Ervaringen van Manon

Hieronder volgt een verslag van de ervaringen van Manon rondom haar twee psychotische periodes. In het verhaal schrijft Manon over een ontmoeting met mij die leidde tot een nieuwe psychotische episode. Natuurlijk is het niet mijn bedoeling mensen een nieuwe psychose in te praten. In dit geval reageerde Manon heftig en zelfs even verliefd op mijn vrij hartelijke benadering. Zo kan Psychose Anders niet alleen een geestelijke benadering, maar ook een hartelijke zijn. In een volgend artikel zal ik verder stilstaan bij de mogelijkheid dat het opeens opengaan van je hart ook nogal wat aanpassingen vergt van je systeem. In het geval van Manon heb ik er het volste vertrouwen in dat het helingsproces soms even een extra kortdurende psychose kan vereisen, maar dat een open hart beter in staat is een nieuwe balans te scheppen. (Joost).

Ik haatte het om van 9 tot 5 op een kantoor te moeten zitten. Ik ging alles analyseren wat er fout was gegaan, om te beginnen met de scheiding van mijn ouders. Vervolgens ging ik mijn opa’s en oma’s analyseren om te concluderen dat het leed van generatie op generatie was doorgegeven. En ik was nu op een focaal punt van leed beland, dat ik het niet meer verdragen kon. Mijn ouders gedroegen zich onmogelijk naar mij toe, en mijn zusje zat tijdelijk in het buitenland.

Ik besloot kunstenares te worden. Ik moest alleen nog het juiste medium vinden. En mijn hart zong van levenslust. Ik ging op zoek naar God en vond antwoorden in de natuurkunde. Ik kreeg het inzicht dat het om liefde en muziek draait. Ik moest de wereld helen, en om te beginnen mijn familie. Ik steeg verder op, en ervoer een eenheid met het universum die niet te beschrijven is. Ik voelde een onmetelijke liefde, ik was alles.

music-love-heart-notes

Muziek en Liefde (afkomstig van 1)

Maar als ik alles was, was ik niets. Ik was niets. Ik tuimelde in de diepste van alle hellen. Het was verschrikkelijk. De crisisdienst werd gebeld, en op dit punt wilde ik – uit mezelf – dolgraag opgenomen worden. Alleen mocht dit niet. Wel kreeg ik oxazepam mee. Een paar dagen later kreeg ik een psychiater-in-opleiding te spreken die ronduit bot tegen mij was. Hij wilde niks horen van het verdriet dat ik om mijn familie had, en ik ben huilend uit dat gesprek weggelopen. Het werd me al snel duidelijk dat de ggz mij niet helpen kon, omdat deze niet open stond voor mijn gevoel. Uiteindelijk werd door de ggz een identiteitscrisis vastgesteld (april/mei 2011). Maar ik voelde mij gewoon niet goed in mijn hoofd.

Toen ik 9 maanden later op een dag in de Albert Heijn achter de kassa aan het werk was, kwam er een vrouw voor me staan, met een blik zo ontzettend kil dat het leek alsof ik vanbinnen vernietigd werd. En toen kaatste ik een beeld terug van een hart dat door de hel was gegaan. Vervolgens gebeurde er een aantal dingen, het voelde alsof er een stroom van liefde op gang kwam. Er had zich een grote vreugde van mij meester gemaakt. Ik liep ’s avonds laat naar Y en brak met een schop door de ruit van zijn deur.

De volgende dag: Y kwam thuis, vriendinnen erbij geroepen. Ze vonden me niet voor rede vatbaar. Maar ik vond hun redenen gewoon stompzinnig en dom. Op een gegeven moment waren mijn ouders en zusje er ook. Sterf!, zei ik tegen hen. Ik bedoelde daarmee de manier waarop ze zich op dat moment tegenover mij gedroegen. Maar dit begrepen ze natuurlijk niet. De crisisdienst kwam, ik had me helemaal overgegeven. Het lijkt net een hemelvaart, zei ik tegen de ambulancebroeder.

4.0.1

Een productie van Toni Carmine Salerno – zie (2) voor herkomst afbeelding

Ik heb me een tijdlang compleet veilig en tevreden gevoeld in een overgave aan een hogere, goede macht. Dat gevoel bleef, terwijl mijn dosis Zyprexa door een zeer onsympathieke psychiater werd opgevoerd. Ik wist niet hoe te weigeren, dus speelde ik de ‘brave patient’ en ging er maar in mee. Tot ik instortte door een te hoge dosis Zyprexa. Toen veranderde mijn staat van overgave in een staat van vechten.   Ik ging stiekem, als dat lukte, mijn Zyprexa uitspugen. Na zo’n 6 weken kwam ik uit de kliniek, en zodra ik was gaan samenwonen met een patient die ik in de kliniek had ontmoet, ben ik cold turkey gestopt met de Zyprexa. Ik deed gewoon wat mijn hart me ingaf.

Na een maand werd mijn stemming wat wiebelig, ik begon te huilen , en mijn vriend zei dat ik toch manisch depressief was. Dat was de diagnose die de ggz had gesteld. Achteraf gezien zijn het waarschijnlijk gewoon afkickeffecten geweest. Die diagnose heeft veel verpest, en ik heb me er zolang machteloos over gevoeld dat ik dit opgespeld kreeg. In ieder geval, toen ben ik weer begonnen met de Zyprexa. Onder een volgende psychiater ben ik gestopt met de Zyprexa, maar in plaats daarvan moest ik aan de lithium. Daar had ik niet zo veel last van.

Alleen kreeg ik in december 2012 weer een psychose. Het was de dag van de overgang naar het nieuwe tijdperk van de Maya’s en dat dacht ik te voelen. Het laatste wat ik weet is dat ik als een soort heilige in de kamer stond, en het volgende moment lig ik met mijn armen op mijn rug en een mannetje of 6 bovenop me, in de isoleercel.

Toen ik op de afdeling kwam, heb ik van een andere patiënt geleerd dat je medicatie weigeren kunt, dat wist ik helemaal niet, en toen heb ik de antipsychotica geweigerd. De lithium wel gewoon ingenomen. Helaas voelde ik mij na een nacht niet slapen zo ellendig, dat ik mij genoodzaakt voelde toch om de Seroquel te vragen. Dus uit eigen beweging weer met antipsychotica begonnen.

Door die opname ben ik heel boos geworden op mijn psychiater, dat ik nooit mijn verhaal had mogen vertellen, maar dat de diagnose en (gebrek aan) behandeling alleen maar op verhalen van anderen waren gebaseerd. Resultaat was dat ik iets mocht vertellen, maar hij stond helemaal niet open voor de spirituele aspecten van mijn verhaal. Ik kreeg de diagnose schizoaffectief in plaats van bipolair. Over de loop van de volgende maanden werd er met mij geëxperimenteerd met diverse antipsychotica.

In half december ben ik tenslotte in contact gekomen met Joost van Psychose Anders én heb ik besloten om één pilletje Fluanxol minder te slikken. Vervolgens heeft een gesprek met Joost begin januari er voor gezorgd dat er een hoop verse liefdesenergie vrij kwam en dit heeft weer voor een soort van ‘psychose’ gezorgd. Maar ik zou het eerder iets helends noemen.

Ouders en psychiater natuurlijk weer helemaal geflipt en op een veel hogere dosis Fluanxol gezet. Die ik natuurlijk heel netjes inneem…;). Ik heb ook aardig boos gedaan tegenover ouders en psychiater dat ik nooit over mijn gevoelens heb mogen praten. Resultaat is wel dat ik een andere psychiater ga zoeken. Ik hoop dat bij een nieuwe psychiater of andere behandelaar er wel degelijk aandacht is voor de rol van mijn familie in het ontstaan van mijn ‘psychiatrisch ziektebeeld’. Want in mijn ogen is de druk van mijn familie cruciaal geweest en daar zou ik graag erkenning voor krijgen. We’ll see… Ondertussen geniet ik gewoon van dit helingsproces. Het is fascinerend om mee te mogen maken. Kortom, Universum bedankt!

NOTEN

(1) http://www.layoutsparks.com/pictures/music-21

(2) http://www.quanta.ca/QuantaCat/images/TSPR170.jpg

Advertenties

Geen Peuleschil II: Ontwenningsverschijnselen bij Afbouwen Psychiatrische Medicatie

Hieronder volgt het tweede deel in de serie ‘Geen Peuleschil’ van Christina. (Klik voor: deel 1)

Het uitgangspunt van deze PsychoseAnders site is dat het mogelijk is om een geestelijke benadering van psychoses te hanteren. In de praktijk worden mensen die met een psychose te maken krijgen, vaak opgenomen en ‘ingesteld’ op psychiatrische medicatie. Vrijwel iedereen die deze middelen slikt, zou dat liever niet doen. Er zitten dan ook veel nadelen en gevaren aan.

Maar pogingen om ermee te stoppen mislukken vaak. Dit omdat het bepaald GEEN PEULESCHIL is!

Deze middelen veranderen het brein. De cellen van het brein passen zich aan aan de veranderingen die door de medicatie worden veroorzaakt. Daarom kan het gebeuren dat iemand die abrupt stopt met deze medicijnen, heftige ontwenningsverschijnselen krijgt. Het brein moet zich als het ware weer ‘terugveranderen’ naar de oorspronkelijke toestand.

Of dat ook echt in alle gevallen kan, is niet bekend. Er wordt zeer weinig onderzoek gedaan naar vragen rond het stoppen met deze middelen.

De algemene mening in de psychiatrie is, dat je doorgaat met slikken en dat dit levenslang moet. En dat als je stopt, je dezelfde symptomen als waarvoor de medicatie gegeven werd, terugkrijgt, soms ook in een ergere mate.

Een punt is echter dat er ook stemmen zijn die zeggen dat een terugkeer van die symptomen geen deel uitmaken van de ‘ziekte’ zelf, maar het gevolg zijn van het ‘afkicken’ van de medicatie. Hoe raar dit ook klinkt, er zijn de nodige theoriën, en ook onderzoeken, die in die richting wijzen. Mogelijk volgt hierover nog een keer een apart artikel. Wil je alvast meer weten, lees dan b.v. ‘Anatomy of an Epidemic’ van Robert Whitaker, of ‘Your Drug May Be Your Problem’ door Peter Breggin en David Cohen (1).

Heel kort een glimp: Breggin en Cohen stellen dat als men jarenlang antipsychotica slikt, waarbij het dopamine systeem wordt onderdrukt, het brein deze onderdrukking gaat compenseren. Als men dan stopt met de medicijnen, dan neemt een overmatig geprikkeld dopaminesysteem het over. Psychotische ontregeling als reactie op het abrupt stoppen met antipsychotische middelen kwam voor bij personen die geen geschiedenis van psychotische symptomen hadden en die de antipsychotica om andere redenen slikten.

Uit het laatstgenoemde boek (‘Your drug may be your problem’) geef ik hieronder een serie verschijnselen weer, die mensen kunnen krijgen wanneer ze stoppen met psychiatrische medicatie. Dat kunnen zoals gezegd de ‘oorspronkelijke’ symptomen zijn, zoals b.v. een psychose, psychotische ‘verschijnselen’ en dat wat b.v. manie of depressie genoemd wordt. Het kan ook gaan om slapeloosheid bij afbouwen van slaapmiddelen, of depressie bij het afbouwen van antidepressiva.

Peter Breggin en David Cohen, hieronder noem ik ze voor het gemak B&C, geven in hun boek ook een overzicht van ontwenningsverschijnselen, op grond van onderzoeken en rapportages.

De opsomming hieronder is niet volledig; ik vat alleen de belangrijkste symptomen samen. Het is een vrije vertaling door mij, dus houd er rekening mee dat het mogelijk niet volledig accuraat vertaald is. Lees als je details wilt, vooral het boek of vraag een deskundige om meer informatie.

Ontwenningsverschijnselen bij antipsychotica:

Deze worden onderverdeeld door B&C in drie soorten.

1. Ontregeling van het cholinergische neurotransmitter systeem van het brein: symptomen die lijken op griep, zoals overgeven, misselijkheid, hoofdpijn, transpireren en een loopneus. Vaak ook emotionele reacties. Deze symptomen duren één tot vier weken, al zijn er ook mensen die langdurig dit soort symptomen ervaren.

2. Abnormaliteiten in de beweging: vaak wordt dit ontwennings-akathisie, ontwennings-parkinsonisme of ontwennings-dystonie genoemd. Onwillekeurige bewegingen, spasmen, een Tourette-achtig syndroom, tics, tremoren. Functies als slikken, praten en ademhalen kunnen ook worden beïnvloed. Soms verdwijnen deze bewegingen weer na een paar weken. Duren ze langen dan vier weken, dan worden ze gediagnosticeerd als tardieve dyskinesie, een ernstige en zeer beperkende bewegingsstoornis. Bij éénderde van de personen verminderen deze verschijnselen na verloop van maanden; bij de meesten zijn ze echter blijvend.

3. Een gevarieerde reeks psychologische en gedragsmatige symptomen, waaronder slapeloosheid, angsten, agitatie, prikkelbaarheid en organische psychose. Psychotische ontwenningsverschijnselen worden ook wel tardieve psychose, overgevoeligheidspsychose, of ontwenningspsychose genoemd. Vaak worden ze vergezeld van abnormale bewegingen, hallucinaties, wanen, verwarring en desoriëntatie.

Over zogenoemde atypische antipsychotica zoals o.a. Risperdal, Zyprexa, Abilify en Seroquel wordt opgemerkt dat het erop lijkt dat ze niet zo veel verschillen van de oudere antipsychotica. Seroquel werkt in op de serotonine in het brein en bij afbouwen krijgt men waarschijnlijk daarom veel van de ontwenningsverschijnselen die ook bij het staken van SSRI’s (antidepressiva) optreden.

B&C concluderen dat waar het gaat om het aantal mensen dat een terugval krijgt, voortgezet gebruik van het middel niet beter uitpakt dan een langzaam afbouwproces. Naar hun mening is voortgezet gebruik echter veel gevaarlijker dan afbouwen in verband met de manier waarop de medicatie het brein beïnvloedt.

Breggin en Cohen vinden dat mensen die ouder zijn dan veertig zo snel mogelijk met antipsychotica zouden moeten stoppen omdat de kans op tardieve dyskinesie groter wordt naarmate men ouder is. Ook raden ze ontwenning van de antipsychotica aan in het geval van personen die deze medicatie al jaren gebruiken en niet langer ernstige of beperkende psychotische symptomen vertonen. B&C noemen antipsychotica zeer gevaarlijke medicijnen, die zo kort mogelijk gebruikt moeten worden.

Ontwenningsverschijnselen bij het stoppen met antidepressiva

1. Bij de zogeheten tricycliden: 20 tot 100 procent van mensen die stoppen met tricyclische antidepressiva ervaart ontwenningsverschijnselen, die qua soort sterk kunnen variëren.

Het hoogste risico lopen degenen die vele jaren met hoge doseringen van deze medicatie gebruikten en die snel afbouwen. Het boek noemt een lijst van zeven soorten afkickverschijnselen, waaronder b.v. klachten van het spijsverteringssysteem, algemene gevoelens van fysiek en geestelijk onwel zijn die doet denken aan griep, emotionele manifestaties zoals spanning, ongedurigheid, geprikkeldheid, depressie en zelfs psychotische manie.

Verdere ontwenningsverschijnselen bij afbouwen van tricycliden zijn mentale problemen zoals een verstoorde geheugenwerking, desoriëntatie en zelfs delirium, slaapproblemen, abnormale bewegingen, spierkrampen, parkinson-achtige verschijnselen en akathisie (innerlijke agitatie die bewegingsonrust geeft). Een laatste verschijnsel dat wordt genoemd is een mogelijk gevaarlijke ontregeling van het hartritme.

2. MAO-remmers: hierover is niet zoveel bekend, er is weinig onderzoek naar gedaan. Een verslag spreekt van serieuze cognitieve beperkingen en catotonie, andere ontwenningsverschijselen die zijn genoemd omvatten agitatie, spanningen, hoofdpijnen, verlaagde bloeddruk, spierzwakte en tintelende sensaties in de huid.

3. Antidepressiva die de serotonine stimuleren (dit zijn o.a. SSRI’s zoals Prozac, Zoloft, Celexa, Paxil, Luvox, Effexor, Wellbutrin, Remeron en Cymbalta): de ontwenningsverschijnselen komen vaak overeen met die van de tricycliden, maar kunnen zich ook uiten als evenwichtsmoeilijkheden, zintuiglijke abnormaliteiten en mogelijk agressieve en impulsieve gedragingen.

4. Atypische Antidepressiva: ook hierover is weinig bekend als het om ontwenningsverschijnselen gaat. Een greep uit de meldingen: duizeligheid, overgeven, benauwdheid, overgeven, sterk transpireren, slapeloosheid, onrust, brandend gevoel in de huid, beperking van motorische vaardigheden, en bij sommige middelen ook manie en hypomanie.

Ontwenningsverschijnselen bij lithium:

Deze vertonen een precieze overeenkomst met de manische symptomen die aanleiding waren om met de lithium te starten, schrijven Breggin en Cohen. Met andere woorden: na stoppen met lithium krijgt men als ontwenningsverschijnsel vaak weer psychotische ‘verschijnselen’ of een volledige psychose.

Ook personen die al lange tijd lithium slikten en schijnbaar heel ‘stabiel’ waren, kunnen snel weer manisch worden nadat men slechts een paar dagen stopt met de lihtium. Uit een overzicht van onderzoek bleek dat 50 procent van de manische episodes die de onderzochte personen ondervonden, optraden binnen drie maanden na het stoppen van de lithium. Er was een toename van 28 procent van het risico op nieuwe manische episodes voor mensen die recentelijk met dit medicijn gestopt waren. Dit is dus gegronde reden om zeer voorzichtig om te gaan met het afbouwen van lithium (2).

Een onderzoek onder 14 ‘patiënten’ en een controle groep van 28 personen liet zien dat het ontwennen van lithium leidde tot een hoog aantal gevallen van terugkeer van de symptomen. Echter, toen deze mensen eenmaal hersteld waren van deze ontwennings-reactie, was hun algehele toestand over de volgende zeven jaar niet verergerd door het stoppen. Dat is goed nieuws voor wie overweegt te stoppen met lithium, schrijven B&C, want dit betekent dat iemand die stopt met lithium net zulke goede vooruitzichten heeft nadat hij of zij eenmaal hersteld is van de ontwenning, als iemand die doorgaat met het slikken van dit middel.

Personen die niet manisch worden na het stoppen van lithiumgebruik, ervaren soms een verhoogde energie en opmerkzaamheid, een verhoogde emotionele respons, een toename in concentratie en minder dorstgevoelens. Naar mijn eigen idee zou het kunnen dat dit tekenen zijn van een terugkeer naar de gevoeligheid die de persoon had vóór hij of zij medicijnen ging slikken. Het kan een tijdje duren om hier aan te wennen.

Ontwenning van anti-epileptica:

Hierover is ook nog niet zoveel bekend, volgens het boek. Wel blijkt dat mensen die afkicken van deze middelen soms epileptische aanvallen krijgen, ook als ze voordat ze begonnen met deze middelen nooit epilepsie hadden. (Dit is een indicatie dat tengevolge van deze medicatie het brein zich aanpast aan het gebruik, en dat het slikken van deze middelen op de lange duur de verschijnselen gaat oproepen die ze juist geacht worden te bestrijden).

Ook zijn er ontwenningsverschijnselen bekend als angsten, spiertrekkingen, beven, gevoel van zwakte, misselijkheid en overgeven.

(1) Op deze site zijn eerder artikelen verschenen rondom het boek ‘Your Drug may be your Problem’,  van Breggin & Cohen. Denk bijvoorbeeld aan ‘ Je Medicijnen kunnen je probleem zijn: beslis zelf‘ en ‘De Mythe van de Chemische Onbalans‘. Over het verschijnsel ‘Intoxication Anosognosia’, oftewel het betoverende effect van psychiatrische medicijnen heeft Sharon een uitgebreide vertaling gemaakt in de vorm van een boeiend drieluik: (deel 1, deel 2 en deel 3).

(2) zie ook het artikel GEEN PEULESCHIL II, over de voorwaarden waaraan je het best kunt voldoen vóór je overweegt te gaan afbouwen met psychiatrische medicatie).

(*) Illustraties respectievelijk afkomstig van http://fiddaman.blogspot.nl/2010_04_01_archive.htmlhttp://oxycontintreatmentdirectory.com/oxycontin-withdrawal/ en http://paxil.net/paxil-side-effects

Mechanische Asociale Associatie Gewoonte

INTRODUCTIE
Zoals de trouwe lezer van deze site wel duidelijk zal zijn, wordt er binnen dit project sterk getwijfeld aan de bruikbaarheid van het medische, lichamelijk-ziek model. Biedt een dergelijk model wel een constructieve benadering voor mensen die via allerlei onbewuste psychologische copingstrategieën soms tijdelijk de raarste dingen gaan denken of doen? (1)

Als je probeert bewust anders te praten over ‘psychotische’ verschijnselen dan is een goede stap om het woord ‘ziekte’ te vermijden, en wel vooral vanwege die enorme sterke connecties die het woord heeft met lichamelijke ziekten. Als mensen met psychotische verschijnselen niet lijden aan een bepaalde ziekte dan word je verplicht om andere termen te gaan gebruiken. Het zou immers nogal dom zijn om dan vervolgens ook maar te ontkennen dat mensen bepaald ongewenst gedrag kunnen vertonen.

In deze bijdrage wil ik een mogelijk alternatief jargon aandragen, welke misschien zinvol kan zijn voor sommige mensen. Er zijn vele manieren en redenen waardoor mensen soms ‘gek’ gedrag kunnen vertonen, waardoor er ook geen sluitend jargon is te vinden dat voor iedereen zal gelden. Het blijft dan ook wat zoeken.

NIET ZIEK, MAAR WEL KNAP IRRITANT
Het gebruik van de medische terminologie heeft allerlei consequenties die uitgebreid staan beschreven in allerlei artikelen op deze site (2). Eén ervan is dat mensen als een soort slachtoffer of patiënt kunnen worden gezien van een bepaalde mysterieuze aandoening. Hierdoor worden ze vaak niet helemaal serieus meer genomen, wat zo ook een effect heeft op de betrokkene zelf. Hij kan gaan denken dat hij er in feite niet zo heel veel aan kan doen, en de mensen om hem heen zouden ook kunnen gaan denken dat hij ook maar de dupe is van een ernstige psychiatrische hersenziekte.

Het medisch model kan er zo toe bijdragen dat mensen zó als zieke patiënt behandeld worden dat hun gedrag ook niet meer op een andere manier kan worden beleefd. Alles wordt gekaderd binnen het ziektedenken.

Neem nu een veelvoorkomend verschijnsel dat mensen nogal als een ongeleid projectiel aan het praten kunnen zijn. Soms kan het zelfs bepaalde vormen aan nemen waarbij gewoonweg iedere associatie die opborrelt meteen wordt uitgesproken. Vanuit het ziektemodel kun je dan spreken over een symptoom van een psychiatrische stoornis, maar waarom zou je niet gewoon spreken in termen van irritant gedrag?

MECHANISCHE ASOCIALE ASSOCIATIES
Laten we bij het voorbeeld van de ongeremde associaties blijven. Voor de betrokken persoon is het misschien allemaal best leuk en gezellig om zo in de aanwezigheid van anderen alle associaties die opkomen onmiddelijk te delen. Als dat ook nog eens in een snel tempo gaat dan hoef je eigenlijk alleen maar lui achterover te leunen om die mechanische stroom van vaak erg oppervlakkige, simpele en zelfs wat mechanische gedachten te laten gaan.

Misschien leuk voor jezelf, maar wel hoogst irritant voor de mensen om je heen. Dit gedrag kan er zomaar toe leiden dat mensen die zo verbaal associatief aan het overstromen zijn, worden gemeden door anderen. Dan kun je zielig vanuit het medische model gaan klagen dat mensen je mijden omdat je een psychiatrische ziekte hebt, maar wellicht is het dichter bij de waarheid om te stellen dat mensen je mijden vanwege je asociale, luie mechanische associatie diarree die je over hen uitstort.

Goed, ik overdrijf wat voor het effect, maar ik denk dat deze benadering in dit soort situaties heel wat constructiever is dan het ziekte-model.

Zo ontneemt het de wilde associatie-prater van het argument dat die gemene psychiatrie het verkeerd doet. Het is niet vreemd dat een wilde associatie-prater op een gegeven moment zó irritant wordt dat er moet worden ingegrepen. Helaas krijg je er binnen de psychiatrie dan al snel weer het medische model met de pillen erbij.

Zou het niet zinvoller zijn om die mechanische associatiestroom aan te pakken? Zou het zinvoller zijn als de betrokken persoon geen ‘ziektebesef’ ontwikkelt, maar eerder een besef leert dat hij een irritant denk- en praatpatroon aan de dag legt. Dat is geen ziekte, maar eerder een irritante gewoonte.

IRRITANTE GEWOONTE IPV PSYCHIATRISCHE ZIEKTE
Het voordeel van een irritante denk- of praatgewoonte is dat in principe een gewoonte is die dan ook met de nodige discipline en training af te leren is. Goed, als je je hele leven al op een bepaalde wild-associatieve manier denkt dan is het natuurlijk een flinke uitdaging. Zeker ook als je gelooft in het verschijnsel van de neuroplasticiteit: je hersenen zijn plooibaar en kunnen zich aanpassen aan nieuwe manieren van denken (3), maar ze hebben zich ook al aangepast aan bepaalde manieren van gebruik.

Voor het aanpassen van deze gewoonten moeten wel de nodige ingesleten patronen worden omgebogen, waarbij ik in eerste instantie zou denken aan allerlei meditatieve en cognitieve oefeningen. Misschien werkt het zelfs wel als je jezelf een flinke klap op de rug van je hand geeft als je jezelf opnieuw betrapt op het lui en mechanische associatief denken.

Hoeveel mensen zouden bereid zijn om over te schakelen van ‘Ik heb een Manische Psychiatrische Stoornis‘ naar ‘Ik denk periodes lui, mechanisch ongeremd associatief en ik laat het lekker gebeuren’?

VOETNOTEN
(1) https://psychoseanders.wordpress.com/beperkingen-van-lichamelijke-benadering-voor-de-geest/
(2) http://psychoseanders.yolasite.com/
(3) http://psychoseanders.yolasite.com/allerlei/neuroplasticiteit-en-zogenaamde-geestesziekten

Na 7 Jaar zelfstandig vrij van Lithium: een afkickverhaal

Na enkele dagen terug de afbouwervaringen te hebben geplaatst van Q, kan ik vandaag de ervaringen delen van Sharon die na 7 jaar op eigen kracht erin geslaagd is geleidelijk haar lithium af te bouwen tot nul en er zich opperbest bij voelt.

Graag plaats ik op deze site meerdere ervaringen van mensen die op verantwoorde wijze afbouwen met hun medicatie (verantwoord wil overigens niet zeggen met steun van aanhangers van het medische model!)

Hieronder de bijdrage van Sharon:

Het afgelopen jaar heb ik zeer voorzichtig mijn lithium gebruik afgebouwd. Ik wilde  niet over één nacht ijs gaan en las o.a. de boeken van Peter Breggin. Ik was me er goed van bewust dat –ook bij kleine stapjes-  de symptomen van de allereerste ‘psychose’ konden terugkeren. Ofwel dat dit ontwenningsverschijnselen konden zijn van het ruim 7 jaar medicijnen slikken die de chemie in de hersenen veranderen.

Uit video van Evanescence - Lithium (link)

Afgelopen april had ik mijn inname afgebouwd van 800mg tot 200mg. Ik werd langzaamaan extreem gevoelig. Alle indrukken kwamen heftiger binnen, ik werd emotioneler en had het gevoel alsof ik 20 koppen koffie gedronken had. Signalen die erop wezen dat ik inderdaad misschien afstevende op een ‘ontwenningspsychose’.

Ik was er niet bang voor; ik was vastbesloten hierdoor heen te komen zonder verdere medicatie. Uiteraard wilde ik me dit mijzelf en mijn naasten liever besparen dus hield ik mijn gemoedstoestand goed in de gaten.

Het gebeurde toch… Mijn familie, die gelukkig achter mijn beslissing had gestaan de lithium af te bouwen, hield (van afstand) ook een oogje op me. Ik was er heel stellig in dat ik NIET opgenomen wilde worden in de instelling waar ik de vorige drie keer (gedwongen) beland was.

Dit waren voor mij traumatische en vernederende ervaringen geweest waar ik niet gehoord werd en waar anti-psychotica de enige ‘remedie’ was. Mijn familie bracht mij echter toch naar deze bewuste instelling om een gedwongen opname te voorkomen zo werd mij later verteld.

Nu was ik daar dus ‘vrijwillig’. Ik bleek niet in staat de juiste antwoorden te geven op de vragen van de psychiater en er werd enorm veel druk op me uitgeoefend om daar meteen maar te blijven. (Eigenlijk had ik in feite geen keus,  paradoxaal genoeg.)

Deze laatste opname heb ik als een ultieme verschrikking ervaren. Ik had inmiddels de nodige ervaring met gedwongen opnames maar nog niet met de ‘vrijwillige’. Het was ontzettend verwarrend voor me. Ik was daar ‘vrijwillig’ maar de deuren gingen op slot; ik mocht niet naar buiten en ik mocht ook niet weg.

Iedere dag werd ik op dwingende wijze door de verpleegkundigen toegesproken. Men wilde dat ik temesta zou slikken en door een arts-assistent werd mij dringend aangeraden Risperdal in te nemen. Ik weigerde.

Toen na een week een verpleegkundige de deur voor mij opende zodat ik een rondje buiten mocht lopen, ben ik op de bus gestapt en naar huis gegaan. Ik bleef voornamelijk binnen en worstelde mezelf door mijn ‘psychose’ heen zonder extra medicatie behalve de 200mg lithium die ik was blijven slikken.

Drie keer kwam er een verpleegkundige bij mij thuis om te kijken hoe het met mij ging. Ik vond dit een aantasting van mijn privacy, onnodig en wilde dit helemaal niet. Hierin had ik volgens hen ook al geen keus.

Alles bij elkaar duurde de ‘episode’ ongeveer vier weken en benaderde deze de heftigheid van mijn eerste ervaring van ruim 7 jaar geleden.

Ik bleef vastbesloten de rest van mijn lithium ook (voorzichtig) af te bouwen en sinds ruim vier weken ben ik volledig medicijnvrij. Ik voel me nu prima en ben voornemens nooit meer psychiatrische ‘medicijnen’ in te nemen.

Mocht ik onverhoopt plotseling slecht slapen, houd ik wel wat slaappillen achter de hand. Voldoende rust –zeker in dit stadium- beschouw ik als zeer belangrijk.

Mijn ‘vrijwillige’ opname heeft er helaas behoorlijk ingehakt. De teleurstelling in mijn familie die tegen mijn wil toch weer contact opnam met de psychiatrie en ik voel woede ten opzichte van mijn ‘behandeling’.

Hoewel ik steeds vertelde dat ik mijn lithium aan het afbouwen was en het toch als bekend feit verondersteld mag worden dat daardoor de symptomen opnieuw op zouden kunnen treden, werd mij in de inrichting deze keer verteld dat ik waarschijnlijk leed aan paranoïde schizofrenie in plaats van een zgn. bipolaire stoornis. (Dit laatste etiket werd mij de eerder opgeplakt ook al had ik nooit last van depressies.)

Ik ben er nu zelfs nog meer van doordrongen dat de reguliere psychiatrie mij alleen maar van de regen in de drup heeft geholpen en ik hoop dat ik er nooit meer iets mee te maken hoef te hebben.

Het contact met mijn familie is nu (tijdelijk?) beschadigd geraakt en heeft een hoop andere zaken van vroeger bovengewoeld. Ik voel me beter en helderder zonder lithium en ben nu op zoek naar een therapeut die mij o.a. kan helpen sommige dingen uit het verleden een plek te geven.

In tegenstelling tot de zgn. ‘wetenschap’ van de psychiatrie, heb ik wel veel vertrouwen in de kundigheid van psychologie.

Uit onderstaand interview met een Amerikaanse psycholoog die cognitieve gedragstherapie toepast bij mensen met andere staten van bewustzijn, blijkt onder andere dat het wel degelijk mogelijk is succesvol mensen bij hun proces te ondersteunen.

Hij benadrukt overigens dat het belangrijk is vooral GEEN therapeut te kiezen die het biologische model van de psychiatrie aanhangt; deze mensen blijven immers hangen in de overtuiging dat je een aangeboren hersenafwijking hebt en dat ze dus weinig tot niks kunnen doen.

Ik hoop dat ook in Nederland therapeuten te vinden zijn zoals deze Ron Unger….

Ik ben me er van bewust dat ik er nog niet helemaal ben maar dat ik het ergste waarschijnlijk gehad heb en dat niets mijn verdere proces in de weg staat. Ik heb er alle vertrouwen in dat ik uiteindelijk een wijzer, spiritueler en meer liefdevol mens kan worden en hoop dat ik in de toekomst wellicht andere mensen kan helpen die worstelen met hun ‘diagnose’ en het afbouwen van hun medicijnen.

De Mythe van de Chemische Onbalans in de Hersenen

Éen van de doelen van het Psychose Anders project is het verschaffen van informatie die mensen meer vertrouwen kan bieden in het activeren van hun eigen zelfherstellend vermogen.  In de onderstaande bijdrage van Sharon kunnen we meer achtergronden lezen met betrekking tot het binnen de psychiatrie populaire idee dat er sprake zou zijn van een biochemische onbalans in de hersenen bij mensen met schizofrenie, een bipolaire stoornis, depressie etc.

Het zou zo maar eens kunnen zijn dat deze hele theorie vooral niet veel meer is dan een theorie, en dan bovendien een vrij speculatieve ook. Veel wijsheid met het volgende deel uit het boek ‘Your Drug May be your Problem’ van Peter Breggin en David Cohen. Vergeet ook niet de noot van de vertaler onderaan het artikel!

KUNNEN WE TESTEN OP BIOCHEMISCHE ONBALANS?

Vanwege ethische en legale beperkingen, kunnen onderzoekers geen studies uitvoeren waarvan zeker is dat ze hersenbeschadiging veroorzaken bij menselijke proefpersonen. Het is hen bijvoorbeeld niet toegestaan elektronen te implanteren of om minutieuze hoeveelheden drugs in het hersenweefsel van levende patiënten te injecteren om de effecten van experimentele drugs te testen.

Omdat er geen andere manier is om het te doen, wordt het basis biochemisch onderzoek met betrekking tot drugeffecten eerder uitgevoerd op dieren dan op mensen. De meeste informatie over het biochemische effect van een psychiatrische drug wordt afgeleid uit het uitvoeren van testen op levende dierenhersenen of, vaker, door het doden van de dieren om hun hersenweefsel te kunnen onderzoeken na blootstelling aan drugs.

Bovendien mankeert er bijna nooit iets aan de dieren; de medicijneffecten worden bestudeerd in gezonde zoogdieren hersenen.

Kortom, wanneer onderzoekers uitleggen hoe een psychiatrisch medicijn zoals Prozac of lithium de biochemie van het menselijk brein beïnvloedt, baseren zij dit bijna volledig op dierenonderzoek dat uitgevoerd is op normale zoogdieren hersenen in plaats van op studies bij mensen met veronderstelde biochemische onbalansen in hun hersenen!

Het concept van biochemische onbalans in mensen die gediagnosticeerd zijn met depressie, angst of andere ‘stoornissen’ blijft enorm speculatief en zelfs verdacht.

Hoewel we uitvoerige redenen hebben te twijfelen aan de betrouwbaarheid van dit concept, is er op dit moment geen manier de betrouwbaarheid hiervan te bewijzen. In het bijzonder ontbreekt het ons aan technische capaciteit om biochemische concentraties te meten in de synapsen tussen zenuwcellen. Hoewel medicatieadvocaten vaak spreken met ogenschijnlijk vertrouwen over hoe psychiatrische drugs biochemische onbalans in het brein herstelt, zijn ze vooral bezig met pure speculatie of ze gebruiken een manier van spreken waarvan ze weten dat het zal resoneren bij hun publiek.

Er is weinig bewijs voor het bestaan van één van zulke onbalansen en absoluut geen manier om te demonstreren hoe de drugs hierop invloed hebben als ze wel zouden bestaan.

ZE VEROORZAKEN EERDER BIOCHEMISCHE ONBALANSEN DAN DAT ZE ZE GENEZEN

Zoals bevestigd in dierenonderzoek, hebben alle psychiatrische medicijnen een direct effect op de normale chemie van de hersenen door deze te verstoren. Van Ritalin bijvoorbeeld, is bekend dat het overactiviteit produceert in drie van de neurotransmittersystemen van het brein: dopamine, norepinephrine en serotonine.

Maar, het feit dat een drug de hersencelactiviteit verhoogt, impliceert in geen geval dat het de gedragsactiviteit verhoogt.

In het geval van stimulanten zoals Ritalin of amfetamine, zijn de effecten op mensen zeer gecompliceerd, variabel zelfs in dezelfde gebruiker op verschillende tijden en soms inconsistent. Vaak temperen of verdoven ze degenen die ze innemen, wat hen meer gedwee en beheersbaar maakt. Dit is precies waarom ze worden gebruikt bij het behandelen van gedragsproblemen bij kinderen.

Maar op andere momenten, produceren stimulanten tegenovergestelde effecten die sommige kinderen en volwassenen hyperactief en impulsief maakt.

Prozac, Zoloft, Paxil (=Seroxat)  en Luvox (=Fevarin) produceren hyperactiviteit in het serotonine systeem; maar aangezien serotoninezenuwen zich uitstrekken door het gehele brein, zijn de effecten wijdverspreid en hebben uiteindelijk betrekking op andere neurotransmittersystemen zoals dopamine.

De lichtere tranquillizers zoals Xanax, Valium, Klonopin en Ativan produceren hyperactiviteit in weer een ander neurotransmittersysteem, GABA; maar GABA activatie genereert / produceert een onderdrukkend effect op het algeheel functioneren van de hersenen.

Het is belangrijk om dit in gedachten te houden: het brein wordt altijd beschadigd door psychiatrische medicijnen. Als een drug sterk genoeg is om een verondersteld positief effect te hebben, dan verstoort het de normale breinfunctie.

Hoewel deze conclusie controversieel mag lijken, wordt dit ondersteund door gezond verstand en een enorme hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek dat tot in detail de biochemische onbalans in het brein beschrijft dat gecreëerd wordt door het gebruik van psychiatrische medicatie.

Deze door drugs geïnduceerde biochemische onbalansen veroorzaken gewoonlijk psychiatrische stoornissen in de routinematige psychiatrische praktijk. Een stuitend voorbeeld van hoe ver onderzoekers kunnen gaan om schade veroorzaakt door psychotropische drugs te ontkennen, wordt geïllustreerd door een rapport waarin onderzoekers gliosis aantroffen – littekenweefsel rondom neuronen dat een kenmerk is van celdood en degeneratie – in gezonde resusaapjes nadat ze antipsychotica kregen toegediend.

De onderzoekers stelden desalniettemin dat gliosis ‘voordelig zou kunnen zijn voor de cordiale functie ondanks de negatieve connotatie van de term ‘gliosis’ door de lang gevestigde associatie met neurondegeneratieve processen’!
(pp.51-53)

Er is al eerder een stuk vertaald uit dit boek. Dat deel kun je vinden in het artikel ‘Je Medicijnen kunnen je probleem zijn: beslis zelf‘. Het boek heeft een volledig herziene druk gehad in 2007 en is bestelbaar bij de betere boekhandel (of gewoon op internet).

Noot van de vertaler;

Bijna acht jaar geleden werd ik voorzien van een psychiatrisch stigma waarvan ik tot dat moment nog nooit gehoord had.  Vanwege het feit dat ik een gedwongen opname, gedwongen medicatie en eenzame opsluiting in een isoleercel had moeten ‘ondergaan’ voelde ik mij alsof mijn menswaardigheid van me af genomen was. Ik was het rijk der geesteszieken binnengetreden.

Geduldig werd mij uitgelegd dat ik een aangeboren, chemische onbalans in mijn hersenen had. Ondanks dat ik op dat moment volledig gedrogeerd was door de onder dwang geïnjecteerde anti-psychotica, voelde ik mij afglijden tot een soort inferieur wezen.

Ik was van een getalenteerde, intelligente en maatschappelijk succesvolle vrouw plotseling afgegleden tot iemand bij wie ‘een steekje los’ zat. Vervolgens werd mij verteld dat er gelukkig een middel tegen bestond; als ik dit medicijn de rest van mijn leven zou slikken, zou de onbalans in mijn hersenen weer in balans komen.

Het middel had wat minimale bijwerkingen zei men maar als ik iedere 3 maanden mijn bloedspiegel liet controleren, was er niets aan de hand. Ik zou in mijn dagelijks leven absoluut geen enkel effect ondervinden van het medicijn behalve dat ik misschien wat vaker dorst zou hebben en misschien wat in gewicht zou aankomen. Ook had dit medicijn geen enkel schadelijk effect op de lange termijn.

Zoals iedereen het met de paplepel krijgt ingegoten, geloofde ik de ‘dokter’ op zijn woord.

Tot…. Een jaar geleden.

Een jaar geleden ben ik begonnen met een fanatiek onderzoek naar mijn eigen Waarheid. Na wat speurwerk in diverse boeken en op internet, kwam ik erachter dat ik altijd wel erg gemakkelijk alles ter kennisgeving aangenomen had wat bijvoorbeeld in de reguliere media wordt voorgeschoteld.

Uiteindelijk kwam ik als vanzelf uit bij de vraag; ‘En hoe zit het dan met mijn veronderstelde geestesziekte?’

Google-zoekopdrachten maakten mij echter neerslachtig en verdrietig. Zonder uitzondering resulteerden deze zoekopdrachten in ongeveer deze bewoordingen; ‘deze ziekte is niet te genezen maar de symptomen kunnen beheersbaar gemaakt worden door het gebruik van (vaak levenslange) medicatie. Het is belangrijk dat de patiënt inzicht krijgt in de symptomen door bijvoorbeeld psycho-educatie en ook dient de levenswijze aangepast te worden’

Pas veel later realiseerde ik me dat de meeste websites die ik destijds bezocht, gesponsord worden door de grote farmaceutische bedrijven (zie bijv. Helemaal te gek te gek!)

Momenteel gebruik ik nog steeds psychiatrische medicijnen maar heb ik deze (zeer geleidelijk) succesvol tot de helft afgebouwd.

Aanvulling 7 april 2011: Depression is NOT a chemical Inbalance in your brain.