Enkele Gedachten over de Verhullende Term ‘Stemmingsstabilisator’

Zoals wel duidelijk moge zijn bij het lezen van artikelen op deze site is de keuze voor het gebruik van bepaalde woorden van groot belang. Aanzienlijke krachten spelen een rol die ons vooral willen aansporen om te denken in termen van biologische afwijkingen en lichamelijke ziekten, terwijl termen als levensproblemen, verdriet, eenzaamheid, gevoel van falen, tijdelijke verwarring, zielspijn wellicht een veel realistischer verklaringskader bieden.

Zie voor herkomst afbeelding (1)

Oefenen met Balans – zie voor herkomst afbeelding (1)

Het is dan ook van belang om alert te zijn op allerlei manieren waarop mensen die het soms moeilijk hebben met al de uitdagingen van het leven – wie heeft dat niet af en toe? – worden gemanipuleerd om te gaan denken dat er sprake is van biologische oorzaken. Biologische oorzaken impliceren immers ook biologische remedies, zoals chemische preparaten die we eufemistisch aanduiden als medicijnen.

Wat me de laatste tijd opvalt is het groeiende gebruik van de term ‘stemmingsstabilisator‘. Zojuist verwees bijvoorbeeld een bezoeker van deze site, Jolanda, naar lamotrigine als stemmingsstabilisator (1). Laatst hoorde ik iemand spreken over het gebruik van een stemmingsstabilisator voor iemand die agressief was geworden.

Bij de term ‘stemmingsstabilisator’ krijg ik bijna een vriendelijke glimlach op mijn gezicht. Het roept bij mij haast warme associaties op met een liefdevolle wetenschappelijke basis. Als een moeder die haar kind even een extra knuffel geeft als ze het even moeilijk heeft.

De lievige associatie bij de term ‘stemmingsstabilisator’ lijkt haast te verhullen dat we hier toch gewoon ook te maken hebben met heftige middelen. Neem nu Jolanda’s tip ‘lamotrigine’: dat is eigenlijk vooral een middel tegen epileptische aanvallen (3). Stemmingsstabilisatoren tegen agressie zijn vaak gewoon heftige kalmeringsmiddelen, of antipsychotica.

Vanwege deze relatief prettige associatie bij het woord ‘stemmingsstabilisator’ loopt de term het risico om gebruikt te gaan worden bij vele medicijnen die invloed uitoefenen op de stemming. Zo zou je zowel antipsychotica, antidepressiva, anti-epileptica, angstremmers en kalmeringsmiddelen kunnen zien als een soort van stemmingsstabilisator: je stemming kan er immers wat neutraler en wat stabieler door worden.  Ik zou er dan toch vooral de voorkeur aan geven om zorgvuldiger met deze term om te springen en deze zeker niet te gemakkelijk te generaliseren.

Daarnaast zou ik mensen die  de gewoonte hebben opgebouwd om heftige stemmingswisselingen te hebben vooral willen aanmoedigen om technieken te leren waarbij ze met hun geest hun hersenen op een helende manier kunnen masseren (5). Laten we hopen dat we naar een tijd groeien waarin mensen vooral associaties krijgen als ‘achterhaalde chemische middelen uit het biopsychiatrische tijdperk‘ bij de term ‘stemmingsstabilisator’.

NOTEN
(1) http://home.scarlet.be/~stefanv2/ned_agility.htm
(2) https://psychoseanders.wordpress.com/2012/03/21/afbouwen-en-botsing-met-lithiumprotocol/#comment-2213
(3) http://www.fk.cvz.nl/Preparaatteksten/L/lamotrigine.asp
(4) http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/diversen/49007-stemmingsstabilisatoren.html
(5) Zie bijvoorbeeld: Rick Hansons Boeddha’s Brein: hoe mindfulness je hersens en je leven kan veranderen.

Advertenties

Het Nieuwe Diagnosticeren: de Constructieve Diagnose

Nu het aankomende psychiatrische kookboek (door sommige critici zelfs ‘het farmaceutische sprookjesboek’ genoemd)  DSM-V, volop in de belangstelling staat, kan het zinvol zijn om eens wat te reflecteren over alternatieven. Het Amerikaanse diagnostische handboek is verworden tot een ‘Boek der Ziekten en Stoornissen‘. Mensen die bij de GGz aankloppen hebben tegenwoordig een erg grote kans een door de verzekeraars verplichte (ietwat mysterieuze)  ‘hersenziekte diagnose‘  verstrekt te krijgen door de hulpverlener.

Op basis van deze hersenziekte-diagnose wordt vervolgens een behandeling uitgezet, het liefst zo eenvormig en ‘evidence-based’ mogelijk. Een behandeling waarbij (het vaak langdurig gebruik van) hersenbeïnvloedende chemicaliën veelal een onderdeel is.

Psychiatrische Hersenziektes Scheppen via Diagnoses

Psychiatrische Hersenziektes Scheppen via DSM-Diagnoses

Vanuit Psychose Anders kijken we op een geheel andere wijze naar ‘geestelijke problemen‘. Het gebruik van het medische model met haar ziekten en stoornissen wordt niet beschouwd als de meest gunstige metafoor. Sterker nog, het lichaam gebruiken als metafoor voor psychische problematiek zou wel eens een erg ongezonde en verlammende metafoor kunnen zijn (1).

Als je immers van buitenaf een bepaalde ‘hersenziekte’ zoals ‘schizofrenie’, ‘depressie’, ‘manisch depressiviteit’, ‘autisme’, of ‘ADHD’  aangepraat krijgt, is de kans groot dat je nog echt gaat geloven dat je een dergelijke hersenziekte hebt. Dat er dus ergens in de kern van je wezen iets volledig niet deugt, en dat het maar de vraag is of het ooit nog beter kan worden.

Zo kun je door een behandeling in de GGz een ziekte krijgen die dan wel niet zo dodelijk is als bepaalde vormen van kanker, maar die toch wel zo ernstig is dat een vergelijking met chronische ziekten als diabetes en M.S. van toepassing zou kunnen zijn, inclusief de verplichte medicatie om de ‘stoornis’ in bedwang te kunnen houden.

En tja, je kunt denken en doen wat je wilt, maar diabetes gaat er over het algemeen niet van over, en in hoeverre kun je zelf nog iets doen als je eenmaal zo’n gruwelijke stoornis of psychiatrische hersenziekte hebt opgelopen omdat dat nu eenmaal moet voor de GGz-dossiervorming en de declaratie bij de verzekeraar of uitkeringsinstantie?

Een weinig opbeurend traject staat je te wachten zodra je een DSM-IV/V ziekte hebt toegewezen gekregen. Zouden we met zijn allen niet iets kunnen verzinnen dat constructiever werkt?

DE CONSTRUCTIEVE DIAGNOSE

Stel je eens voor dat we dat medische denken met haar ziektes en stoornissen eens even helemaal opzij schuiven. In plaats daarvan gaan we kijken naar een mens die door allerlei omstandigheden tegen problemen is aangelopen die zo groot zijn geworden, of dreigen te worden, dat er wat gekke of rare dingen gebeuren. Of iemand dan heel zwaarmoedig, verslaafd, hyperactief, hallucinerend, verward reageert, is dan niet eens zo heel wezenlijk. Dat zijn immers pogingen om het hoofd te bieden aan deze grote stressbronnen.

we-can-do-it

Hierbij gaat het niet om een gestoorde dopamine- of serotonine-huishouding, maar gaat het om zaken als (liefdes)verdriet, schaamte, gevoelens van falen, rouw, negatief zelfbeeld, extreem positief zelfbeeld, verslaving, vernedering, eenzaamheid, leegte, pijnlijke onverwerkte trauma’s, schuld etc. Kortom, zaken die je als mens allemaal kunt tegenkomen in het leven, én wat heel belangrijk is: zaken waar je in principe ook iets aan kunt veranderen.

Als hulpverlener die zich aangesproken voelt om een constructieve diagnose te geven, wordt het dan zaak om inzicht te krijgen in dit soort menselijke thema’s. Hierbij dient dan vervolgens op een creatieve wijze gekeken te worden naar mogelijke manieren om de onstane stagnatie in het groeiproces van de betrokkenen te wijzigen. Het is niet de taak van de hulpverlener om alles op te lossen voor de cliënt.

Wel is het natuurlijk mooi als een hulpverlener (of een goede vriend, die kan net zo makkelijk de kunst van de constructieve diagnose  toepassen), zaken kan aanreiken waardoor de kans toeneemt dat de cliënt  de confrontatie met zichzelf aandurft. Dat een cliënt durft te overwegen bepaalde aannames te betwijfelen, bepaalde gevoelens toe te laten etc.

Ik ben daarbij geneigd om te denken dat hiervoor geen hoogdravende psychotherapeutische interventies nodig zijn, maar vooral veel kennis van de wereld, en kennis van de manieren waarop mensen met soortgelijke thema’s om zijn gegaan in het verleden. Door dan te verwijzen naar boeken, citaten, films, muziek, schilderijen, plaatsen, methodes, of mensen die raakvlakken hebben met die thema’s kan die persoon zelf proberen zich op een vrij natuurlijke wijze af te stemmen op de thema’s.

Stel je voor dat iemand in het verleden haar hart volledig heeft geopend voor iemand en daar is een krachtige liefdevolle relatie uit voortgekomen, die na enkele jaren later toch door overspel op de klippen is gelopen. Dat kan bij iemand zóveel pijn doen dat er een angst ontstaat om zich ooit nog werkelijk liefdevol te openen voor iemand anders. Zodra iemand dan verliefd lijkt te gaan worden kan iemand de ander gaan beleven als een duivel (soms symbool voor angst), iemand kan heel bang gaan worden, iemand kan heel depressief worden, of een ander duikt een verslaving in om maar te voorkomen weer die pijn te gaan voelen om afgewezen te worden.

zon-en-maan

Iemand die werkt met de contructieve diagnose methode gaat geen tijd verspillen met hersenziekte-diagnoses en mogelijke medicatie, maar die gaat die persoon verwijzen naar verhalen, romans, films, muziek waarin deze thematiek wordt verwerkt. Hij kan ook afhankelijk van de persoon en zijn wereldbeeld doorverwijzen naar bepaalde andere mensen, methodes, therapeuten of vrienden. Alles met de bedoeling de betrokkenen te inspireren, of in staat te stellen nieuwe zienswijzen of gedachten rondom het thema toe te laten. Bij de een raad je bepaalde nummers van Frans Bauer aan, en bij de ander verwijs je naar bepaalde teksten van Fiona Apple of Nick Cave. Voor de ene persoon werkt cognitieve gedragstherapie, terwijl de ander meer heeft aan psychosynthese of een cursus in wonderen.

Wat bovenal van belang is, is dat er werkelijk wordt geïnvesteerd in het wereldbeeld van de persoon, en op basis daarvan wordt verwezen naar ‘wijsheid’ waarin dergelijke thematiek wordt beschreven. Het impliceert dat de cliënt wordt gezien als iemand die te maken heeft met levensproblemen die heel normaal zijn, en al bestaan zolang de mensheid bestaat, en dat het een onderdeel van het leven is om te leren daarmee om te gaan, waarbij je de ‘multimediale’ vruchten kunt plukken van de mensen die eerder voor dat soort levensproblemen hebben gestaan.

Deze constructieve diagnose methode benadrukt dat het leven soms ook echt zwaar kan zijn, maar dat dat er nu soms eenmaal ook bijhoort in sommige fases. En dat we als mens het vermogen hebben om zelf weer de kracht te hervinden om het leven weer op te pakken. Hierbij is het van wezenlijk belang om te weten dat je een gezond mens bent, met een gezond paar hersenen, die hoogstens op een heftige manier kunnen reageren omdat je niet goed weet, of hebt geleerd, hoe je met bepaalde levensproblemen om kunt gaan.

Als je jezelf kunt liefdevol kunt beschouwen als een leerling van het leven, dan wordt het bestaan al meteen een stuk lichter, omdat je dan ook gewoon fouten mag maken, of mag toegeven dat je ook niet altijd weet hoe je met bepaalde dingen het beste kunt omgaan.

NOTEN

(1) https://psychoseanders.wordpress.com/2012/04/24/stoeien-met-metaforen-en-begrippen-4-manieren-om-te-kijken-naar-psychiatrische-symptomen/

Genezing?? Een waanidee!!

Hier volgt een tweede bijdrage van Christina:

Wat gebeurt er als je op een groot (Amerikaans) forum zegt dat je gelooft dat het mogelijk is om te genezen van de manisch depressieve stoornis?

De suggestie was dat het in een aantal gevallen mogelijk is om de medicatie af te bouwen en zonder symptomen een relatief goed leven te leiden.

Hier een overzicht van de reacties:

* Manisch depressiviteit IS niet te genezen.
* Manisch depressiviteit is een biologisch probleem dat met medicijnen moet worden behandeld, net als diabetes en kanker.
* Manisch depressiviteit is een ‘cyclische’ ziekte: het kan jaren goed gaan maar dat zegt niets; het kan tóch altijd weer terugkomen.
* Je mag niet op dit forum zeggen dat het mogelijk is zonder medicatie te leven want daarmee moedig je mensen aan om zomaar met de medicijnen te stoppen en dat is veel te gevaarlijk
* Pietje (Marietje, Klaasje) is met de medicijnen gestopt en meteen weer manisch geworden, heeft een Jaguar gekocht, zelfmoord gepleegd, enzovoorts.
* Jij bent niet manisch depressief als je zonder medicatie kunt.
* Je beledigt de manisch depressieve mensen op dit forum.
* Als je dat gelooft weet je te weinig over deze stoornis.
* Je hebt geen idee van het lijden van de manisch depressieve mens.
* Als je zonder medicijnen kunt ben je verkeerd gediagnosticeerd, óf je hebt slechts een heel mild geval van manisch depressiviteit.
* Het is niet waar dat jij zonder medicijnen kunt want je neemt soms nog een beetje seresta.
* Je kunt pas zeggen dat je genezen bent als je tien jaar totaal medicijnvrij bent en geen symptomen hebt gehad.
* Jij weet niet wat het is om een depressie te hebben.
* Dat je zegt dat het mogelijk is te genezen betekent dat je ons beschuldigt dat we niet hard genoeg hebben geprobeerd zonder medicijnen van onze problemen af te komen.
* Ik heb alles al geprobeerd en het werkt niet.
* Ik ken geen mensen die zonder medicijnen kunnen als ze manisch depressief zijn. (M.a.w. het kan niet).
* Je moet altijd ervan uitgaan dat je ziek bent en nooit denken dat je genezen bent.
* Als jij denkt dat je (aan het) genezen bent dan is dat júist een teken dat je ziek bent, het is een gebrek aan ziekte-inzicht.
* We hebben allemaal allang alles geprobeerd en het werkt niet, denk niet dat wij dom zijn.
* Ik geloof wel dat zelfzorg belangrijk is, gezond eten, beweging en zo…  ik zou misschien wel van de medicijnen af kunnen maar ik ben er te lui voor…
* Niemand vroeg verder uitleg over het idee van genezing.
* Niemand vroeg hoe het mogelijk is om zo ver te herstellen dat je de medicijnen kunt afbouwen; het lijkt of niemand geïnteresseerd is in hoe dat kan of hoe dat te bereiken.

Wat ik hieruit leer is dat er zeer veel geloof is bij deze mensen in de twee basis-uitgangspunten van de psychiatrie:

1. Manisch depressiviteit is een ziekte die niet over gaat en die steeds weer terug komt
2. Je moet levenslang medicatie gebruiken bij deze ziekte

Dit terwijl ik lees in het  boek ‘Anatomy of an Epidemic’ van Robert Whitaker, (en ook bij anderen) dat er eigenlijk nooit een goed bewijs is geleverd voor de theorie van de ‘chemische onbalans’ in de hersenen, de zogenoemde biologische oorzaak voor ‘psychiatrische ziekten’.

En dat de medicijnen die gebruikt worden in feite op de lange duur dezelfde symptomen kunnen gaan veroorzaken waar ze oorspronkelijk tegen gegeven werden. Zeker wanneer men stopt met deze middelen.
(Zie evt. (1))

Ik kan hier een paar van mijn eigen gedachten en ervaringen tegenover zetten:

* Misschien is het belangrijk om niet al te vaste waarde te hechten aan wat ‘de psychiatrie’ zegt en een open geest te houden ten aanzien van andere mogelijkheden. En misschien ben jij toevallig wel die ene persoon die wél geneest, of in elk geval flink vooruitgaat.

* Misschien is het wel niet zo belangrijk om je druk te maken over of manisch depressiviteit nu wel of niet genezen kan worden. Mogelijk is het belangrijker om je te focussen op innerlijke vrede.

* Misschien is het beter om niet de hele tijd af te zitten wachten en op te letten of er al een nieuwe episode van ziekte aan komt; mogelijk is het belangrijker je bezig te houden met activiteiten en mensen die je ‘voeden’ en energie geven.

* Het zou zo kunnen zijn dat je ‘krijgt wat je gelooft’. Als je heel vast gelooft dat je ziek bent en steeds nieuwe episodes van ziekte zult doormaken, zal dat zijn waar je op ingesteld bent en mogelijk zul je je dan zoveel zorgen maken, dat het bijdraagt aan nieuwe perioden van ziekte en moeilijkheden. Als je begint te geloven – of alleen maar te overwegen – dat je misschien wel kunt genezen, is dat een heel ander perspectief en mogelijk ga je dan meer aandacht geven aan alle kleine tekenen die mogelijk aangeven dat dit het geval is.

* Of je nu wel of niet medicijnen slikt; het is altijd mogelijk om zo veel en zo goed mogelijk aandacht te besteden aan hoe je leven is: Eet je gezond? Kom je regelmatig buiten in de frisse lucht? Heb je een netwerk van mensen om je te steunen? Heb je activiteiten die je voldoening geven? Doe je aan lichaamsbeweging? Zijn er dingen die je dwars zitten, emotioneel en psychisch, en die vragen om aandacht en een oplossing?

Als je op al deze terreinen goed voor jezelf gaat zorgen, kan het zijn dat er een moment komt waarop je het gevoel krijgt dat je de medicatie niet meer, of niet meer zo hard, nodig hebt. En is het misschien mogelijk om heel voorzichtig en met goede ondersteuning, te gaan afbouwen.

* Misschien is het wel zo dat juist als iemand te veel waarde hecht aan ‘medicijnvrij’ zijn, het mis gaat wanneer die persoon stopt met  de medicatie. Er zit dan namelijk zo veel lading op dat het té belangrijk wordt of het lukt of niet. Dit creëert ook weer spanningen. De beste houding zou weleens kunnen zijn: “ik probeer het, blijkt dat ik niet zonder medicatie kan, dan begin ik er weer mee”. En intussen zoals hierboven gezegd, aandachtig blijven werken aan het verbeteren van concrete terreinen van je leven.

* Misschien dat ‘herstel’ en ‘genezing’ wel heel veel te maken hebben met het aanleren van een (meer) ontspannen houding ten aanzien van het leven.

Zie ook gerelateerde artikelen:
De Mythe van de Chemische Onbalans in de Hersenen
Je Medicijnen kunnen je probleem zijn: beslis zelf
In de wurggreep van het Medische Model
Bang je Behandelaanbod te verliezen en de Patiëntenrol
Het belang van Ziekte-geloof

Voetnoten:
(1) http://robertwhitaker.org/robertwhitaker.org/Bipolar%20Illness.html en Anatomy of an Epidemic

Mechanische Asociale Associatie Gewoonte

INTRODUCTIE
Zoals de trouwe lezer van deze site wel duidelijk zal zijn, wordt er binnen dit project sterk getwijfeld aan de bruikbaarheid van het medische, lichamelijk-ziek model. Biedt een dergelijk model wel een constructieve benadering voor mensen die via allerlei onbewuste psychologische copingstrategieën soms tijdelijk de raarste dingen gaan denken of doen? (1)

Als je probeert bewust anders te praten over ‘psychotische’ verschijnselen dan is een goede stap om het woord ‘ziekte’ te vermijden, en wel vooral vanwege die enorme sterke connecties die het woord heeft met lichamelijke ziekten. Als mensen met psychotische verschijnselen niet lijden aan een bepaalde ziekte dan word je verplicht om andere termen te gaan gebruiken. Het zou immers nogal dom zijn om dan vervolgens ook maar te ontkennen dat mensen bepaald ongewenst gedrag kunnen vertonen.

In deze bijdrage wil ik een mogelijk alternatief jargon aandragen, welke misschien zinvol kan zijn voor sommige mensen. Er zijn vele manieren en redenen waardoor mensen soms ‘gek’ gedrag kunnen vertonen, waardoor er ook geen sluitend jargon is te vinden dat voor iedereen zal gelden. Het blijft dan ook wat zoeken.

NIET ZIEK, MAAR WEL KNAP IRRITANT
Het gebruik van de medische terminologie heeft allerlei consequenties die uitgebreid staan beschreven in allerlei artikelen op deze site (2). Eén ervan is dat mensen als een soort slachtoffer of patiënt kunnen worden gezien van een bepaalde mysterieuze aandoening. Hierdoor worden ze vaak niet helemaal serieus meer genomen, wat zo ook een effect heeft op de betrokkene zelf. Hij kan gaan denken dat hij er in feite niet zo heel veel aan kan doen, en de mensen om hem heen zouden ook kunnen gaan denken dat hij ook maar de dupe is van een ernstige psychiatrische hersenziekte.

Het medisch model kan er zo toe bijdragen dat mensen zó als zieke patiënt behandeld worden dat hun gedrag ook niet meer op een andere manier kan worden beleefd. Alles wordt gekaderd binnen het ziektedenken.

Neem nu een veelvoorkomend verschijnsel dat mensen nogal als een ongeleid projectiel aan het praten kunnen zijn. Soms kan het zelfs bepaalde vormen aan nemen waarbij gewoonweg iedere associatie die opborrelt meteen wordt uitgesproken. Vanuit het ziektemodel kun je dan spreken over een symptoom van een psychiatrische stoornis, maar waarom zou je niet gewoon spreken in termen van irritant gedrag?

MECHANISCHE ASOCIALE ASSOCIATIES
Laten we bij het voorbeeld van de ongeremde associaties blijven. Voor de betrokken persoon is het misschien allemaal best leuk en gezellig om zo in de aanwezigheid van anderen alle associaties die opkomen onmiddelijk te delen. Als dat ook nog eens in een snel tempo gaat dan hoef je eigenlijk alleen maar lui achterover te leunen om die mechanische stroom van vaak erg oppervlakkige, simpele en zelfs wat mechanische gedachten te laten gaan.

Misschien leuk voor jezelf, maar wel hoogst irritant voor de mensen om je heen. Dit gedrag kan er zomaar toe leiden dat mensen die zo verbaal associatief aan het overstromen zijn, worden gemeden door anderen. Dan kun je zielig vanuit het medische model gaan klagen dat mensen je mijden omdat je een psychiatrische ziekte hebt, maar wellicht is het dichter bij de waarheid om te stellen dat mensen je mijden vanwege je asociale, luie mechanische associatie diarree die je over hen uitstort.

Goed, ik overdrijf wat voor het effect, maar ik denk dat deze benadering in dit soort situaties heel wat constructiever is dan het ziekte-model.

Zo ontneemt het de wilde associatie-prater van het argument dat die gemene psychiatrie het verkeerd doet. Het is niet vreemd dat een wilde associatie-prater op een gegeven moment zó irritant wordt dat er moet worden ingegrepen. Helaas krijg je er binnen de psychiatrie dan al snel weer het medische model met de pillen erbij.

Zou het niet zinvoller zijn om die mechanische associatiestroom aan te pakken? Zou het zinvoller zijn als de betrokken persoon geen ‘ziektebesef’ ontwikkelt, maar eerder een besef leert dat hij een irritant denk- en praatpatroon aan de dag legt. Dat is geen ziekte, maar eerder een irritante gewoonte.

IRRITANTE GEWOONTE IPV PSYCHIATRISCHE ZIEKTE
Het voordeel van een irritante denk- of praatgewoonte is dat in principe een gewoonte is die dan ook met de nodige discipline en training af te leren is. Goed, als je je hele leven al op een bepaalde wild-associatieve manier denkt dan is het natuurlijk een flinke uitdaging. Zeker ook als je gelooft in het verschijnsel van de neuroplasticiteit: je hersenen zijn plooibaar en kunnen zich aanpassen aan nieuwe manieren van denken (3), maar ze hebben zich ook al aangepast aan bepaalde manieren van gebruik.

Voor het aanpassen van deze gewoonten moeten wel de nodige ingesleten patronen worden omgebogen, waarbij ik in eerste instantie zou denken aan allerlei meditatieve en cognitieve oefeningen. Misschien werkt het zelfs wel als je jezelf een flinke klap op de rug van je hand geeft als je jezelf opnieuw betrapt op het lui en mechanische associatief denken.

Hoeveel mensen zouden bereid zijn om over te schakelen van ‘Ik heb een Manische Psychiatrische Stoornis‘ naar ‘Ik denk periodes lui, mechanisch ongeremd associatief en ik laat het lekker gebeuren’?

VOETNOTEN
(1) https://psychoseanders.wordpress.com/beperkingen-van-lichamelijke-benadering-voor-de-geest/
(2) http://psychoseanders.yolasite.com/
(3) http://psychoseanders.yolasite.com/allerlei/neuroplasticiteit-en-zogenaamde-geestesziekten

Reïncarnatietherapie bij Psychoses

Na enige aarzeling besloot ik mijn zoektocht naar de mogelijke oorzaak van mijn veronderstelde ‘bipolaire stoornis’ uit te breiden tot minder vaak bewandelde paden. Na het lezen van enkele boeken van Michael Newton en Brian Weiss over het voor mij uiterst interessante onderwerp:  Vorige Levens,  ging ik op zoek naar een regressietherapeut bij mij in de buurt.

Ik stuitte al gauw op een prettige, heldere website waar ik tot mijn teleurstelling de volgende zin tegen kwam: ‘Deze therapie is echter niet geschikt voor mensen met een diagnose van geestesziek. Denk aan Psychotisch of Manisch.’

Ik besloot de regressietherapeute een e-mail te sturen en na wat van gedachten te hebben gewisseld, besloten we toch een afspraak te maken. In mijn omgeving reageerden de meeste mensen behoorlijk gereserveerd. ‘Is dat nou wel verstandig?’ en ‘Stel dat je ‘blijft hangen’?’

Tijdens onze ontmoeting, besloot ik dit laatste direct aan te kaarten want dat vond ik een beangstigende gedachte. De therapeute stelde me gerust en vertelde dat ze dat in haar praktijk nog nooit had meegemaakt. Ik voelde me op mijn gemak bij haar en na enkele vragen beantwoord te hebben, gingen we van start.

Ik was nerveus en nog steeds enigszins sceptisch maar tot mijn verbazing kwam ik inderdaad terecht in iets wat leek op een vorig leven. Ik was een man van rond de dertig en was de assistent van een machtige, rijke man. Het was vermoedelijk rond 1900 in Engeland en ik woonde met mijn vrouw ergens op het platteland.

Google 'English courthouse'

Later in de sessie zag ik mezelf gehaast en nerveus door een grote stad (Londen?) lopen op weg naar een groot, grijs gebouw met grote, ronde pilaren. Het was een gerechtsgebouw en het was de bedoeling dat ik voor mijn werkgever zou getuigen.

Hij werd beschuldigd van afpersing en was er volledig van overtuigd dat hem niets kon gebeuren. Ik zag hem minachtend en zelfverzekerd naar me glimlachen. Ik wist dat het niet uit maakte wat ik zou zeggen in mijn getuigenis; hij zou hoe dan ook vrijuit gaan. Er ging ergens een knop bij mij om en ik besloot mijn geweten te volgen.

Ik kon me er niet toe zetten deze criminele man te steunen. Ik wist immers dat hij schuldig was. Gehaast verliet ik het gerechtsgebouw. Ik voelde me angstig en onrustig en mijn gedachten sloegen op hol. Ik wist absoluut zeker dat ik mijn doodsvonnis getekend had door deze beslissing.

Later zag ik mezelf op een grasveld zitten waar ik langzaam weer tot rust kwam. Ik leefde nog steeds! Misschien was ik veilig en had ik de situatie toch verkeerd ingeschat? Op dat moment werd plotseling van achteren mijn keel dichtgedrukt en stierf ik.

Mijn laatste gedachte was dat ik heel graag had willen weten wie de persoon was geweest wie dit gedaan had. Zijn gezicht had ik namelijk niet kunnen zien.

De therapeute bracht me naar een voor mij veilige omgeving, en vroeg me nogmaals of ik de moordenaar kon zien. Ik was stomverbaasd! Het was D.!

D. had mij dertien jaar geleden getracht van het leven te beroven tijdens wat hij zelf (achteraf) een ‘drugspsychose’ noemde. D. herinnerde zich er niets meer van en ik had hem destijds vergeven. Hoewel dit misschien behoorlijk heftig klinkt, heb ik de afgelopen jaren nauwelijks aan dit voorval gedacht.

Ik meende dat het afgerond was en allang verwerkt. De herkenning van D. als mijn moordenaar in een vorig leven was een dusdanig ‘aha!’ moment dat ik direct wilde stoppen met de regressie. De therapeute overtuigde me er echter van dat we alles eerst rustig moesten afronden.

Ze bracht me terug naar mijn innerlijk en ik voelde dezelfde toegenomen spanning en energie in mijn buik en hart die ik meerdere keren heb ervaren voorafgaand aan een ‘manische episode of psychose’. De toegenomen hersenactiviteit en versnelde gedachten hebben we in deze sessie niet meer behandeld. Ik was moe en er leek nog een soort weerstand in mij aanwezig.

Achteraf bezien kan ik natuurlijk met geen mogelijkheid vaststellen of dit alles echt gebeurd is. Toch lijkt er in deze geschiedenis een bepaalde logica te zitten en het lijkt net of er bepaalde puzzelstukjes op hun plaats gevallen zijn.

De therapeute wist me te vertellen dat het heel goed mogelijk is dat in dat leven niet de orginele oorzaak besloten ligt van mijn ‘bipolaire stoornis’. Misschien ging die nog verder terug…

Ik weet het zelf natuurlijk ook niet maar omdat deze sessie voor mij een positieve ervaring was, zal ik in het nieuwe jaar zeker nog een afspraak met haar maken. (Er zijn overigens meerdere onbewuste patronen aan het licht gekomen gedurende deze sessie die ik hier niet verder zal benoemen. Ze hebben me in ieder geval meer inzicht gegeven in mijn familiebanden.)

Regressie en reïncarnatietherapie zijn – zover ik weet – absoluut geen gangbare therapievormen voor de behandeling van ‘psychoses’. Ik vermoed zelfs dat de meeste psychiaters dit ten stelligste zullen afraden. Maar omdat het mij een bevrijdend en zelfs helend gevoel gegeven heeft, vond ik het absoluut de moeite waard om deze ervaring hier te delen.

Hallucinaties: de visioenen en stemmen van schizofrenie en de bipolaire stoornis

Door:    Sean Blackwell (http://www.youtube.com/user/bipolarorwakingup)

Vertaald door:  Sharon

Dingen zien die niemand anders ziet

“Volgens het woordenboek van Cambridge, is een hallucinatie: wanneer je iets hoort, ziet of ruikt dat niet bestaat. En omdat het iets is dat niet bestaat, ziet de moderne psychiatrie dit als het betekenisloze, slecht functioneren van verstoorde hersenen; een gevaarlijke gebeurtenis die gestopt moet worden door het gebruik van medicatie. Op het eerste gezicht is dit heel logisch want als je dingen ziet die absoluut niemand anders kan zien, is de kans groot dat je aan een serieuze geestelijke ziekte lijdt. Tenminste, dat is wat ik dacht tot ik zelf een aantal hallucinaties meemaakte.

Tijdens mijn eigen bipolaire ontwaking, nu 13 jaar geleden, dwaalde ik letterlijk wat doelloos door een winkelcentrum tot ik het nummer ‘The Wanderer’ http://www.youtube.com/watch?v=FBtmaq0J2kU via de speakers van het winkelcentrum hoorde. Of zat die muziek in mijn hoofd? Tot op de dag van vandaag weet ik het niet.

En toen ik een paar dagen later op de vloerbedekking van een hotelbalzaal lag terwijl ik naar de witte lichten van een kroonluchter staarde, werd een licht in het midden van de kroonluchter opeens roze.

Daarvan weet ik zeker dat het een hallucinatie was maar voor mij was het op dat moment bepaald geen teken van geestelijke ziekte want toen ik door het winkelcentrum dwaalde en ‘The Wanderer’ werd gedraaid, gaf dit een soort betekenis aan de hele ervaring. En toen dat licht in roze veranderde, vatte ik dit op als de duidelijke boodschap van God dat een deel van mijn bipolaire ontwaking geëindigd was en dat ik op de één of andere manier een geschenk van liefde ontving.

Maar wat ik toen niet wist, was dat dit soort ervaringen gewoonlijk vaak voorkomen bij bipolaire mensen die subtiele, bijna vriendelijke hallucinaties ervaren die spirituele boodschappen lijken door te geven. Soms kunnen het geruststellende boodschappen zijn zoals het horen van de stem van God, Jezus of misschien die van een dood familielid die ‘ik hou van jou’ zegt.

Maar de boodschappen kunnen ook erg uniek en specifiek zijn. Een meisje dat ik ken hoorde een groep Vikingen ‘Happy Birthday’ voor haar zingen en liet haar op die manier weten dat ze opnieuw geboren werd.

Auditieve hallucinaties – stemmen – kunnen ook advies geven over hoe je je leven moet leiden. Zo werd bijvoorbeeld één meisje verteld haar dat ze haar huis op orde moest krijgen. Andere stemmen kunnen juist erg specifiek en pragmatisch zijn zoals; “Ga voorlopig door met het slikken van je medicatie,” zoals één persoon werd gezegd. En een ander werd eenvoudigweg verteld naar binnen te gaan omdat het buiten te gevaarlijk was.

Visuele hallucinaties kunnen dezelfde soort geruststellende of hulpverlenende boodschappen overbrengen en vaak worden deze boodschappen gebracht door spirituele boodschappers zoals engelen, heiligen of Jezus maar de boodschappen kunnen ook heel symbolisch zijn. Mijn nicht kreeg tijdens een massage een hallucinatie of visioen van een schelp die voor haar in het water dreef. Pas later kwam ze erachter dat haar masseuse Iemanjá, de Braziliaanse godin van de zee aanbad. Dus ook al bestaan ze niet voor anderen, kunnen de stemmen en visioenen die de psychiatrie vooral afdoet als hallucinaties, een betekenis voor ons hebben die we heel inspirerend zouden kunnen vinden.

Zoals je je misschien herinnert van mijn laatste video over paranoia, kunnen hallucinaties in tegenstelling tot deze vriendelijke gezichten die inspirerend zijn, je ook je rot doen schrikken. In feite zijn het dit soort tegengestelde auditieve hallucinaties die het meest geassocieerd worden met schizofrenie. De boodschappen kunnen behoorlijk destructief zijn en bijvoorbeeld vertellen dat je jezelf of misschien andere mensen zoals een ouder moet doden.

Een normaalgesproken verontrustende soort hallucinatie is wanneer iemand het gezicht van een persoon ziet transformeren tot het gezicht van iemand anders. Het was op het moment dat ik dit veranderingsfenomeen tegenkwam, dat ik de betekenis begon te zien van deze verontrustende hallucinaties.

Een man met wie we vorig jaar werkten, begon het gezicht van zijn dode ex-vriendin die zelfmoord had gepleegd te zien in het gezicht van zijn huidige vriendin. Toen hij later in het diepst van zijn bipolaire psychose uitgebreide conversaties begon te voeren met de geest van dit meisje die vertelde dat het tijd voor haar was hem te verlaten, begon ik me te realiseren dat verontrustende hallucinaties vaak gerelateerd zijn aan traumatische ervaringen.

Eigenlijk is het zoiets als het meedragen van een onopgeloste, traumatische kwestie in ons lichaam in de vorm van gevangen energie. Eckhart Tolle (www.eckharttolle.com) heeft hieraan gerefereerd als het ‘pijnlichaam’. Ieder van ons draagt een bepaald niveau van gevangen, traumatische energie in dit pijnlichaam.

Openstaan voor de mogelijke wijsheid van de Ziel

Maar als het loslaten van dit trauma absoluut van essentieel belang is voor de gezondheid van je ziel, zal de traumatische energie meestal een hallucinatie creëren in de vorm van een stem of een beeld dat je dwingt zijn bestaan te erkennen.

Op deze manier kan een hallucinatie simpelweg gezien worden als een krachtige droom die van het allergrootste belang is. Het is de boodschap van je ziel die eist om gehoord te worden.

En als het eist gehoord te worden, waarom lijkt het dan beangstigend of slecht te zijn? Meestal is het beeld een manifestatie van je eigen angst, zoals een droom die in een nachtmerrie verandert. En hoe angstiger je was tijdens het ervaren van een specifiek trauma in je leven, des te beangstigender zal de hallucinatie zijn.

Dr. John Weir Perry was de eerste psychiater die ik tegenkwam die de connectie beschrijft tussen begraven trauma en hallucinaties. R.D. Laing linkte schizofrenie al aan kindertijd trauma in de zestiger jaren. En meer recent is Dr. Rufus May, zelf een voormalig schizofreen, enigszins beroemd geworden door de documentaire “The Doctor who heares Voices”  waarin hij het idee verdedigt dat door therapie auditieve hallucinaties geheeld kunnen worden als je zorgvuldig aandacht schenkt aan wat ze te zeggen hebben.

En ook al heb ik me niet verdiept in formeel onderzoek naar de duizenden e-mails die ik de laatste twee jaar heb ontvangen, begon ik te verwachten dat mensen die sterke en beangstigende hallucinaties ervoeren, zeer vaak een hele moeilijke jeugd hadden waar fysiek en / of seksueel misbruik plaatsvond.

Bepaalde onderzoeken bevestigen deze hypothese. In 2006 rapporteerde www.pscychcentral.com dertien verschillende onderzoeksstudies die bewijzen dat tussen de 51% en 97% van de mensen die aan schizofrenie lijden lichamelijk of seksueel misbruikt zijn. Uit een Nieuw-Zeelandse studie bleek dat zeventien van de tweeëntwintig patiënten die tijdens hun kindertijd misbruikt waren, hallucinaties, waanideeën en / of gedachtestoornissen hadden – de voornaamste symptomen van schizofrenie. En tot slot vond de non-profit organisatie Intervoice www.intervoiceonline.org, die eveneens gelooft in het luisteren naar de stemmen van auditieve hallucinaties, dat 75% van de volwassenen en 85% van de kinderen ‘stemmen’ hoorden die direct terug te voeren waren tot specifieke trauma’s in hun leven.

Dus eerder dan hallucinaties beschouwen als betekenisloos omdat ze niet echt zijn, moeten we ze beginnen te zien als speciale boodschappers van onze zielen: Boodschappers die ons proberen te helpen helen.

Soms spreken ze tegen ons op zachtaardige, geruststellende manieren die ons inspiratie en leiding geven en op andere momenten kwellen ze ons vanwege het negeren van onze diepste gevoelens. In ieder geval moeten we, als we hopen te helen, beginnen met luisteren naar deze boodschappers en zorgvuldig aandacht besteden aan wat ze te zeggen hebben. Wat je zou kunnen helpen dit te doen, is ten eerste in gedachten houden dat de hallucinatie je nooit kwaad kan doen. Het is geen fysieke dreiging; het is een projectie van jou die symbolisch geïnterpreteerd moet worden en niet concreet.

Ten tweede; de donkerdere hallucinaties zijn hier niet om de echte jij te doden maar ze zouden wel je ego kunnen willen doden. En soms is het verschil moeilijk te onderscheiden. Dat is waarom het ware moed vereist je bezig te houden met deze spirituele krachten. Maar wanneer je het doet, is zoals bij alle aspecten van psychose de sleutel tot het helen van je hallucinaties, je aan hen over te geven.

Dus in plaats van jezelf te medicaliseren of te bidden dat ze weggaan, zou je misschien kunnen overwegen naar hen toe te gaan voordat ze naar jou toe komen. Om dit te doen kun je eenvoudig op je bed gaan liggen, heel stil worden en ze in je leven uitnodigen. Dan, wanneer je hun aandacht hebt, zou je met hen kunnen praten en je zou hen in op de eerste plaats kunnen vragen; “Wat doen jullie hier?!”.

Herinner jezelf eraan dat deze donkere energieën zich alleen maar voeden met jouw angst. Dus als je de moed kunt vinden om jezelf eenvoudigweg voor hen te openen, zal de liefde die voortkomt uit jouw openheid hen doen vertrekken. (Als je dit idee te beangstigend vindt, zorg er dan voor dat iemand bij je blijft voor steun. Het is altijd gemakkelijker dit soort dingen te doen met de hulp van iemand anders.)

Bij sommige mensen kunnen deze energieën, wanneer ze ons pijnlichaam verlaten, voelen als een waar exorcisme. Dit is wat één van mijn vrienden op www.newlightbeings.com te zeggen had toen haar demonen haar verlieten; “Ik zag altijd overal de zwarte schaduwen van monsters. Maar toen de demonen vertrokken, verdwenen ook de (ergste) visuele hallucinaties.”

“Het voelde zo puur toen ze uit mijn lichaam gezogen werden! Het was alsof al het vuil van de wereld diep in mijn ziel leefde. En het werd er krachtig en sterk uitgezogen.”

“Alles zag er helderder, vrolijker uit. KRISTALHELDER. Ik was een baby.”

En als je tenslotte de moed ontwikkelt die innerlijke demonen onder ogen te zien, zou je misschien het boek ‘The Red Book’ van Carl Jung willen bekijken.* Toen Carl Jung nog praktiserend psychiater was, begon hij zelf te lijden aan schizofrenie.

Illustratie uit het Rode Boek van C.G. Jung

Maar in plaats van psychiatrische behandeling te zoeken, begon hij een dagboek bij te houden waarin hij de intieme conversaties documenteerde die hij voerde met de verschillende entiteiten die hij in zijn eigen geest tegenkwam.

Het boek bevat ook veel afbeeldingen die Jung schilderde teneinde deze begraven delen van hemzelf te integreren. Ook al beschouwde hij dit boek als zijn beste werk, heeft hij het nooit gepubliceerd – wetende dat de wereld niet klaar was voor wat hij te vertellen had. Maar bijna vijftig jaar na zijn dood is het boek uiteindelijk in 2009 uitgebracht en het belooft één van de meest veelbelovende boeken te worden van onze tijd.

Dus het lijkt er zeker op dat wanneer het gaat om de spirituele rijken van onze eigen ziel, de wereld eindelijk wakker wordt.”

* Noot van de vertaler: het boek is helaas vrij prijzig. (165 euro)

Illustraties o.a. afkomstig van het Algemeen Dagblad en Kathrin in België

Na 7 Jaar zelfstandig vrij van Lithium: een afkickverhaal

Na enkele dagen terug de afbouwervaringen te hebben geplaatst van Q, kan ik vandaag de ervaringen delen van Sharon die na 7 jaar op eigen kracht erin geslaagd is geleidelijk haar lithium af te bouwen tot nul en er zich opperbest bij voelt.

Graag plaats ik op deze site meerdere ervaringen van mensen die op verantwoorde wijze afbouwen met hun medicatie (verantwoord wil overigens niet zeggen met steun van aanhangers van het medische model!)

Hieronder de bijdrage van Sharon:

Het afgelopen jaar heb ik zeer voorzichtig mijn lithium gebruik afgebouwd. Ik wilde  niet over één nacht ijs gaan en las o.a. de boeken van Peter Breggin. Ik was me er goed van bewust dat –ook bij kleine stapjes-  de symptomen van de allereerste ‘psychose’ konden terugkeren. Ofwel dat dit ontwenningsverschijnselen konden zijn van het ruim 7 jaar medicijnen slikken die de chemie in de hersenen veranderen.

Uit video van Evanescence - Lithium (link)

Afgelopen april had ik mijn inname afgebouwd van 800mg tot 200mg. Ik werd langzaamaan extreem gevoelig. Alle indrukken kwamen heftiger binnen, ik werd emotioneler en had het gevoel alsof ik 20 koppen koffie gedronken had. Signalen die erop wezen dat ik inderdaad misschien afstevende op een ‘ontwenningspsychose’.

Ik was er niet bang voor; ik was vastbesloten hierdoor heen te komen zonder verdere medicatie. Uiteraard wilde ik me dit mijzelf en mijn naasten liever besparen dus hield ik mijn gemoedstoestand goed in de gaten.

Het gebeurde toch… Mijn familie, die gelukkig achter mijn beslissing had gestaan de lithium af te bouwen, hield (van afstand) ook een oogje op me. Ik was er heel stellig in dat ik NIET opgenomen wilde worden in de instelling waar ik de vorige drie keer (gedwongen) beland was.

Dit waren voor mij traumatische en vernederende ervaringen geweest waar ik niet gehoord werd en waar anti-psychotica de enige ‘remedie’ was. Mijn familie bracht mij echter toch naar deze bewuste instelling om een gedwongen opname te voorkomen zo werd mij later verteld.

Nu was ik daar dus ‘vrijwillig’. Ik bleek niet in staat de juiste antwoorden te geven op de vragen van de psychiater en er werd enorm veel druk op me uitgeoefend om daar meteen maar te blijven. (Eigenlijk had ik in feite geen keus,  paradoxaal genoeg.)

Deze laatste opname heb ik als een ultieme verschrikking ervaren. Ik had inmiddels de nodige ervaring met gedwongen opnames maar nog niet met de ‘vrijwillige’. Het was ontzettend verwarrend voor me. Ik was daar ‘vrijwillig’ maar de deuren gingen op slot; ik mocht niet naar buiten en ik mocht ook niet weg.

Iedere dag werd ik op dwingende wijze door de verpleegkundigen toegesproken. Men wilde dat ik temesta zou slikken en door een arts-assistent werd mij dringend aangeraden Risperdal in te nemen. Ik weigerde.

Toen na een week een verpleegkundige de deur voor mij opende zodat ik een rondje buiten mocht lopen, ben ik op de bus gestapt en naar huis gegaan. Ik bleef voornamelijk binnen en worstelde mezelf door mijn ‘psychose’ heen zonder extra medicatie behalve de 200mg lithium die ik was blijven slikken.

Drie keer kwam er een verpleegkundige bij mij thuis om te kijken hoe het met mij ging. Ik vond dit een aantasting van mijn privacy, onnodig en wilde dit helemaal niet. Hierin had ik volgens hen ook al geen keus.

Alles bij elkaar duurde de ‘episode’ ongeveer vier weken en benaderde deze de heftigheid van mijn eerste ervaring van ruim 7 jaar geleden.

Ik bleef vastbesloten de rest van mijn lithium ook (voorzichtig) af te bouwen en sinds ruim vier weken ben ik volledig medicijnvrij. Ik voel me nu prima en ben voornemens nooit meer psychiatrische ‘medicijnen’ in te nemen.

Mocht ik onverhoopt plotseling slecht slapen, houd ik wel wat slaappillen achter de hand. Voldoende rust –zeker in dit stadium- beschouw ik als zeer belangrijk.

Mijn ‘vrijwillige’ opname heeft er helaas behoorlijk ingehakt. De teleurstelling in mijn familie die tegen mijn wil toch weer contact opnam met de psychiatrie en ik voel woede ten opzichte van mijn ‘behandeling’.

Hoewel ik steeds vertelde dat ik mijn lithium aan het afbouwen was en het toch als bekend feit verondersteld mag worden dat daardoor de symptomen opnieuw op zouden kunnen treden, werd mij in de inrichting deze keer verteld dat ik waarschijnlijk leed aan paranoïde schizofrenie in plaats van een zgn. bipolaire stoornis. (Dit laatste etiket werd mij de eerder opgeplakt ook al had ik nooit last van depressies.)

Ik ben er nu zelfs nog meer van doordrongen dat de reguliere psychiatrie mij alleen maar van de regen in de drup heeft geholpen en ik hoop dat ik er nooit meer iets mee te maken hoef te hebben.

Het contact met mijn familie is nu (tijdelijk?) beschadigd geraakt en heeft een hoop andere zaken van vroeger bovengewoeld. Ik voel me beter en helderder zonder lithium en ben nu op zoek naar een therapeut die mij o.a. kan helpen sommige dingen uit het verleden een plek te geven.

In tegenstelling tot de zgn. ‘wetenschap’ van de psychiatrie, heb ik wel veel vertrouwen in de kundigheid van psychologie.

Uit onderstaand interview met een Amerikaanse psycholoog die cognitieve gedragstherapie toepast bij mensen met andere staten van bewustzijn, blijkt onder andere dat het wel degelijk mogelijk is succesvol mensen bij hun proces te ondersteunen.

Hij benadrukt overigens dat het belangrijk is vooral GEEN therapeut te kiezen die het biologische model van de psychiatrie aanhangt; deze mensen blijven immers hangen in de overtuiging dat je een aangeboren hersenafwijking hebt en dat ze dus weinig tot niks kunnen doen.

Ik hoop dat ook in Nederland therapeuten te vinden zijn zoals deze Ron Unger….

Ik ben me er van bewust dat ik er nog niet helemaal ben maar dat ik het ergste waarschijnlijk gehad heb en dat niets mijn verdere proces in de weg staat. Ik heb er alle vertrouwen in dat ik uiteindelijk een wijzer, spiritueler en meer liefdevol mens kan worden en hoop dat ik in de toekomst wellicht andere mensen kan helpen die worstelen met hun ‘diagnose’ en het afbouwen van hun medicijnen.