggin zich op één specifiek biologisch mechanisme dat het gebruik van deze middelen aanmoedigt en soms zelfs lijkt af te dwingen.

In het verleden hebben de meeste waarschuwingen over de verleidelijke effecten van drugs zich gericht op recreatieve en illegale middelen. Maar kunnen dezelfde of vergelijkbare effecten gevonden worden in ALLE psychoactieve middelen, inclusief voorgeschreven psychiatrische medicatie?

Er bestaat toenemend bewijs dat de meeste psychiatrische medicijnen veranderingen in de hersenen veroorzaken waardoor afhankelijkheid en ontwenningsproblemen kunnen optreden wanneer men met het middel probeert te stoppen. (Breggin, 1997; Breggin & Cohen 1999.)

Maar afhankelijkheid en ontwenningsproblemen op zich verklaren het wijdverspreide gebruik van psychoactieve stoffen inclusief niet-verslavende psychiatrische middelen zoals antidepressiva, lithium en antipsychotica niet volledig.

Medication MadnessPeter Breggin heeft jarenlang tientallen klinische en forensische zaken onderzocht waar individuen suïcidale, gewelddadige of criminele neigingen of gedragingen ontwikkelden terwijl ze onder invloed waren van psychiatrische drugs.

In zijn boek ‘Medication Madness’ beschrijft hij uitgebreid verschillende voorbeelden van mensen zonder criminele voorgeschiedenis die onder invloed van meestal combinaties van psychiatrische medicijnen plotseling in staat bleken tot de meest afschuwelijke, criminele daden.

Breggin heeft in verschillende rechtszaken bepleit dat de wandaden die sommige mensen begingen, het gevolg waren van een organische, door drugs veroorzaakte neurologische stoornis en niet door één of andere geestelijke stoornis.

Door zijn getuigenissen zijn meerdere mensen ‘niet schuldig’ bevonden vanwege ontoerekeningsvatbaarheid veroorzaakt door psychiatrische drugsvergiftiging.

De meeste mensen die Breggin onderzocht in deze zaken, verklaarden gedurende hun medicijngebruik dat het uitstekend met hen ging, soms zelfs beter dan ooit tot ze het gebruik ervan staakten en inzagen wat er met hen gebeurd was.

Bij alle gevallen die hij beschrijft in zijn boek, waren de suïcidale, gewelddadige of criminele gedragingen totaal afwijkend wanneer er gekeken werd naar het leven van het individu voorafgaand aan zijn daden. De daden werden nooit herhaald nadat de persoon stopte met de medicatie.

In alle onderzoeken die Peter Breggin verrichtte, bleken de personen zich absoluut niet te realiseren hoe bizar en onkarakteristiek ze zich gedroegen en dat ze onder invloed zouden kunnen zijn van psychiatrische drugs.

Ze realiseerd en zich pas wanneer het gebruik gestaakt werd hoe irrationeel en desastreus hun gedrag was. (Bekendheid met de effecten van de medicatie voorkwam het betoverende effect niet altijd: Breggin onderzocht namelijk ook diverse artsen die het slachtoffer waren van deze drugsvergiftiging.)

Bovenstaande reacties op psychiatrische medicatie zijn natuurlijk erg extreem en zeker geen algemeen kenmerk van mensen die blootgesteld worden aan deze middelen.

Breggin is er echter van overtuigd dat ze inzicht bieden in de door drugs geïnduceerde fenomenen die de meeste – zo niet alle – individuen beïnvloeden die afdoende medicatie krijgen om hun mentale conditie te wijzigen.

HET BETOVERENDE EFFECT OF ‘INTOXICATIE ANOSOGNOSIA’

Er zijn drie thema’s die door alle onderzochte zaken van Breggin heenlopen:

Ten eerste zijn de individuen er niet toe in staat in te zien dat ze op een irrationele, onkarakteristieke manier handelen. Ten tweede zijn ze er niet toe in staat de medicatie aan te wijzen als iets dat op de één of andere manier een rol speelt in hun drastisch veranderde mentale processen en activiteiten. Ten derde denken ze vaak dat de medicatie helpt hoewel ze het soms zelfs blijven innemen terwijl ze duidelijk mentaal achteruit gaan.

Deze thema’s leidden ertoe dat Breggin meer onderzoek begon te verrichten naar wat hij in eerste instantie identificeerde als het ‘betoverende effect’ van psychoactieve drugs –technisch gesproken intoxicatie anosognosia; het niet kunnen herkennen van de schadelijke mentale effecten van psychoactieve middelen en de bijkomende neiging hun positieve mentale effecten te overdrijven.

Dit betoverende effect is volgens Breggin waarschijnlijk de voornaamste reden dat psychoactieve drugs zo vaak gebruikt worden. Het betoverende effect van psychoactieve drugs leidt ertoe dat mensen diep in de problemen kunnen raken voordat ze in de gaten hebben wat ze zichzelf en anderen aandoen.

Hetzelfde betoverende effect zorgt ervoor dat veel psychiatrische patiënten voorgeschreven medicatie accepteren zonder zich te realiseren hoe ernstig deze hen schaadt en hoe weinig ze hen helpt.

 

DE RELATIE TOT HET HERSENBESCHADIGENDE PRINCIPE
Het betoverende effect is een uitvloeisel van een serie observaties die Breggin eerder ‘Het hersenbeschadigende principe van psychiatrische behandeling’ heeft genoemd. (Breggin, 1997) Het hersenbeschadigende principe houdt in dat ALLE biopsychiatrische behandelingen het disfunctioneren van de hersenen veroorzaken, dat hersenbeschadiging het primaire “therapeutische” effect is en dat behandelingen als succesvol worden beschouwd wanneer deze beschadiging als een verbetering wordt geïnterpreteerd.
Het principe is van toepassing op lobotomie, elektroshock en alle psychiatrische medicatie.

In samengevatte vorm volgen hieronder de eerste vier van de elf hersenbeschadigende principes (Breggin, 1997):

 

  1. Alle biopsychiatrische behandelingen hebben één werkingsmechanisme met elkaar gemeen: – de verstoring van het normale functioneren van het brein. Geen enkele behandeling verbetert de breinfunctie.
  2. Alle werkzame biopsychiatrische interventies veroorzaken het algemene disfunctioneren van de hersenen: Zowel de emotionele als de cognitieve functies. In een enigszins dosisafhankelijke manier, verstoren alle biopsychiatrische interventies de globale mentale functie.
  3. Biopsychiatrische behandelingen produceren hun “therapeutische” effect door middel van het beschadigen van het hogere, menselijke functioneren, inclusief het emotionele reactievermogen, sociale gevoeligheid, zelfbewustzijn of zelfinzicht, autonomie en zelfbepaling. Drastischere effecten zijn onder andere apathie, euforie en lobotomieachtige onverschilligheid. Wanneer de verstoring in het normaal functioneren als voordelig wordt geïnterpreteerd, wordt de behandeling als succesvol beschouwd. Het functioneren wordt vaak door de arts of familie als voordelig geïnterpreteerdmaar niet door de patiënt zelf. Soms prefereren patiënten zelf de verstoorde staat omdat het hun zelfbewustzijn en lijden dempt, een kunstmatige euforie veroorzaakt of als gevolg van placebo-effecten.
  4. Iedere biopsychiatrische behandeling produceert zijn essentiële of primaire hersenbeschadigende effect op alle mensen, inclusief normale vrijwilligers en patiënten met variërende psychiatrische diagnoses. Het effect is niet specifiek voor een bepaalde psychiatrische stoornis. Tot de mate waarin het gemeten kan worden, treedt dit effect op in alle normale zoogdieren.
Antipsychotica beschadigen bijvoorbeeld de basale ganglia en het functioneren van de voorste hersenkwab wat desinteresse en mat gedrag veroorzaakt en individuen apathischer en volgzamer maakt. (Breggin, 1997)

Benzodiazepines verhogen de GABA-zuurfunctie  die een algemene onderdrukking van de functie van het centrale zenuwstelsel veroorzaakt en uiteindelijk slaap en anesthesie veroorzaakt bij alle mensen en zoogdieren en soms angst gedurende het proces afzwakt. (Breggin, 1998a)

Stimulerende medicatie (zoals bijvoorbeeld Ritalin) beschadigt eveneens het functioneren van de basale ganglia en de voorste hersenkwab waardoor spontaniteit onderdrukt wordt, obsessief dwangmatig gedrag in alle mensen en zoogdieren geproduceerd wordt en waardoor kinderen minder sociaal, gehoorzamer, meegaander en volgzamer worden. (Breggin 1999a, 1999b)

De SSRI antidepressiva verstoren de serotonine neurontransmissie in het gehele brein die mentale effecten veroorzaakt die niet gemakkelijk te meten zijn bij dieren. Bij mensen veroorzaken ze een reeks beschadigingen; van het afvlakken van emoties tot aan een stimuleringssyndroom met euforie en manie, die allemaal soms geïnterpreteerd worden als een verbetering door anderen of worden ervaren als een verlichting door de patiënt. (Breggin, 2003)

Het betoverende effect definieert een specifieke nuance van het hersenbeschadigende principe: De neiging van individuen om op hersenbeschadigende effecten te reageren door het bestaan of de ernst ervan niet op te merken, het niet in staat zijn deze te linken aan het medicijn, het overschatten van de veronderstelde voordelen en soms het begaan van dwangmatige destructieve daden.

Ieder psychoactief middel kan mentaal disfunctioneren veroorzaken en leiden tot betovering. Ook sommige non-psychiatrische medicijnen kunnen potentieel leiden tot het mentaal disfunctioneren en intoxicatie anosognosia (betovering) zoals bijvoorbeeld cardiovasculaire medicijnen, medicijnen tegen een hoge bloeddruk, steroïden en zelfs sommige soorten antibiotica. (Farlow and Hake, 1998)

voor deel 2: https://psychoseanders.wordpress.com/2011/03/23/het-betoverende-effect-van-psychiatrische-medicijnen-deel-ii/

 

Strijd tegen Stigma is Strijd voor Diagnose-acceptatie

SKIZ’O, ANOIKSIS EN HERSTEL

Vandaag kreeg ik het blad Skiz’o onder ogen. Dit blad, dat begin oktober 2010 is gepresenteerd tijdens de landelijke dag van Anoiksis, staat symbool voor de start van een nieuwe langjarige campagne tegen het stigma dat kleeft aan de diagnose Schizofrenie. Je kunt het tijdschrift als pdf downloaden.

 

Skiz'o: het antistigmablad van Anoiksis

 

In het verleden is er vanuit Psychose Anders al eens aandacht besteed aan de ‘vereniging voor mensen met schizofrenie, psychoses of aanverwante stoornissen’. In het artikel Oppassen voor Anoiksis en Ypsilon wordt uiteengezet dat beide organisaties een belangrijke rol lijken te spelen in het bestendigen van het medische perspectief op psychotische verschijnselen.

Op die pagina wordt dan ook geadviseerd om – indien je werkelijk weer volledig gezond wilt worden – je je zo ver mogelijk te houden van deze verenigingen. Zodra je namelijk je geest gaat voeden met de ideeën die verkondigd worden binnen deze organisaties dan loop je een groot risico je eigen vermogen tot zelfgenezing te verliezen.

De kans is dan namelijk aanzienlijk dat je een realiteit gaat accepteren die stelt dat je een hersenaandoening hebt en nooit meer normaal zult worden. Soms wordt er nog gesproken over remissie en tegenwoordig kun je geconfronteerd worden met een misleidende beweging die de herstelbeweging wordt genoemd (zie daarover meer op Herstel: het een beetje beter doen, maar nog steeds geestelijk ziek?), waarbij werkelijk herstel niet meer als doel wordt gesteld, maar acceptatie en ‘er mee leren leven’, vaak met het blijven nemen van een onderhoudsdosering antipsychotica.

STRIJD TEGEN STIGMA

 

Stigmastrijd Complex m.b.t. Schizofrenie

 

De vereniging Anoiksis is een campagne begonnen tegen stigmatisering omdat veel mensen bij ‘schizofrenie’ denken aan mensen die raar en gek zijn en dat je er voor moet oppassen.

Een strijd tegen een psychiatrische stigma is in mijn ogen vaak lastig omdat er wel degelijk een kern van waarheid inzit. Mensen in de psychiatrie en die ook in de psychiatrie blijven hebben vaak ook rare trekken.

Ze zeggen het zelfs immers ook dat ze een ziekte hebben, vaak in hun hoofd, waardoor ze gestoord zijn in hun normale functioneren en voor de rest van hun leven afhankelijk zijn van de zorg en nauwelijks meer hun eigen geld kunnen verdienen.

Het is dan ook wat tegenstrijdig om enerzijds te zeggen dat je wilt dat het volk mensen met schizofrenie gaat zien als bijna normale mensen met een handicap terwijl de betrokkenen zelf benadrukken dat ze een ernstige ziekte hebben die hun leven grotendeels ten nadele beïnvloed.

TEGEN STIGMA = VOOR ZIEKTE-ACCEPTATIE

Vanuit het Psychose Anders perspectief wordt het gedrag dat gekoppeld wordt aan schizofrenie niet geaccepteerd als zijnde het resultaat van een chronische hersenaandoening.  Sterker nog: het geloven in een dergelijke hersenaandoening is het slechtste wat je kunt doen omdat het je vertrouwen in je eigen vermogens om de oorzaken van de (levens) problemen te achterhalen, grotendeels vernietigt.

Je gaat je zelf zien als ziek slachtoffer dat nooit meer werkelijk zal herstellen en dat altijd moet vrezen voor een nieuwe verwoestende en ontwrichtende psychotische uitbarsting. Als je accepteert dat je schizofrenie hebt (of je het nu Disfunctioneel Perceptie Syndroom of Salience Dysregulation Syndrome noemt maakt dan niet uit) en daardoor gelooft dat er iets niet goed werkt in je hoofd, dan maak je werkelijk herstel haast onmogelijk.

In die zin is de diagnose schizofrenie een nocebo (=tegenovergestelde van placebo) van de grootste orde. Je dan ook nog eens – via een antistigmacampagne – inzetten om de hele wereld ervan te overtuigen dat het OK is om schizofrenie als hersenaandoening te accepteren is dan dubieus.

Immers je lijkt daarmee te stellen dat eigenlijk iedereen moet weten dat je er eigenlijk ook maar niks aan kunt doen. Eigenlijk ben je dan niet alleen bezig met een propagandacampagne waar de farmaceutische industrie en de GGz haar vingers bij aflikken, maar je bent vooral bezig mensen ervan te overtuigen dat je ook maar een willoos slachtoffer bent van een haast ongeneeslijke ziekte.

Uiteindelijk is dat de doodsteek voor jezelf. Want hiermee verkwansel je het vertrouwen in de mogelijkheid dat er redenen waren waardoor je hersenen begonnen over te koken, en dat zodra je je durft te openen voor het aanpakken van deze vaak onaangename problemen, je hersenen zich net zo makkelijk weer aanpassen en weer tot rust komen.

zie ook: Het belang van Ziekte-Geloof en Psycho-Educatie: het verspreiden van Geestverlammende Informatie

Illustraties afkomstig van Skiz’oMambo en Stedebroec in Beeld

Het Placebo-effect van Antipsychotica

In dit artikel wil ik beargumenteren dat de vermeende werking van antipsychotica voor een aanzienlijk deel bepaald zou kunnen worden door het geloof dat mensen hebben in hun medicatie. Het feit dat de nodige patiënten terugvallen zodra ze stoppen met hun hersenfunctie-beïnvloedende middelen zou in die zin eveneens verklaard kunnen worden door het sterke geloof dat je deze middelen nodig hebt om gezond te blijven.

Laatst heb ik met interesse een recente documentaire gezien (genaamd ‘the Living Matrix’, zie youtube-filmpje hierboven) waarin vooruitstrevende wetenschappers overtuigend beargumenteren dat zoiets ontastbaars als ‘velden’ meer oorzakelijke werkelijkheidswaarde hebben dan materie. Zij beweren dat deze velden het vormgevende principe zijn voor de vorming en het onderhouden van materie en ook het lichaam.

Gedachten en het werkelijk geloven in iets, zouden zó’n sterke invloed kunnen hebben op het eventuele resultaat en een genezingsproces, omdat gedachten veel meer lijken op die velden dan op materie waardoor ze dus ook een grotere scheppende kracht zouden hebben.

Bruce Lipton Het zogenaamde placebo-effect zou wel eens beter omschreven kunnen worden als het effect dat teweeg wordt gebracht door de activering van het zelfgenezend vermogen van mensen.

In de documentaire wordt verwezen naar een onderzoek naar mensen die artritis hadden (waarschijnlijk wordt verwezen naar ‘Placebo knie-operatie werkt net zo goed‘) in hun knie. Er werden drie groepen samengesteld: twee groepen werden geopereerd op twee manieren; bij de derde groep werd de knie geopend en meteen weer gesloten: er werd verder niets gedaan.

Het wonderlijke was dat niet alleen alledrie de groepen erop vooruit gingen, maar vooral de placebogroep deed het uiteindelijk het beste! Met andere woorden, vooral het idee dat hun knie was geopereerd was voldoende om de klachten te laten verdwijnen!

In de documentaire spreekt Lynne McTaggart (de auteur van inspirerende werken als ‘Het Veld’ en ‘Het Intentie-experiment) over haar gewijzigde houding ten opzichte van chemo-therapie. Voorheen adviseerde ze mensen vooral om géén chemo te doen omdat het vaak niet hielp en het heel erg slecht is voor het lichaam.

Ze is daar echter op teruggekomen en nu zegt ze dergelijke dingen niet langer omdat ze ervan overtuigd is geraakt dat als mensen werkelijk geloven dat de chemotherapie hen helpt het zogenaamde zelfgenezende vermogen (of het placebo-effect) maximaal kan werken, ondanks de chemotherapie.

Vanaf dat punt is de sprong ook makkelijk gemaakt naar de mogelijkheid dat ook dit placebo-effect een enorme invloed heeft op de ‘werking’ van antipsychotica. Omdat haast iedere professional om je heen zegt dat het van groot belang is om antipsychotica te slikken is het haast onvermijdelijk dat je er ook daadwerkelijk in gaat geloven. En juist dit geloof in de werking van antipsychotica zou er wel eens voor kunnen zorgen dat veel van de klachten verdwijnen.

Naast dit placebo-effect is er echter ook een schaduwvariant, namelijk het nocebo-effect: als je ervan overtuigd bent dat er de meest verschrikkelijke dingen kunnen gebeuren als je stopt met het nemen van antipsychotica dan is alleen je geloof erin al voldoende om deze verschrikkelijke verwachtingen te doen uitkomen.

Door de uiterst succesvolle marketingtechnieken van ‘wetenschappelijke’ farmaceuten wordt vooral het geloof in de werking gepusht waardoor het placebo-effect maximaal effectief wordt.

In die zin kan het goed zijn om vooral te geloven in de werking van de antipsychotica omdat het je zelfgenezend vermogen kan activeren. Het nadeel is niet alleen dat antipsychotica geen suikersnoepjes zijn en daardoor wel degelijk de nodige giftige effecten hebben op je lichaam,  maar bovendien kan de sterkte van dit geloof er ook voor zorgen dat je erg ziek zult worden zodra je ermee stopt.

Een self-fulfilling prophecy met een enorme kracht zou je kunnen zeggen.

In een tijd waarin er vanuit het noëtische bewustzijnsonderzoek steeds meer wetenschappelijk onderbouwde bewijzen worden geleverd voor de invloed van de geest op het lichaam en de materie (wat begon bij de ontdekking van waarnemerseffect in de kwantumfysica in de jaren 1920), is het in mijn beleving nog slechts een kwestie van tijd voordat steeds meer mensen zich bewust worden van dit zelfgenezende (placebo)-vermogen en dat niet langer hoeven te koppelen aan allerlei farmaceutische producten.

Aanbevolen literatuur: De Biologie van de Overtuiging door Bruce Lipton. Zie verder: Het Belang van Ziekte-geloof en Mag je Antidepressiva alleen voor het Placebo-effect Voorschrijven?

De Mythe van de Chemische Onbalans in de Hersenen

Éen van de doelen van het Psychose Anders project is het verschaffen van informatie die mensen meer vertrouwen kan bieden in het activeren van hun eigen zelfherstellend vermogen.  In de onderstaande bijdrage van Sharon kunnen we meer achtergronden lezen met betrekking tot het binnen de psychiatrie populaire idee dat er sprake zou zijn van een biochemische onbalans in de hersenen bij mensen met schizofrenie, een bipolaire stoornis, depressie etc.

Het zou zo maar eens kunnen zijn dat deze hele theorie vooral niet veel meer is dan een theorie, en dan bovendien een vrij speculatieve ook. Veel wijsheid met het volgende deel uit het boek ‘Your Drug May be your Problem’ van Peter Breggin en David Cohen. Vergeet ook niet de noot van de vertaler onderaan het artikel!

KUNNEN WE TESTEN OP BIOCHEMISCHE ONBALANS?

Vanwege ethische en legale beperkingen, kunnen onderzoekers geen studies uitvoeren waarvan zeker is dat ze hersenbeschadiging veroorzaken bij menselijke proefpersonen. Het is hen bijvoorbeeld niet toegestaan elektronen te implanteren of om minutieuze hoeveelheden drugs in het hersenweefsel van levende patiënten te injecteren om de effecten van experimentele drugs te testen.

Omdat er geen andere manier is om het te doen, wordt het basis biochemisch onderzoek met betrekking tot drugeffecten eerder uitgevoerd op dieren dan op mensen. De meeste informatie over het biochemische effect van een psychiatrische drug wordt afgeleid uit het uitvoeren van testen op levende dierenhersenen of, vaker, door het doden van de dieren om hun hersenweefsel te kunnen onderzoeken na blootstelling aan drugs.

Bovendien mankeert er bijna nooit iets aan de dieren; de medicijneffecten worden bestudeerd in gezonde zoogdieren hersenen.

Kortom, wanneer onderzoekers uitleggen hoe een psychiatrisch medicijn zoals Prozac of lithium de biochemie van het menselijk brein beïnvloedt, baseren zij dit bijna volledig op dierenonderzoek dat uitgevoerd is op normale zoogdieren hersenen in plaats van op studies bij mensen met veronderstelde biochemische onbalansen in hun hersenen!

Het concept van biochemische onbalans in mensen die gediagnosticeerd zijn met depressie, angst of andere ‘stoornissen’ blijft enorm speculatief en zelfs verdacht.

Hoewel we uitvoerige redenen hebben te twijfelen aan de betrouwbaarheid van dit concept, is er op dit moment geen manier de betrouwbaarheid hiervan te bewijzen. In het bijzonder ontbreekt het ons aan technische capaciteit om biochemische concentraties te meten in de synapsen tussen zenuwcellen. Hoewel medicatieadvocaten vaak spreken met ogenschijnlijk vertrouwen over hoe psychiatrische drugs biochemische onbalans in het brein herstelt, zijn ze vooral bezig met pure speculatie of ze gebruiken een manier van spreken waarvan ze weten dat het zal resoneren bij hun publiek.

Er is weinig bewijs voor het bestaan van één van zulke onbalansen en absoluut geen manier om te demonstreren hoe de drugs hierop invloed hebben als ze wel zouden bestaan.

ZE VEROORZAKEN EERDER BIOCHEMISCHE ONBALANSEN DAN DAT ZE ZE GENEZEN

Zoals bevestigd in dierenonderzoek, hebben alle psychiatrische medicijnen een direct effect op de normale chemie van de hersenen door deze te verstoren. Van Ritalin bijvoorbeeld, is bekend dat het overactiviteit produceert in drie van de neurotransmittersystemen van het brein: dopamine, norepinephrine en serotonine.

Maar, het feit dat een drug de hersencelactiviteit verhoogt, impliceert in geen geval dat het de gedragsactiviteit verhoogt.

In het geval van stimulanten zoals Ritalin of amfetamine, zijn de effecten op mensen zeer gecompliceerd, variabel zelfs in dezelfde gebruiker op verschillende tijden en soms inconsistent. Vaak temperen of verdoven ze degenen die ze innemen, wat hen meer gedwee en beheersbaar maakt. Dit is precies waarom ze worden gebruikt bij het behandelen van gedragsproblemen bij kinderen.

Maar op andere momenten, produceren stimulanten tegenovergestelde effecten die sommige kinderen en volwassenen hyperactief en impulsief maakt.

Prozac, Zoloft, Paxil (=Seroxat)  en Luvox (=Fevarin) produceren hyperactiviteit in het serotonine systeem; maar aangezien serotoninezenuwen zich uitstrekken door het gehele brein, zijn de effecten wijdverspreid en hebben uiteindelijk betrekking op andere neurotransmittersystemen zoals dopamine.

De lichtere tranquillizers zoals Xanax, Valium, Klonopin en Ativan produceren hyperactiviteit in weer een ander neurotransmittersysteem, GABA; maar GABA activatie genereert / produceert een onderdrukkend effect op het algeheel functioneren van de hersenen.

Het is belangrijk om dit in gedachten te houden: het brein wordt altijd beschadigd door psychiatrische medicijnen. Als een drug sterk genoeg is om een verondersteld positief effect te hebben, dan verstoort het de normale breinfunctie.

Hoewel deze conclusie controversieel mag lijken, wordt dit ondersteund door gezond verstand en een enorme hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek dat tot in detail de biochemische onbalans in het brein beschrijft dat gecreëerd wordt door het gebruik van psychiatrische medicatie.

Deze door drugs geïnduceerde biochemische onbalansen veroorzaken gewoonlijk psychiatrische stoornissen in de routinematige psychiatrische praktijk. Een stuitend voorbeeld van hoe ver onderzoekers kunnen gaan om schade veroorzaakt door psychotropische drugs te ontkennen, wordt geïllustreerd door een rapport waarin onderzoekers gliosis aantroffen – littekenweefsel rondom neuronen dat een kenmerk is van celdood en degeneratie – in gezonde resusaapjes nadat ze antipsychotica kregen toegediend.

De onderzoekers stelden desalniettemin dat gliosis ‘voordelig zou kunnen zijn voor de cordiale functie ondanks de negatieve connotatie van de term ‘gliosis’ door de lang gevestigde associatie met neurondegeneratieve processen’!
(pp.51-53)

Er is al eerder een stuk vertaald uit dit boek. Dat deel kun je vinden in het artikel ‘Je Medicijnen kunnen je probleem zijn: beslis zelf‘. Het boek heeft een volledig herziene druk gehad in 2007 en is bestelbaar bij de betere boekhandel (of gewoon op internet).

Noot van de vertaler;

Bijna acht jaar geleden werd ik voorzien van een psychiatrisch stigma waarvan ik tot dat moment nog nooit gehoord had.  Vanwege het feit dat ik een gedwongen opname, gedwongen medicatie en eenzame opsluiting in een isoleercel had moeten ‘ondergaan’ voelde ik mij alsof mijn menswaardigheid van me af genomen was. Ik was het rijk der geesteszieken binnengetreden.

Geduldig werd mij uitgelegd dat ik een aangeboren, chemische onbalans in mijn hersenen had. Ondanks dat ik op dat moment volledig gedrogeerd was door de onder dwang geïnjecteerde anti-psychotica, voelde ik mij afglijden tot een soort inferieur wezen.

Ik was van een getalenteerde, intelligente en maatschappelijk succesvolle vrouw plotseling afgegleden tot iemand bij wie ‘een steekje los’ zat. Vervolgens werd mij verteld dat er gelukkig een middel tegen bestond; als ik dit medicijn de rest van mijn leven zou slikken, zou de onbalans in mijn hersenen weer in balans komen.

Het middel had wat minimale bijwerkingen zei men maar als ik iedere 3 maanden mijn bloedspiegel liet controleren, was er niets aan de hand. Ik zou in mijn dagelijks leven absoluut geen enkel effect ondervinden van het medicijn behalve dat ik misschien wat vaker dorst zou hebben en misschien wat in gewicht zou aankomen. Ook had dit medicijn geen enkel schadelijk effect op de lange termijn.

Zoals iedereen het met de paplepel krijgt ingegoten, geloofde ik de ‘dokter’ op zijn woord.

Tot…. Een jaar geleden.

Een jaar geleden ben ik begonnen met een fanatiek onderzoek naar mijn eigen Waarheid. Na wat speurwerk in diverse boeken en op internet, kwam ik erachter dat ik altijd wel erg gemakkelijk alles ter kennisgeving aangenomen had wat bijvoorbeeld in de reguliere media wordt voorgeschoteld.

Uiteindelijk kwam ik als vanzelf uit bij de vraag; ‘En hoe zit het dan met mijn veronderstelde geestesziekte?’

Google-zoekopdrachten maakten mij echter neerslachtig en verdrietig. Zonder uitzondering resulteerden deze zoekopdrachten in ongeveer deze bewoordingen; ‘deze ziekte is niet te genezen maar de symptomen kunnen beheersbaar gemaakt worden door het gebruik van (vaak levenslange) medicatie. Het is belangrijk dat de patiënt inzicht krijgt in de symptomen door bijvoorbeeld psycho-educatie en ook dient de levenswijze aangepast te worden’

Pas veel later realiseerde ik me dat de meeste websites die ik destijds bezocht, gesponsord worden door de grote farmaceutische bedrijven (zie bijv. Helemaal te gek te gek!)

Momenteel gebruik ik nog steeds psychiatrische medicijnen maar heb ik deze (zeer geleidelijk) succesvol tot de helft afgebouwd.

Aanvulling 7 april 2011: Depression is NOT a chemical Inbalance in your brain.

Je Medicijnen kunnen je Probleem Zijn: Beslis Zelf

Hier volgt een vertaling uit het boek van P.R. Breggin (M.D.) en David Cohen (phD) ‘Your Drug May be your Problem‘. Het betreft de pagina’s 138-139 van de paragraaf: Beslis voor jezelf. Met hartelijke dank aan Sharon voor deze bijdrage.

BESLIS VOOR JEZELF

Ervoor kiezen om van psychiatrische medicijnen af te komen, zou je eigen, persoonlijke beslissing moeten zijn. Het zou niet wijs zijn om iemand anders voor jou te laten beslissen of je drugs in zou nemen of zou stoppen ze in te nemen.

Meningen over de bruikbaarheid van drugs variëren behoorlijk. Zoals de lezer inmiddels weet, geloven wij dat medicijnen innemen om emotionele, psychologische en sociale problemen op te lossen in het beste geval een misleidende, tijdelijke en oppervlakkige oplossing is.

Maar andere mensen geloven dat deze drugs erg behulpzaam zijn, zelfs levensreddend, en sommige anderen kunnen zich niet echt voorstellen ooit zonder te kunnen. We hebben veel individuen ontmoet die een diep geloof hebben in psychiatrische medicijnen.

Sommigen zijn er uiteindelijk vanaf gekomen en hebben andere manieren gevonden om levensmoeilijkheden te boven te komen. Wij geloven dat totdat mensen voor zichzelf beslissen welke actie ze ondernemen, het beste dat wij kunnen doen is het verschaffen van accurate informatie en onze ervaring delen.

Het nemen van psychiatrische drugs is veel meer dan een simpele medische of technische zaak. Medicatie nemen kan zin lijken te geven aan iemands leven; als het gedaan wordt door het aandringen van een autoriteit, kan het de dichtst naderende religieuze handeling zijn die je ooit ervaren hebt.

Je waarden en ideeën met betrekking tot de menselijke natuur en persoonlijke groei, en over de bronnen van psychologisch lijden zullen invloed hebben op of je er wel of niet voor kiest psychiatrische medicijnen te gebruiken. Andersom, zal het innemen van drugs je waarden en ideeën kleuren. (zie hoofdstuk 12)

Zoals gezegd, zou de beslissing om psychiatrische drugs te gaan gebruiken of om ermee te stoppen een persoonlijke moeten zijn. Het zou niet getrivialiseerd moeten worden door welbespraakte acceptatie van pseudo-medische argumenten van je dokter of anderen zoals: “Dit medicijn is de meest effectieve behandeling voor je ernstige ziekte.” Of: “Dit medicijn corrigeert biochemische onbalans in je hersenen.” Of: “Stop nooit met deze medicatie; het is net als insuline voor diabetes.”

Vanuit het vakgebied van geestelijke gezondheid, is er geen enkele fysieke uitleg bevestigd voor één van de honderden psychiatrische ‘stoornissen’ zoals beschreven in de DSM-IV. Een recente editie van de American Journey of Psychiatry beschrijft de zaak eenvoudig: “Tot nu toe hebben we geen etiologische agenten gevonden voor psychiatrische stoornissen.”

Zelfs in deze eeuw van biologische, snelle oplossingen, is er een stijgend aantal onderzoekers dat de observatie vastlegt dat non-drugs benaderingen gelijke of betere resultaten opleveren dan drugs. Dit is zelfs het geval bij problemen die als extreem ernstig beschouwd worden zoals “schizofrenie”. De beweringen van jouw dokter van het tegendeel, hebben weinig of geen wetenschappelijke basis.

Toch kunnen zelfs goed opgeleide mensen diep onder de indruk zijn van psychiatrische propaganda die inspeelt op hun onzekerheden. Juist omdat er zo weinig solide wetenschappelijke back-up is voor het gebruik van psychiatrische medicijnen, worden mystificatie en slogans vaak overgebracht naar dokters door middel van drug reclame en vervolgens naar patiënten door dokters.

Daarom is het eerste principe van rationele, psychiatrische drug afbouw voor jezelf te beslissen dat je het wilt doen. Zelfs hoewel psychiatrische medicatie een modeverschijnsel geworden is dat opgedrongen wordt door medicijnbedrijven en dokters, zou het afbouwen van drugs een weldoordachte, individuele beslissing moeten zijn.

Voor jezelf beslissen vereist dat je verantwoordelijkheid neemt voor de uitkomst van je afbouw. Ongeacht de moeilijkheden die je zou kunnen ondervinden, zou je anderen niet de schuld moeten geven. Wat ook geldt, is dat je trots zou moeten zijn op je eigen prestaties. Van drugs afkomen op de meest rationele manier mogelijk vereist vaak planning en voorbereiding, kracht en vastberadenheid en geduld.

Als anderen je in de eerste plaats beïnvloed hebben om met psychiatrische drugs te beginnen, en als je eigen wensen niet werden gerespecteerd, kun je het moeilijker vinden voor jezelf te beslissen om van de drugs af te komen.

Als je op anderen rekent voor je economische of fysieke bestaan –zoals het geval is bij veel mensen die neuroleptica slikken zoals Risperdal, Seroquel, Zyprexa en Haldol- kan de beslissing om af te kicken van drugs moeilijker zijn om te nemen.

Als je jarenlang drugs gebruikt, kan het zijn dat je je niet meer precies herinnert wanneer en waarom je ermee begonnen bent. Of als familieleden of je dokter onvermurwbaar zijn en vinden dat je aan de drugs moet blijven, zou je het begrijpelijkerwijs niet willen riskeren deze mensen te vervreemden.

Dit zijn moeilijke omstandigheden en het is mogelijk dat er geen gemakkelijke oplossing is.  ”

Gerelateerde artikelen op deze site:

Een Succesvol Afbouwverhaal: een Update (december 2009) – Afkicken van Medicatie (augustus 2009) – Afbouwen Antipsychotica (juli 2009)

Via deze site kun je in contact  komen met andere mensen die de beslissing hebben genomen om niet langer om hun levensproblemen heen te lopen. Zij willen of zijn reeds bezig met het (geleidelijk) afbouwen van hun psychiatrische drugs of medicijnen. Zie hiervoor het mailadres rechtsboven in de balk. Het blijft natuurlijk zeer raadzaam om af te bouwen in overleg met een arts of psychiater.

Soteria en antipsychoticabeleid in Zwiefalten, Duitsland

Het gedachtegoed van Psychose Anders heeft veel raakvlakken met het gedachtegoed achter de verschillende Soteriahuizen. In Nederland is er sinds begin 2009 een Stichting Soteria Nederland welke ernaar streeft in 2011 een heus Soteriahuis in Nederland te kunnen aanbieden.

In Bern, Zwitserland is er al sinds 1984 een Soteriahuis. In 1999 is er ook in Duitsland een Soteriahuis opgericht in de deelstaat Baden-Württemberg in het plaatsje Zwiefalten, gevolgd door een tweede Duitse Soteriahuis in Beierse Haar nabij München in 2003 (zie Soteria-netzwerk).

Voor meer achtergronden over het soteria-gedachtegoed verwijs ik naar artikelen van de Soteria Nederland site.

In november 2009 verscheen er in het blad ‘Psy‘ een bijdrage over het Soteriahuis in Zwiefalten van de hand van Stef van Delft. Deze bijdrage ‘De Warme Kliniek’  is in te zien als pdf-bestand.

BESPREKING ARTIKEL OVER ZWIEFALTEN, DUITSLAND

Ik heb het artikel met gemengde gevoelens gelezen en wil de achtergronden hiervan bespreken in dit artikel. Een kernconcept binnen de psychose-anders benadering is dat veel psychoses in principe een ‘schreeuw’ zijn van de ziel. In die zin dat er dermate veel conflicterende en vaak pijnlijke gevoelens en gedachten worden weggedrukt dat het op een bepaald moment niet langer mogelijk is deze in het onbewuste te houden.

Het onbewuste spoelt dan over en het normale waakbewustzijn raakt overspoeld met een taal die het niet of nauwelijks machtig is: vol met symboliek en beweging. Soms kan het zelfs leiden tot een blik in een andere realiteit (zie Openstaan voor Andere Realiteiten en  Psychotische Schoonheid).

Het aantrekkelijke van het oorspronkelijke Soteriagedachtegoed vond ik dat Loren Mosher een psychotische fase ook vooral benaderde als een betekenisvolle persoonlijke crisis. Een psychose moest niet medicamenteus worden onderdrukt maar er moest eerder onder beschermende en veilige omstandigheden naar gekeken worden en dan het liefst met geen of minimale psychose-onderdrukkers (of antipsychotica).

Deze benadering was effectief en is later ook het voorbeeld geweest voor de andere soteriahuizen in Europa.

In het artikel van Stef van Delft in de Psy kunnen we ook lezen over de vriendelijke uitstraling die het soteriahuis in Zwiefalten heeft: het lijkt in het geheel niet op een normale psychiatrische afdeling. Er is veel persoonlijke begeleiding, de staf maakt lange diensten van half zeven ’s ochtends tot half zes ’s avonds. Er zijn veel aanspreekmomenten en er lijkt ook een vrij gelijkwaardige sfeer te hangen.

Volgens de psychiater van het soteriahuis Hans Renz kijken patiënten (er wordt gesproken over patiënten) niet met wrok terug op hun verblijf in het Soteriahuis.

Dit klinkt allemaal prettig en aangenaam, alleen wees de auteur van het artikel de psychiater op de aanwezigheid van pillenbekertjes bij het eten. Hierop antwoordde de psychiater dat bijna iedereen antipsychotica gebruikt en uiteindelijk niet eens veel minder dan onder niet-soteria-omstandigheden.

Een psycholoog Ulrich Annussek zegt over dit onderwerp dat er bij de opstart van het Soteriahuis geprobeerd werd mensen op te nemen zonder daarbij gebruik te maken van antipsychotica, “maar daar zijn we snel op teruggekomen, ook omdat mensen niet verder kwamen. Daarbij, veel mensen vragen zelf om medicijnen” (p.30)

Als je op de site van de Münsterklinik Zwiefalten kijkt dan kun je daar lezen:

Ein zurückhaltender und individuell abgestimmter Einsatz von Medikamenten ist für uns selbstverständlich, Absetzversuche werden begleitet. (Stationäre Behandlung in der Soteria Zwiefalten)

Met andere woorden in theorie lijkt het soteriadenken rondom medicatiegebruik wel te gelden, inclusief de mogelijkheid om af te bouwen van de medicatie, alleen in de praktijk lijkt het gebruik van antipsychotica niet veel anders te zijn dan onder normale omstandigheden.

Wat moet je hier nu van denken? Hoe kan in het theoretische walhalla van de  psychose-behandeling volop gebruik gemaakt worden van psychose-onderdrukkende medicatie? Hoe kan het dat bewoners zelf om medicatie vragen en dat er zonder medicatie niet veel beweging zou zitten in het proces?

Ik ben toch geneigd te denken dat de ‘psycho-educatie‘ rondom de ideale manier om met schizofrenie en psychoses om te gaan ook binnen de deuren van het soteriahuis in Zwiefalten is binnengedrongen, en dan misschien niet eens zozeer door de staf, maar vooral door de invloed van de psychiatrie in het algemeen: het automatisme om psychoses te koppelen aan antipsychotica zit waarschijnlijk ook diep-ingebakken in de bewoners zelf.

Het argument dat mensen niet verder kwamen zonder antipsychotica zou je ook kunnen zien als een teken dat de staf niet voldoende in staat was om een alternatief te bieden voor antipsychotica: om zingeving te koppelen aan de psychotische ervaring.

Op de wijze waarop Soteria Zwiefalten nu lijkt te functioneren – ondanks de positieve feedback van de bewoners zelf – meen ik toch de stilzwijgende boodschap te horen dat psychoses met medicatie dienen te worden behandeld, alsof er toch sprake is van gestoorde hersenfunctionaliteit.

In een pure soteriaomgeving zou – in mijn beleving – de staf veel energie dienen te investeren in het afbouwen van het medische model en het aanreiken van een alternatieve benadering waarbij benadrukt wordt dat een psychose een betekenisvolle uiting kan zijn die niet onderdrukt maar vooral onder warme, liefdevolle en rustige omstandigheden dient te worden onderzocht.

Ik hoop van harte dat Soteria Nederland erin zal slagen om het oorspronkelijke medicatie-arme of -loze beleid met meer vuur te verdedigen en niet makkelijk mee zal gaan met de medicatiewensen van de ‘patiënten’ die al geïndoctrineerd zijn met het medische denken rondom psychoses en schizofrenie. Soteria hoort een alternatief te zijn voor de huidige reguliere benadering waarbij de houding ten opzichte van medicatie de kern vormt voor de houding ten opzichte van het verschijnsel psychose.

Succesvol Afbouwverhaal: een Update

In juli 2009 heb ik contact gehad met Q. die weigerde de rest van zijn leven geest- en emotieverdovende antipsychotica te nemen. Hij stimuleerde me tot het schrijven van Afbouwen Antipsychotica met later het vervolg Afkicken van Medicatie.

Q. was zeer gemotiveerd om op zorgvuldige wijze zijn medicatie af te bouwen om het leven weer in zichzelf te kunnen voelen stromen. Hij had er genoeg van een zombie-achtig bestaan te leiden. Ik had hem dan ook gevraagd me op de hoogte te houden.

Begin december 2009 ontving ik een document van zijn hand dat ik graag met jullie wil delen. Graag wil ik iedereen oproepen reacties te delen (of door reacties op de diverse artikelen of via de mail (zie kolom rechtsboven)).

Beste Lezers,

Een paar maanden terug heb ik contact gehad met de maker van de psychose-anders website over het stoppen met medicijnen.

Hij heeft toen een artikel over dit onderwerp op zijn site gezet (afbouwen antipsychotica). Dit artikel heeft me in een richting laten gaan die mijn hele leven in positieve zin heeft veranderd.Dit vind ik zo belangrijk dat ik dit met andere mensen wil delen.

Wat is er gebeurd?

Ten eerste kwam ik tot de conclusie dat wanneer ik mijn medicijnen (zyprexa)  zou verminderen en er niet aan de oorzaak van mijn problemen gewerkt wordt de kans bestaat dat ik een terugval zou krijgen.

De reguliere geneeskunde kon niet veel voor me betekenen. Alle behandelaars die ik in al die jaren voorbij heb zien komen hebben eigenlijk maar twee dingen gedaan: ze hebben me medicijnen voorgeschreven en bloed geprikt om te controleren of ik de medicijnen wel innam.

Aan de maandelijkse gesprekken met mijn behandelaar (SPV-er) van het RIAGG had ik helemaal niets, ik kwam regelmatig met een groter klotegevoel buiten dan waarmee ik binnen was gekomen.

Na vele jaren kwam hij tot de conclusie daar ik al een hele tijd stabiel was, dat ze het toch maar heel erg goed gedaan hadden. Ik was het niet eens met die conclusie.

Omdat ik toch al een paar jaren stabiel was en de gesprekken bij het RIAGG bijna altijd hetzelfde waren hebben we tezamen besloten om de behandeling bij het RIAGG stop te zetten. Ik stond er dus eigenlijk helemaal alleen voor. Ik ben toen toch in samenspraak met mijn huisarts begonnen met het minderen van mijn medicijnen.

Tot op de dag van vandaag heb ik geen nadelige gevolgen ondervonden, zoals afkickverschijnselen en of een terugval. Ik zit nu op de helft van mijn dosering en ben van plan om het medicijn helemaal af te bouwen tot het nulpunt. Ik ben op het moment ook helemaal niet bang meer voor een terugval of voor een nieuwe psychotische periode.

Hoe komt dit nu?

Wel,  ik zal dit proberen uit te leggen. Door toeval ben ik in contact gekomen met een meneer die een praktijk voert in natuurlijke geneeswijzen.

Hij heeft een grote diversiteit aan behandelmethoden. Hij heeft er tot nu toe een paar bij mij toegepast. Deze meneer kon in ons eerste gesprek al vertellen wat een psychose is. Dit had me tot dat moment nog niemand kunnen vertellen. Het heeft me wel een paar weken gekost om deze uitleg als de waarheid aan te nemen. Dus sta er niet raar van op te kijken als mijn volgende relaas u een beetje raar in de oren zal klinken.

Om te beginnen vertelde hij met dat ik er zelf helemaal niets aan kon doen dat ik psychotisch geworden was. Dit vond ik raar want ik heb altijd gedacht dat ik mezelf door mijn gedachten in een psychose kon storten, dit deed toch niet iemand anders.

Hij vroeg me of ik wist wat een aura was. Ik wist dat dit het energetisch veld om je lichaam is. Het is mogelijk de aura door middel van Kilianfotografie op foto vast te leggen. Er is iets aan de hand met je aura zei me deze natuurgenezer. Er zitten dingen in die er helemaal niet in thuis horen.

Wat zit er dan in vroeg ik aan hem. Er zitten een aantal entiteiten in, en deze entiteiten zorgen ervoor dat jij niet naar behoren kunt functioneren.

“Wat zijn entiteiten?” vroeg ik aan hem. “Entiteiten zijn gestorven mensen die nog niet naar het hiernamaals gegaan zijn maar die op deze aarde zijn blijven hangen. Deze entiteiten moeten ergens hun energie vandaan halen en dat doen er op dit moment een aantal bij jou.”

Het was mogelijk om deze entiteiten te verwijderen, maar ik moest zelf ook actief meewerken.

Hoe is het mogelijk dat deze entiteiten mij uitgekozen hadden? Dit zal ik proberen uit te leggen. Een lichaam van een mens bestaat uit atomen, en elk onderdeel van ons lichaam heeft zijn eigen frequentie.

Wat is een frequentie en hoe kun je deze beïnvloeden?

Een frequentie ontstaat door het ronddraaien van de atomen rond hun kern. Wat was er bij mij aan de hand. Mijn atomen draaiden niet zo heel erg snel meer en daardoor kwam mijn gehele lichaam in een lagere frequentie terecht.

Dit was nu de oorzaak waarom dat die entiteiten mij uitgekozen hadden. Door de lagere frequentie was ik voor hen zichtbaar en was het mogelijk om mijn aura binnen te dringen. Entiteiten zij parasieten en geven helemaal niets om een mens, zij moeten aan hun trekken komen. Ze kunnen zelfs je gedachten beïnvloeden en stemmen in je hoofd laten komen.

He, dat kwam me bekend voor. In mijn eerste psychose heb ik stemmen in mijn hoofd gehad die me opdrachten gaven. De entiteiten zorgen ervoor dat je je slecht voelt en dat je frequentie daardoor laag blijft. Zo kunnen ze bij je blijven en energie aan je lichaam blijven onttrekken. Hoe slechter het met jou gaat hoe beter het voor hen is.

Door een bepaalde methode toe te passen kon mijn behandelaar meten hoeveel entiteiten er met mij meeliften. Het waren er maar liefst acht. Door bepaalde therapieën toe te passen zoals het innemen en het vernevelen in mijn aura van spagyrische moederessensen zouden deze entiteiten verwijderd kunnen worden.

Ook door een frequentietherapie die bestaat uit het zitten achter een lamp die een bepaalde frequentie uitzend werd bijgedragen om deze entiteiten te verwijderen.

De therapie volgens Rife was zeer effectief. Rife is Royal Raymond Rife een wetenschapper uit de vorige eeuw. Hij heeft een lamp uitgevonden die een bepaalde frequentie uit kan zenden. Men kan per aandoening de frequentie aanpassen.

Ook het toepassen van positieve affirmaties heeft bij mij bijgedragen om deze entiteiten te verwijderen. Al met al sta ik er op dit moment goed voor. Mijn concentratie is verbeterd waardoor ik weer een boek kan lezen, dit is de laatste 11 jaar bijna niet mogelijk geweest.

Op mijn werk gaat het beter en ik ben lang niet meer zo moe en lusteloos. Mijn gevoelens beginnen ook weer langzaam terug te komen. Door de medicijnen waren deze heel erg vlak geworden. Ik vond meestal alles wel goed en had bijna geen eigen mening meer. Mijn gevoel voor eigenwaarde is in deze relatief korte tijd ook toegenomen.

Ik kijk uit naar het moment dat ik medicijnvrij zal zijn. Dit zal nog een drietal maanden duren. Hoe ik er dan voorsta zal ik aan de maker van de pshychose-anders website laten weten en deze zal het dan wel op de website plaatsen.

Ik wil de heer Q. hartelijk danken voor het schrijven van deze bijdrage. Mochten er mensen geïnteresseerd zijn in het onderzoeken van de mogelijkheid dat er sprake zou kunnen zijn van entiteiten die inhaken op de lage frequenties van je systeem dan zou je kunnen overwegen contact te leggen met natuurgeneeskundigen die methodes hebben dit te onderzoeken. Praktijk Joya in Nijmegen kan ik aanbevelen. Je kunt ook zelf via intenties proberen eventueel laag-frequentieel gespuis te verwijderen uit je systeem.

Ter afsluiting zou ik nog willen zeggen dat er 101 redenen kunnen zijn waardoor iemand ‘psychotisch’ wordt. Soms kan er sprake zijn van entiteiten, soms kunnen de stemmen ook delen uit jezelf zijn en wie weet wat er nog niet meer voor mogelijkheden zijn. Vaak is er ook geen sprake van stemmen.