De Waanbeelden van de Hersenbank

Ik zat laatst in de auto toen ik een spotje hoorde van de Hersenbank. De hersenbank bleek bezig te zijn met een campagne om mensen zover te krijgen om vooral hun psychiatrische hersenen te doneren aan de wetenschap.

wat-gaat-er-nou-mis-met-mijn-brein

Een tekst van de website ‘We hebben hersens nodig’ (1)

Door mijn transformatie naar actieve ‘gezinsman’ heb ik de laatste jaren minder tijd gehad voor het werken aan Psychose Anders, maar deze campagne kon ik toch niet zomaar onbesproken de revue laten passeren. Het zal de trouwe lezer niet verbazen dat de denkbeelden die de basis vormen voor deze benadering mijn nekharen overeind lieten komen. In deze bijdrage een blik op deze campagne en de hersenbank vanuit een psychose-anders perspectief.

Als je op de site van de campagne kijkt (1), zie dat je er allerlei mensen praten over wat zij psychiatrische ziektes noemen. Myrthe van der Meer (schrijfster van de boeken PAAZ en UP) doet ook mee aan deze campagne. Zij vraagt zich af wat er nou eigenlijk mis is in haar brein op de momenten dat ze denkt dat ze kan vliegen, of toen niemand mocht weten dat ze dood wilde.

myrthe-van-der-meer-wat-gaat-er-nou-mis-met-mijn-brein

Myrthe van der Meer: Wat gaat er nou mis in mijn brein?

De Hersenbank, en daarbinnen de speciaal op psychiatrie gerichte (Hersenbank voor de Psychiatrie, 2) vertellen op hun website de achtergrond van hun onderzoek. Kort gezegd komt het erop neer dat zij denken in de hersenen iets te kunnen vinden wat de oorzaak zou zijn voor zogenaamde psychiatrische aandoeningen.

Na vele drukken DSM, en vele decennia aan psychiatrische ‘ziekten’ is het schijnbaar nog altijd niet gelukt om steekhoudend zoiets als ‘schizofrenie’, ‘ernstige depressie’, een obsessief-compulsieve stoornis, een bipolaire stoornis of wat dan ook te vinden in de hersenen. Je zou daaruit de conclusie kunnen trekken dat er misschien ook wel gezocht wordt naar iets dat niet werkelijk bestaat, maar je kunt ook denken dat je als je goed zoekt het uiteindelijk wel zult vinden.

Ik zou overigens de laatste zijn om te ontkennen dat er wel iets kan veranderen in de hersenen van mensen met bepaalde diagnoses, maar dan wel vooral door de effecten van de medicatie op de hersenen. Het drieluik dat ooit eens is geschreven door Sharon van Haren op deze site is hierbij zeer verhelderend (3, 4 en 5). In deze artikelen wordt de Amerikaanse psychiater Peter Breggin aangehaald die stelt dat juist door de effecten van hersenbeïnvloedende medicatie zoals anti-depressiva en anti-psychotica dingen veranderen in de hersenen.

Hij spreekt over het verschijnsel dat hij ‘intoxicatie anosognosia’ noemt, wat staat voor het niet kunnen herkennen van de schadelijke mentale effecten van psychoactieve middelen en de bijkomende neiging hun positieve mentale effecten te overdrijven: mensen ervaren allerlei vreemde zaken na het innemen van psychofarmaca, maar denken vooral dat het met hun ‘ziekte’ te maken heeft.

Hij stelt zelfs dat hersenbeschadiging het voornaamste therapeutische effect is van psychiatrische medicatie (3). Met andere woorden: de kalogo-nederlandse-hersenbank-voor-psychiatriens is groot dat de hersenbank afwijkende hersenen kan gaan vinden bij mensen die al vele jaren lang dit soort hersenbeschadigende medicatie tot zich nemen. Als hersenonderzoeker zou je dan kunnen gaan juichen omdat je een ‘ziekte’ hebt gevonden, maar je kunt ook vooral zorgelijk constateren dat je slechts het effect van psychiatrische middelen op gezonde hersenen hebt kunnen aantonen. Dit soort hersenbeschadigingen worden ook uitvoerig genoemd in het onderzoek van Breggin (3).

Binnen het kader van Psychose Anders wordt niet ontkend dat het leven soms erg pittig en voor sommigen eigenlijk te pittig kan zijn. Ook zijn er vele manieren waarop mensen kunnen omgaan met deze uitdagingen die het leven kan aanreiken. Mijn favoriete metafoor is die van de pianist die een prachtig stuk op een piano speelt. Hierbij staat de pianist voor de geest en de piano voor de hersenen. Als de muziek die gespeeld wordt niet helemaal lekker klinkt, kun je aan twee dingen denken: degene die de piano speelt heeft niet veel ervaring met pianospelen, of er is iets mis met de piano.

Binnen Psychose Anders wordt vooral ingezet op de eerste geestelijke benadering: hoe kan de geest getraind worden via oefening, inzichten om beter te leren pianospelen (leven). De tweede benadering is erg populair binnen de psychiatrie, binnen onze samenleving en binnen de groep wetenschappers die eigenlijk niet echt geloven in een geest die hersenen bespeelt. In die zin zou je kunnen zeggen dat de campagne om hersenen te verzamelen het ultieme voorbeeld is van een materialistisch wereldbeeld, waarin bewustzijn niets anders is dan het tijdelijke resultaat van hersenactiviteit. Afwijkende gedachten of gevoelens moeten dan het resultaat zijn van afwijkende hersenactiviteit of  van een of andere genetische afwijking. Wellicht ontdekken we later dat dit een waandenkbeeld blijkt te zijn geweest.

Het is voor mensen die worden geconfronteerd met de vreemde sprongen die een geest in het nauw kan maken ook veel aantrekkelijker om de piano de schuld te geven, omdat het veel lastiger en moeilijker is om je te openen voor de mogelijkheid dat je piano misschien wel helemaal goed werkt, maar dat je wellicht kunt leren wat minder angstig, met meer humor en liefdevoller te leren spelen. Wat ook zeker niet makkelijk is in een wereld waar vaak wat rommelige muziek wordt gespeeld.

Het idee dat je piano kapot is, stimuleert iemand natuurlijk niet om eens goede pianoles te gaan nemen. In die zin kan de campagne van de hersenstichting ook schadelijk zijn omdat ze mensen laat geloven dat er waarschijnlijk toch iets fundamenteels mis is met hun brein, iets waar buiten wat medicatie niet veel aan te doen is.

NOTEN
(1) http://wehebbenhersensnodig.nl
(2) Nederlandse Hersenbank voor de Psychiatrie (http://www.nhb-psy.nl/)
(3) https://psychoseanders.wordpress.com/2011/01/25/het-betoverende-effect-van-psychiatrische-medicijnen-deel-i/
(4) https://psychoseanders.wordpress.com/2011/03/23/het-betoverende-effect-van-psychiatrische-medicijnen-deel-ii/
(5) https://psychoseanders.wordpress.com/2011/03/23/het-betoverende-effect-van-psychiatrische-medicijnen-deel-iii/

Advertenties

“U geschiede naar uw geloof”- De Kracht van Overtuigingen

Hieronder volgt een bijdrage van Christina over haar eigen persoonlijke ervaringen.

Als ik denk over de psychiatrie en de ervaringen die ik ermee opdeed – inmiddels beslaan die meer ruim twee decennia – dan komt een stukje uit een lied van Frank Boeijen (1) door mijn hoofd spelen:

“Geloof ze niet, geloof ze niet….”

De rest van het liedje gaat over iets heel anders, onder andere over ‘kunnen wij geen vrienden zijn’. Ik weet al een hele tijd dat ik ‘geen vrienden kan zijn’ met de diagnoses die de psychatrie over mij uitsprak.

conviction 5

Wat je gelooft, over jezelf, over anderen, over het leven, is  van enorm belang. De kracht van de geest en wat die gelooft is heel groot. Dat is althans mijn gedachte erover. En niet alleen de mijne. In het boek ‘Een Cursus In Wonderen’ staat iets als: ‘Je zult zien wat je gelooft en het is je gegeven te veranderen wat je gelooft’.

Ik ben ergens in mijn jeugd, door hoe ik bejegend werd, gaan denken ‘ik zal wel gek zijn’. Ik werd zo veel tegengesproken en ontkend in wat ik voelde en dacht en zei, dat ik de conclusie trok dat er iets mis moest zijn met mijn vermogen de werkelijkheid te kennen. Nu is dat precies wat men zegt over psychoses: de persoon is het contact met de werkelijkheid kwijt.’

Lang voordat ik psychotisch werd had ik dus al dit idee van ‘ik moet wel gek zijn’. Ik denk dat het wit is en mijn omgeving houdt vol dat het zwart is. Tja. Omdat je als kind en jongere niet bij machte bent hier uit te komen, is een onbewuste conclusie: “Ik zal wel gek zijn”.

Veel later kwam ik dus het idee tegen dat je wáár maakt wat je gelooft (bv over jezelf). Ik ben dus ‘netjes’ psychotisch geworden. Mijn geloof ‘ik ben gek’ heb ik waargemaakt.

In mijn vele gesprekken met anderen die psychoses ervoeren, kwam ik dit thema vaker tegen: men maakt zeer verwarrende situaties mee als kind en gaat dan onbewust twijfelen aan het eigen vermogen om de werkelijkheid te kennen. Denk bijvoorbeeld aan een meisje dat incest meemaakt, maar de dader houdt later strak vol dat het ‘nooit gebeurd is’. Opgroeiend concludeert deze vrouw onbewust ‘wat ik denk dat ik heb meegemaakt, klopt niet, er is iets mis met mijn waarneming’.

De gedachte “ik zal wel gek zijn” zet zich vast en op een gegeven moment, in een heel moeilijke situatie, zou deze zich wel eens waar kunnen maken. ‘U geschiede naar uw geloof’.

conviction 3

Het is maar goed dat ik later andere dingen ben gaan geloven. Op een gegeven moment – na omzwervingen zoals jarenlang psychiatrische medicijnen slikken, me laten vertellen dat ik een manisch depressieve stoornis had, enzovoorts – kwam ik in aanraking met een spirituele leer die mij hielp om het anders te gaan zien.

Ik ging meedoen aan een groepje dat deze leer bestudeerde en begon, in feite met skepsis en ‘voor de lol’ de ideëen/begrippen uit het boek zo goed en zo kwaad als het ging uit te testen door toe te passen. Mijn idee was meer ‘’stel nou dat het eens waar zou zijn’ dan dat ik er al bij voorbaat vast in geloofde. Ik vond het eigenlijk maar gekke principes maar aangezien ik in zekere zin niet veel beters had om mee bezig te zijn, ging ik ermee spelen.

Eén van de ideëen in die leer die mij het meest trof was ‘er is een bron van Vrede in ons waar we steeds naar kunnen terugkeren’. Vanuit nieuwsgierigheid ging ik dan maar, in situaties van stress op zoek naar die innerlijke vrede.
En’verdomd’. Ik vónd ‘m vaak ook nog.

Ik herinner me heel sterk een moment dat ik in de auto zat bij iemand. Een bekend patroon herhaalde zich: er werden opmerkingen gemaakt die ik helemaal niet kon waarderen en ik wist uit eerdere situaties dat als ik er tegen in zou gaan, het waarschijnlijk met ruzie en in elk geval met een rotgevoel zou eindigen.

Op dat moment moest ik even denken aan wat ik gelezen had: ‘er is een innerlijke vrede in ons’. Ik dacht ‘oh ja???’, maar maakte contact met mijn hart en ging ernaar op zoek: kan ik nu, hierbij, ook vredig blijven. Toen voelde ik een soort innerlijke rust en merkte dat ik geen behoefte had te antwoorden op de opmerkingen. Korte tijd later kwam er nog wel een reactie bij me op die ik toen rustig kon uitspreken en die niet tot stekeligheden of verdere onenigheid leidde. Ik had een groot gevoel van triomf: “Het werkt! Ik kan dit soort situaties doorstaan zónder in de nesten te raken!”

Dit moedigde me aan om deze ‘tactiek’ te blijven gebruiken en oefenen.

Gaandeweg voltrokken zich allerlei veranderingen in mijn leven. Ten goede. Ik verzoende me met mijn familie na decennia van conflict. Ik ging gezonder eten en viel heel veel af. Ik durfde zomaar weer een opleiding te beginnen. Ik ging voor grote groepen mensen voordrachten houden. Allemaal dingen die ik niet verwacht had; ik was toch die beperkte, defecte persoon met een gaatje pardon ziek brein in haar hoofd? Die nooit innerlijk evenwicht kon hebben maar steeds risico liep op nieuwe psychoses, manische fasen, depressies? Hmm…

man climb red arrow. Isolated 3D image

Mijn overtuiging  ‘ik moet wel gek zijn’  had gaandeweg, zonder dat ik me er concreet bewust van was, plaatsgemaakt voor een ander geloof. Iets als ‘er is een kracht groter dan ik die het goede voor mij wil’ – dus waarom zou ik dan niét genezen? Ondanks dat men me had gezegd dat dat niet kón en dat ik levenslang pillen zou moeten slikken.

Ook mijn overtuiging dat ik ondanks medicijngebruik toch, ook mijn leven lang, beducht zou moeten zijn voor nieuwe ‘ziekte-episodes’ werd vervangen. Had ik voordien geloofd dat ik geen innerlijk evenwicht bezat, als ‘manisch depressieveling’ niet kón bezitten, mijn ervaring bewees me dat ik heel wat meer innerlijke rust en evenwicht kon ontwikkelen dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Op den duur zag ik mezelf ook niet meer als een ‘manisch depressief persoon’. Maar als mens-met-innerlijke-vrede!

Op een gegeven moment dacht ik – voelde ik, zou ik kunnen zeggen – dat ik de medicatie niet meer zo nodig had. Het was niet zo dat ik er per se van af wilde. Ik had gewoon niet het idee dat ze nog iets voor mij deden. Ik heb ze sindsdien dan ook afgebouwd, heel langzaam, over een periode van meerdere jaren, afgaand op mijn gevoel. (Een verhaal op zich.)

In zekere zin ‘geloof ik het zelf niet’. En toch geloof ik het wel. Ik kan er niet onderuit, in elk geval: vanaf het moment dat mijn overtuigingen wijzigden,wijzigden zich ook mijn leven en omstandigheden. Later heb ik hier veel meer over geleerd en ook een methode leren toepassen (op mezelf en anderen) waarmee je heel bewust je overtuigingen kunt onderzoeken en wijzigen.

Kijkend naar mijn eigen ervaringen, dan zegt dit alles mij dat de ‘kracht van de geest’ veel groter is dan men zo aanneemt, bijvoorbeeld in de reguliere hulpverlening. Dus als men je zegt dat je ziek bent, een ‘stoornis’ hebt, en dat je medicatie en gesprekken nodig hebt en, nou ja, ‘gek bent’ – geloof ze niet…  Geloof ze niet!

Leer je eigen innerlijke rust te vinden, je eigen kompas te volgen.

NOOT
(1) http://www.youtube.com/watch?v=kQw6K9XaHPM

Christina maakte enige tijd deel uit van het kernteam van PsychoseAnders en schreef diverse artikelen voor deze site.  Ze maakte drie langdurige psychoses door, slikte zo’n twintig jaar lang psychiatrische medicijnen en bracht drie jaar door met opgenomen zijn.

Inmiddels is ze al lange tijd ‘symptoomvrij’ en ook sinds een paar jaar ‘medicijnvrij’, in tegenstelling tot wat haar in de psychiatrie voorspeld werd. Haar uitgangspunt is dat het heel goed mogelijk is om innerlijke rust op te bouwen, waardoor psychiatrisch medicijngebruik mogelijk op den duur kan worden afgebouwd.

Ze schrijft een nieuwsbrief die te lezen is op de site http://dehelendegeest.wordpress.com/ en biedt telefonisch ondersteuning aan mensen die een psychiatrische diagnose kregen maar op zoek zijn naar een andere kijk op zichzelf.

 

Is er ook een ‘Depressie Anders’-benadering?

INTRODUCTIE

Vandaag las ik de onderstaande reactie van Denkertje die me aanzette een wat uitgebreidere reactie te schrijven. Die reactie groeide spontaan uit tot een artikelwaardig stukje dat je nu aan het lezen bent. Hieronder volgt eerst de vraag van Denkertje en vervolgens mijn reactie hierop. Natuurlijk hoor ik ook graag andere gedachten hierover en heb ik het wellicht wat erg ‘Depressie Anders‘-gezegd. Maar goed, we zijn hier ook niet om alleen maar lief voor elkaar te zijn, nietwaar?

Ik heb al meer dan 20 jaar last van depressies en ben nu gediagnosticeerd als hebbende een depressieve persoonlijkheidsstoornis. Ik vraag me af of hiervoor ook een dergelijke aanpak bestaat.

Rafal Olbinksi, afkomstig van Youtube (1)

Rafal Olbinksi, afkomstig van Youtube (1)

WAT IS EEN DEPRESSIE WERKELIJK?

Beste Denkertje, ik heb nog nooit gehoord van een depressieve persoonlijkheidsstoornis. Volgens mij zijn er acht persoonlijkheidsstoornissen terug te vinden in DSM IV, en daar zit geen depressieve persoonlijkheidsstoornis bij. Persoonlijkheidsstoornissen worden gediagnostiseerd op wat ze schaal 2 van de DSM-diagnose noemen. Een depressie hoort op As I thuis, zoals ook schizofrenie en Manisch-depressiviteit. Misschien is het een nieuwe persoonlijkheidsstoornis die met de komst van DSM V is geïntroduceerd, maar dat lijkt me sterk.

Maar goed, waarschijnlijk doel je op de as I diagnose Depressie (geen persoonlijkheidsstoornis, whatever that may be), en gaat je vraag over of er ook een soort ‘Depressie Anders’-benadering zou kunnen zijn. Ik denk het wel degelijk. Ook hierbij zijn er de volgende zaken van belang: geloof diep van binnen dat je niet een ernstige ongeneeslijke hersenaandoening hebt (en dat geloof is er waarschijnlijk diep ingeramd de laatste decennia); als je hersenen dan nu verder OK zijn, wordt het zaak om de ingesleten gewoontes en patronen aan te pakken, waarbij je op zoek gaat naar de oorzaken voor dat soort ‘depressieve denkgewoontes’ – waar zijn ze ooit goed voor geweest?

Verder geldt hier natuurlijk ook weer dat het voor iedereen weer net allemaal weer wat anders is: ieders leven is anders, en iedereen ontwikkelt zo zijn eigen manieren om met tegenslagen, levensuitdagingen, problemen en dergelijke om te gaan: de een gaat aan de spuit, de alchohol of gaat gekke dingen zien, en anderen keren helemaal in zichzelf en geven de moed op en lijden dan een grauw bestaan om zichzelf te straffen of als excuus om verder niets meer te hoeven doen, of omdat ze echt geen idee hebben wat ze anders zouden kunnen denken, doen of voelen. Soms wil je ook gewoon lijden omdat je zoveel verdrietige ervaringen achter de rug hebt.

Goed, Denkertje, ik chargeer en overdrijf natuurlijk, maar net zoals bij Psychose Anders, is het logische gevolg van het niet accepteren van een vage psychiatrische hersenziekte, dat er andere oorzaken zijn, en hoe onprettig en ongewenst het ook moge klinken, daar heb je zelf de hoofdverantwoordelijkheid voor: zoals je depressieve gedachten kunt scheppen en iedere dag kunt versterken totdat je zo depressief bent dat je nog te passief of lui bent om voor een trein te springen, zo kun je ook proberen nieuwe gedachten binnen te laten komen die de stroom van je gedachten een nieuwe bedding kunnen laten vormen.

Diep ingesleten gewoontepatronen vormen een diepe bedding, waardoor het een grotere klus is om een creatievere nieuwere gedachtenbedding te scheppen, maar ik geloof erin dat hier uiteindelijk de oplossing ligt. Je dient de verantwoordelijkheid voor waar je je geest mee wilt voeden, serieuzer te nemen. Als je het wilt vergiftigen met allerlei donkere gedachten, dan is dat je keus. Wil je het verrijken met dingen die de lol, de nieuwsgierigheid of levenszin weer laten terugkeren dan heeft dat sterke effecten. Verder geloof ik in de twee grootste helende krachten die er zijn in deze wereld: liefde en humor.

Succes,
Joost

VOETNOOT
(1) http://www.youtube.com/watch?v=ydnmE3C_94s

Psychiatrisch kopstuk Jim van Os over de DSM: “Ik gebruik ‘m nooit.”

(artikel door Christina)

In een artikel in de krant Trouw van zaterdag 26 januari 2013 verscheen een interview met ‘snoeiharde opvattingen‘, zoals de journalist het noemt, van psychiater Jim van Os (zie afbeelding) over de nieuwe DSM-5. Van Os is medeopsteller van dit psychiatrische handboek. In de afgelopen zes jaar werkte hij samen met 250 andere vooraanstaande psychiaters in werkgroepen aan de totstandkoming van deze nieuwe versie van de DSM, die komend voorjaar verschijnt.

Jim van Os

Een soort zeventiende-eeuwse geneeskunde

Van Os: “Dat is hét grote probleem van de psychiatrie. Er worden geen oorzakelijke diagnoses gesteld – niet zoals een sputumkweek bij tuberculose. Eigenlijk is het een soort zeventiende-eeuwse geneeskunde: je hebt koorts, of koorts met bloedplassen.

Op dat niveau zitten we in de psychiatrie. We hebben nog geen enkele test, voor geen enkel psychiatrisch ziektebeeld. Omdat we het brein niet begrijpen. Gedachten en gevoelens kunnen we niet een op een herleiden tot moleculaire processen, genen verklaren heel weinig. Terwijl de DSM dat wel suggereert: dat er echte ziekten in staan, die te herleiden zijn tot echte processen in het brein.”

Pseudo-kennis

In tegenstelling tot Dick Swaab vindt Van Os dat wij ‘niet ons brein zijn‘: “Hoe brein en geest zich tot elkaar verhouden, weten we gewoon nog niet (….) wat is het nut van een diagnose? In principe is het niet meer dan een uitspraak, op basis van de klachten, over wat je als patiënt kunt verwachten, en over een passende behandeling. Het probleem is dat diagnoses in de praktijk veel meer betekenen. Door het woord schizofrenie te gebruiken geef je er betekenis aan: het is iets heel ergs. Voor patiënten is de boodschap dat ze een ziek brein hebben en dat ze levenslang pillen moeten slikken. Stereotypering en stigmatisering, op basis van pseudowijsheid en pseudokennis.”

Etiketteringsindustrie

Van Os zegt dat er zoveel verschillen zijn tussen depressieve patiënten, bijvoorbeeld, dat je ‘het label net zo goed achterwege kunt laten.’ “Als je een etiketteringsindustrie begint, moeten de etiketten wetenschappelijk wel te verantwoorden zijn. En het moet duidelijk zijn wat ze betekenen voor behandeling en prognose. Een DSM-label zegt daar eigenlijk heel weinig over, dus in die zin geven ze patiënten weinig houvast. Antidepressiva worden bij depressies en bij allerlei andere aandoeningen voorgeschreven, dwars door de DSM heen. Dat geldt voor vrijwel alle behandelingen in de psychiatrie.”

Op de vraag hoe Van Os zelf een classificatiesysteem zou maken, antwoordt hij: “Een lijstje van hooguit tien brede syndromen, zoals angst, depressie, psychose. Dan ben je klaar. Dergelijke verzamelcategorieën zijn veel te breed voor stigmatisering, dus dat is ook een groot voordeel.”

Volgens Van Os zou er veel meer naar de zorgbehoefte moeten worden gekeken, en hij had gehoopt dat er zo’n soort systeem in de DSM-5 zxou komen toen hij toetrad tot de commissie. Maar dt is niet gelukt. Op de vraag of hij zelf de DSM weleens uit de kast haalt, schudt hij het hoofd: “Nooit.” 

De criteria zijn zo flexibel, je kunt iemand altijd wel iets op zijn hoofd plakken. Tachtig procent van de antidepressiva wordt voorgeschreven door huisartsen. Voor Ritalin geldt iets soortgelijks: zestig procent van de recepten wordt niet door kinderpsychiaters maar door andere hulpverleners voorgeschreven.”

Psychische oorzaken voor psychiatrische ziektebeelden

“Nu komen we erachter dat er misschien ook psychische oorzaken zijn voor psychiatrische ziektebeelden. We denken dat er bij ziekten als schizofrenie of depressie allerlei symptomen zijn die weer andere symptomen oproepen. Als je somber bent, ga je vanzelf denken dat mensen negatief over je denken. Die gedachten kunnen stemmen worden die je dat vertellen. Dan ga je je misschien wel terugtrekken, je komt niet meer de deur uit ien gaat jezelf verwaarlozen. Anderen worden er misschien wel heel angstig van, gaan mensen in paniek opbellen of veel drinken. Die oorzakelijke ketens hebben we wellicht gemist. We gingen er te veel vanuit dat symptomen braaf allemaal tegelijk ontstaan door een genetisch probleem. Alsof het levensverhaal van patiënten er helemaal niet toe doet.”

Het interview is twee maanden na publicatie gratis te lezen op de website van Trouw. Je kunt het ook eerder lezen door ervoor betalen via de site van Trouw. De titel van het artikel is ‘Angst, depressie, psychose…klaar‘. Je kunt er via een tweet van Maurits1990 wel iets van lezen.

Update 15 april 2013:  Inmiddels is het gehele artikel inderdaad netjes te lezen op de website van Trouw. Klik daarvoor op: ‘Angst, Depressie, psychose…klaar‘.

Update 16 april 2013: In een uitzending van Labyrint komt Jim van Os aan het woord in een kritische analyse van DSM V, waarin hij samen met psychiater Allen France en ervaringsdeskundige Wilma Boevink ook spreekt over de medicalisering van normaal gedrag. Je kunt de uitzending bekijken via de tweede Psychose Anders site.

 

 

Het Nieuwe Diagnosticeren: de Constructieve Diagnose

Nu het aankomende psychiatrische kookboek (door sommige critici zelfs ‘het farmaceutische sprookjesboek’ genoemd)  DSM-V, volop in de belangstelling staat, kan het zinvol zijn om eens wat te reflecteren over alternatieven. Het Amerikaanse diagnostische handboek is verworden tot een ‘Boek der Ziekten en Stoornissen‘. Mensen die bij de GGz aankloppen hebben tegenwoordig een erg grote kans een door de verzekeraars verplichte (ietwat mysterieuze)  ‘hersenziekte diagnose‘  verstrekt te krijgen door de hulpverlener.

Op basis van deze hersenziekte-diagnose wordt vervolgens een behandeling uitgezet, het liefst zo eenvormig en ‘evidence-based’ mogelijk. Een behandeling waarbij (het vaak langdurig gebruik van) hersenbeïnvloedende chemicaliën veelal een onderdeel is.

Psychiatrische Hersenziektes Scheppen via Diagnoses

Psychiatrische Hersenziektes Scheppen via DSM-Diagnoses

Vanuit Psychose Anders kijken we op een geheel andere wijze naar ‘geestelijke problemen‘. Het gebruik van het medische model met haar ziekten en stoornissen wordt niet beschouwd als de meest gunstige metafoor. Sterker nog, het lichaam gebruiken als metafoor voor psychische problematiek zou wel eens een erg ongezonde en verlammende metafoor kunnen zijn (1).

Als je immers van buitenaf een bepaalde ‘hersenziekte’ zoals ‘schizofrenie’, ‘depressie’, ‘manisch depressiviteit’, ‘autisme’, of ‘ADHD’  aangepraat krijgt, is de kans groot dat je nog echt gaat geloven dat je een dergelijke hersenziekte hebt. Dat er dus ergens in de kern van je wezen iets volledig niet deugt, en dat het maar de vraag is of het ooit nog beter kan worden.

Zo kun je door een behandeling in de GGz een ziekte krijgen die dan wel niet zo dodelijk is als bepaalde vormen van kanker, maar die toch wel zo ernstig is dat een vergelijking met chronische ziekten als diabetes en M.S. van toepassing zou kunnen zijn, inclusief de verplichte medicatie om de ‘stoornis’ in bedwang te kunnen houden.

En tja, je kunt denken en doen wat je wilt, maar diabetes gaat er over het algemeen niet van over, en in hoeverre kun je zelf nog iets doen als je eenmaal zo’n gruwelijke stoornis of psychiatrische hersenziekte hebt opgelopen omdat dat nu eenmaal moet voor de GGz-dossiervorming en de declaratie bij de verzekeraar of uitkeringsinstantie?

Een weinig opbeurend traject staat je te wachten zodra je een DSM-IV/V ziekte hebt toegewezen gekregen. Zouden we met zijn allen niet iets kunnen verzinnen dat constructiever werkt?

DE CONSTRUCTIEVE DIAGNOSE

Stel je eens voor dat we dat medische denken met haar ziektes en stoornissen eens even helemaal opzij schuiven. In plaats daarvan gaan we kijken naar een mens die door allerlei omstandigheden tegen problemen is aangelopen die zo groot zijn geworden, of dreigen te worden, dat er wat gekke of rare dingen gebeuren. Of iemand dan heel zwaarmoedig, verslaafd, hyperactief, hallucinerend, verward reageert, is dan niet eens zo heel wezenlijk. Dat zijn immers pogingen om het hoofd te bieden aan deze grote stressbronnen.

we-can-do-it

Hierbij gaat het niet om een gestoorde dopamine- of serotonine-huishouding, maar gaat het om zaken als (liefdes)verdriet, schaamte, gevoelens van falen, rouw, negatief zelfbeeld, extreem positief zelfbeeld, verslaving, vernedering, eenzaamheid, leegte, pijnlijke onverwerkte trauma’s, schuld etc. Kortom, zaken die je als mens allemaal kunt tegenkomen in het leven, én wat heel belangrijk is: zaken waar je in principe ook iets aan kunt veranderen.

Als hulpverlener die zich aangesproken voelt om een constructieve diagnose te geven, wordt het dan zaak om inzicht te krijgen in dit soort menselijke thema’s. Hierbij dient dan vervolgens op een creatieve wijze gekeken te worden naar mogelijke manieren om de onstane stagnatie in het groeiproces van de betrokkenen te wijzigen. Het is niet de taak van de hulpverlener om alles op te lossen voor de cliënt.

Wel is het natuurlijk mooi als een hulpverlener (of een goede vriend, die kan net zo makkelijk de kunst van de constructieve diagnose  toepassen), zaken kan aanreiken waardoor de kans toeneemt dat de cliënt  de confrontatie met zichzelf aandurft. Dat een cliënt durft te overwegen bepaalde aannames te betwijfelen, bepaalde gevoelens toe te laten etc.

Ik ben daarbij geneigd om te denken dat hiervoor geen hoogdravende psychotherapeutische interventies nodig zijn, maar vooral veel kennis van de wereld, en kennis van de manieren waarop mensen met soortgelijke thema’s om zijn gegaan in het verleden. Door dan te verwijzen naar boeken, citaten, films, muziek, schilderijen, plaatsen, methodes, of mensen die raakvlakken hebben met die thema’s kan die persoon zelf proberen zich op een vrij natuurlijke wijze af te stemmen op de thema’s.

Stel je voor dat iemand in het verleden haar hart volledig heeft geopend voor iemand en daar is een krachtige liefdevolle relatie uit voortgekomen, die na enkele jaren later toch door overspel op de klippen is gelopen. Dat kan bij iemand zóveel pijn doen dat er een angst ontstaat om zich ooit nog werkelijk liefdevol te openen voor iemand anders. Zodra iemand dan verliefd lijkt te gaan worden kan iemand de ander gaan beleven als een duivel (soms symbool voor angst), iemand kan heel bang gaan worden, iemand kan heel depressief worden, of een ander duikt een verslaving in om maar te voorkomen weer die pijn te gaan voelen om afgewezen te worden.

zon-en-maan

Iemand die werkt met de contructieve diagnose methode gaat geen tijd verspillen met hersenziekte-diagnoses en mogelijke medicatie, maar die gaat die persoon verwijzen naar verhalen, romans, films, muziek waarin deze thematiek wordt verwerkt. Hij kan ook afhankelijk van de persoon en zijn wereldbeeld doorverwijzen naar bepaalde andere mensen, methodes, therapeuten of vrienden. Alles met de bedoeling de betrokkenen te inspireren, of in staat te stellen nieuwe zienswijzen of gedachten rondom het thema toe te laten. Bij de een raad je bepaalde nummers van Frans Bauer aan, en bij de ander verwijs je naar bepaalde teksten van Fiona Apple of Nick Cave. Voor de ene persoon werkt cognitieve gedragstherapie, terwijl de ander meer heeft aan psychosynthese of een cursus in wonderen.

Wat bovenal van belang is, is dat er werkelijk wordt geïnvesteerd in het wereldbeeld van de persoon, en op basis daarvan wordt verwezen naar ‘wijsheid’ waarin dergelijke thematiek wordt beschreven. Het impliceert dat de cliënt wordt gezien als iemand die te maken heeft met levensproblemen die heel normaal zijn, en al bestaan zolang de mensheid bestaat, en dat het een onderdeel van het leven is om te leren daarmee om te gaan, waarbij je de ‘multimediale’ vruchten kunt plukken van de mensen die eerder voor dat soort levensproblemen hebben gestaan.

Deze constructieve diagnose methode benadrukt dat het leven soms ook echt zwaar kan zijn, maar dat dat er nu soms eenmaal ook bijhoort in sommige fases. En dat we als mens het vermogen hebben om zelf weer de kracht te hervinden om het leven weer op te pakken. Hierbij is het van wezenlijk belang om te weten dat je een gezond mens bent, met een gezond paar hersenen, die hoogstens op een heftige manier kunnen reageren omdat je niet goed weet, of hebt geleerd, hoe je met bepaalde levensproblemen om kunt gaan.

Als je jezelf kunt liefdevol kunt beschouwen als een leerling van het leven, dan wordt het bestaan al meteen een stuk lichter, omdat je dan ook gewoon fouten mag maken, of mag toegeven dat je ook niet altijd weet hoe je met bepaalde dingen het beste kunt omgaan.

NOTEN

(1) https://psychoseanders.wordpress.com/2012/04/24/stoeien-met-metaforen-en-begrippen-4-manieren-om-te-kijken-naar-psychiatrische-symptomen/

Gesprek over het waarom en het nut van een week separeren

In november 2012 ontving ik het onderstaande bericht van R. Ze beschrijft de omstandigheden waardoor ze een jaar geleden  tijdens een opname een week lang werd gesepareerd. Een jaar later heeft ze een gesprek met degenen die destijds verantwoordelijk waren voor deze separatie. Hieronder volgt haar verslag van deze ontmoeting.

Een jaar geleden ben ik tijdens mijn opname een week in een separeercel beland. Omdat ik opnieuw last kreeg van nachtmerries hierover wilde ik hier met de betrokkenen een gesprek over, om hen op hun verantwoordelijkheid aan te spreken, om te vertellen wat het met mensen doet, en om mijn vragen hierover te beantwoorden. Hieronder volgt een korte samenvatting van de aanleiding van de separatie en het gesprek.

Ik had een terugval en was druk en verhoogd prikkelbaar. Er ontstond een ruzie tussen mij en een verpleegkundige omdat ik van haar niet mijn man mocht bellen. Hoewel ik boos was en lelijk deed, was ik niet fysiek agressief of een gevaar voor het personeel of medepatiënten. Wel kan ik me voorstellen dat ik voor verpleegkundigen lastig was en moeilijk handelbaar. Op die grond kan ik het me voorstellen dat de verpleegkundige me een uurtje zou willen laten afkoelen in de separeercel, hoewel dit niet nodig was geweest als zij met wat meer tact gehandeld had.

Een prikkelarme omgeving om even af te koelen

Maar een uurtje is iets heel anders dan een hele week! Dit is voor mij een traumatische ervaring geweest waar ik nog lang last van heb gehad. Ik vind dat ik als een beest behandeld ben door me 1 week in deze separeercel te laten verblijven. Het is middeleeuws en niet meer van deze tijd. De verpleegkundigen waren weliswaar zorgzaam, maar ze konden me geen uitleg geven over het waarom en wanneer ik er dan weer uit mocht. Ik had continu het gevoel dat ik gek werd als ik er niet uit mocht.

De enige verklaring die ik ervoor heb gekregen was dat het prikkelarm was, waarvan blijkbaar een heilzaam effect verondersteld wordt op psychosen. Het concept prikkelarm begrijp ik in deze context niet om de volgende redenen:

  1. De woede die de opsluiting in een enge kale ruimte in me opriep was enorm. Machteloze woede, want ik kon met mijn woede nergens naar toe en nergens op afreageren. Ook kon ik mezelf nergens mee afleiden (een betere vorm van agressieregulatie) want er was nergens afleiding. Deze machteloze woede was een enorme sterke negatieve prikkel die zorgde voor een enorme agitatie en onrust en waardoor ik natuurlijk niet kon slapen (wat in de eerste instantie het doel was, dat ik weer goed ging slapen omdat ik dit in mijn manie niet deed). Hoe kan opgesloten zijn in een enge, negatieve ruimte, zonder enige afleiding, waar je alleen bent met je eigen woede, prikkelarm zijn?
  2. Het is bekend dat opsluiting zonder prikkels (prikkelarm) psychotische verschijnselen zoals hallucinaties kan uitlokken. Ik kreeg deze dan ook. Hoe kun je eenzame opsluiting toepassen als ‘behandeling’ terwijl het juist symptomen oproept van iets dat je wilt voorkomen (psychose)?

In het gesprek zijn ze helemaal niet ingegaan op het concept prikkelarm. Ze vertelden dat een separeercel niet als behandeling wordt ingezet, maar alleen als noodmaatregel. (Toch is het gedurende mijn behandeling wel genoemd, dat ik er tot rust zou moeten komen). Ik vond dat het dan wel erg vaak en langdurig werd ingezet op de afdeling. Het antwoord daarop was dat het een acute afdeling was (met dus acute problemen waar ze blijkbaar niet heel goed mee om kunnen gaan).

  1. Door de separatie verbreekt/verstoort de behandelaar de therapeutische relatie met de patiënt. Ik had in de separeercel hallucinaties en lucide dromen. Ik heb dit nooit verteld, omdat dit symptomen zijn van een psychose, dus dit leek me niet handig om te melden. Ik wilde er natuurlijk zo snel mogelijk uit en toegeven dat je psychotische symptomen had zou dit proces vast niet bespoedigen, dacht ik. Toch lijkt mij openheid over klachten belangrijk voor het herstel, wat is hierover jullie mening?

Ze erkenden dat er door het separeren inderdaad een vertrouwensbreuk ontstaat die later weer hersteld moet worden. Verder noemden ze nog dat psychotische klachten geen reden zijn tot separatie, maar dat het puur gaat om de vraag of iemand ‘handelbaar’ is op de afdeling.

Isoleercel nabij Oslo. Zo mooi als hier zie je ze in Nederland niet vaak.

  1. Waarom een hele week?

Ze zagen het dan wel als een noodmaatregel, maar naar mijn idee kon deze noodsituatie nooit een week duren. Omdat ik gedurende die week boos was op de situatie en dit ook uitte, werd ik als niet betrouwbaar ingeschat en dachten ze dat ik op de afdeling ook wel weer makkelijk boos zou kunnen worden omdat ik onvoldoende zelfbeheersing toonde. Toch gaven ze hier wel impliciet toe dat dit anders had kunnen gaan en ze gaven me gelijk dat ik niet agressief naar mensen toe was (ik schopte wel boos tegen de deur en verzette me, maar dit was in reactie op de opsluiting).

Ze gaven ook toe dat het inderdaad een probleem is dat je in een vicieuze cirkel terecht komt, omdat je opgesloten wordt, wordt je boos en omdat je boos wordt blijf je opgesloten omdat ze je niet vertrouwen. De arts noemde nog dat ze me wel medicatie gaven om rustig te worden. Ik was op een gegeven moment dan ook wel flink gesedeerd en gaf het verzet min of meer op, maar het gevoel van machteloosheid, woedde en uitzichtloosheid bleef natuurlijk.

Ik ben blij dat ik het gesprek gehad heb. Het kan het leed niet ongedaan maken, maar ik heb in ieder geval mijn grieven hierover kunnen uiten bij de verantwoordelijke personen. Voor mijn gevoel heeft de separatie destijds de oorspronkelijke klachten enorm verergerd (hoewel de hoge dosis medicatie de klachten op een gegeven moment ook wel heel erg dempte en ik een soort zombie werd) en heeft het ook het vertrouwen in de hulpverleners geschaad. Gelukkig is het achter de rug en hoop ik het nooit meer mee te maken. Oprechte excuses ervoor heb ik helaas niet gehad (daar had ik wel op gehoopt), maar ik ben in ieder geval serieus genomen en heb ook het verhaal van hun kant gehoord.

Psychose Anders Voorlichting versus Therapie

Op 6 november 2012 schreef Jsgn3 een reactie op het artikel Gevraagd: Mensen die alternatieve Psychose Educatie willen aanbieden (1). Mijn reactie hierop mondde uit in een hoeveelheid tekst die in mijn ogen zinvol genoeg is om te plaatsen in een nieuw artikel. Hieronder volgt allereerst de opmerking van Jsgn3, met daarna mijn antwoord.

Een interessant initiatief. Maar ik vraag me af of ik geholpen zou zijn met de dingen die iemand van het ‘Psychose Anders Voorlichtingsteam‘ mij zegt, iemand die het “PsychoseAnders gedachtengoed” vertolkt. Om hier wat meer duidelijk over te krijgen neem ik vier voorbeelden uit mijn eigen leven, die ik me zo goed mogelijk heb proberen te herinneren. Elke keer is de vraag: wat zegt iemand van het voorlichtingsteam? Omdat dit voorbeelden uit mijn eigen leven zijn kan ik dus zeggen hoe het afgelopen is toen ik hulpverleners met ongeveer deze verhalen benaderde. Deze afloop zal ik schrijven, per PsychoseAnders antwoord. Desgewenst kan ik nog meer voorbeelden geven.

1) Ik, man, ben 18 en heb nergens zin meer in. Ik heb onlangs griep gehad. Ik zit in de maanden voor mijn HAVO examen. Ik heb mijn bloed laten testen, maar dat is gewoon goed.
2) Ik ben 30 en heb slaapklachten na een verblijf van +/- 1,5 week in Amerika, gevolgd door een week griep, en een paar dagen in Italië. Ik meld me ziek. Ik probeer verschillende keren weer te gaan werken, maar na een paar dagen kan ik dan weer niet goed slapen. Ik zie duiveltjes in het patroon van de gordijnen. Ik word er uitgeput en radeloos van. Ik denk er aan voor de trein te springen als ik op het station sta.
3) Ik ben 30 en ik ben gisteren in het water gesprongen. Ik had het idee dat ik de wereld kon redden als ik dat deed. Ik had een stem in mijn hoofd die tegen mij sprak. Ik denk dat dat God was. Ik spreek veel, en maak woordspelingen. Ik gebruik anafranil, dat is een anti depressivum.
4)Ik ben 33 en mijn vader is een aantal weken geleden overleden. Ik ben mijn eerste serieuze relatie kwijt. Ze was wel bij de begrafenis, wat ik heel fijn vond. Ik moet veel denken, en slaap slecht. Ik denk dat er dingen gebeuren die met mij te maken hebben. Ik zag bijvoorbeeld mijn naam op het hek van de begraafplaats staan, en dacht dat dat geen toeval was. Ik heb dit allemaal zo’n beetje wel eens eerder gehad.

In het perspectief van het medisch circuit wordt al snel gesuggereerd dat een psychose of schizofrenie eigenlijk een soort onzichtbare ‘tumor’ is die ergens in de hersenen of in de hersenstofwisseling huist, ook al is daar nog altijd geen enkel bewijs voor.

Beste Jsgn3, bedankt voor je interessante insteek. Het geeft me een gelegenheid om duidelijk de grenzen van het ‘voorlichtingsschap’ af te bakenen. Ten eerste lijkt het me handig om duidelijk een onderscheid te maken tussen ‘voorlichting’ en ‘therapie’. Terwijl de term ‘psychosebegeleider’ veel meer weg heeft van therapie, is iemand die voorlichting geeft vanuit het Psychose Anders perspectief ook echt iemand die veelal slechts éénmalig een ander beeld wil aanreiken.

Het hoofddoel is dan ook simpel: probeer mensen die te maken krijgen met afwijkend gedrag en afwijkende gevoelens en gedachten, de mogelijkheid aan te reiken dat het geen uiting hoeft te zijn van gestoorde hersenen vanwege een soort sluimerende hersenziekte, een soort psychiatrische ‘tumor’ of een psychiatrische stofwisselingsstoornis.

Een Psychose Anders Voorlichter probeert ‘nuchter’ mensen de mogelijkheid te laten zien dat het afwijkende, gestoorde gedrag een uiting kan zijn van levensproblemen, levensuitdagingen die gewoonweg even te groot zijn geworden om goed te hanteren. Zoals al vaker gezegd op deze site, sommigen worden erg depressief, anderen gaan aan de drank, of gaan heel veel gamen, of eten zich helemaal vol, maar sommigen gaan om met deze levensproblemen door in zekere zin, erg creatief, en veelal volledig onbewust, beelden en zaken te zien of horen, die zij alleen zelf zien.

Angsten kunnen armen en voeten krijgen, gehuld in gordijnenduiveltjes, of misschien wel met de stem van een of andere ‘god’. Er zijn zoveel mogelijkheden, en de ene psychose is de andere niet, omdat mensen ook allemaal zo anders zijn. Het praten in algemeenheden is dan ook lastig.

De hoofdboodschap is dat het sommige mensen nu eenmaal onder grote druk of stress in een situatie kunnen terechtkomen die wat weg heeft van de droomtoestand of nachtmerrie, waarbij het normale wakende bewustzijn de grip in verschillende gradaties kan verliezen en in zekere zin is overgeleverd aan het krampachtig interpreteren van signalen van die woest-kolkende stroom uit het onbewuste. In zo’n situatie worden er natuurlijk erg veel interpretatiefouten gemaakt, zoals je beschrijft in situaties 3 en 4, maar liever een foute interpretatie dan helemaal geen verklaring voor al die gekke ervaringen die je met niemand lijkt te kunnen delen (2).

Een Psychose Anders Voorlichter zou bij de interpretatie van die ‘Jsgn3’ op het begrafenishek kunnen suggereren dat het een symbool zou kunnen zijn uit de onbewuste regionen die het thema aanreiken met betrekking tot je eigen sterfelijkheid. Hoe denk je daar over? Hoe bang ben je daarvoor? Deze interpretatie die voortkomt uit het idee dat afwijkend gedrag of interpretaties niet zomaar langskomen, toont in mijn ogen meer respect dan de standaard-medisch-model-verklaring die erop neerkomt dat je leidt aan een psychotische stoornis, ergens mysterieus gezeteld in je hersenen, die met medicatie onder bedwang gehouden dient te worden om je te beschermen tegen waanzin als het zien van je eigen naam op een begrafenishek en dan nog denken dat het iets te betekenen heeft.

We hebben het begin 2012 op de site gehad over synchroniciteit (3) en de mogelijkheden die het biedt om dit verschijnsel op een speelse, oppervlakkige manier te gebruiken om bepaalde onderwerpen met een lading aan te kaarten en van hun lading te ontdoen.

Laatst sprak ik met iemand die ook even ‘gek’ was geworden. Bij navraag bleek ze 5 nachten achtereen niet geslapen te hebben. Vanuit het medische model werd er toch al snel naar antipsychotica gegrepen en werd het diagnose-monster uit de kast gehaald, maar je kunt je natuurlijk afvragen of niet iedereen zou gaan flippen of gekke dingen zou gaan zien of denken als je zoveel nachten achtereen niet slaapt.

Een psychose anders-voorlichter zou dan benadrukken dat het eerder een normale reactie is op moeilijke omstandigheden of inadequate coping (4) en niet zozeer een uiting van een psychiatrische ‘sluimertumor’.

In situaties 2 en 4 noem je ook slaapklachten. Het moeilijk in slaap kunnen vallen lijkt me een strategie kunnen zijn van je lichaam om aan te geven dat er echt dingen moeten veranderen in de manier waarop je met uitdagingen/problemen of onprettige gevoelens omgaat. Een psychose lijkt me niet zomaar spontaan uit het niets te ontstaan.

Het aanpakken van de redenen voor de slaapklachten lijkt me dan ook zinvoller dan het integreren van een beeld van een of andere vage psychiatrische stofwisselingsstoornis die ervoor zorgt dat je niet goed kan slapen.

Een Psychose Andes Voorlichter zal altijd proberen te wijzen op de mogelijke ‘bezielde’ bedoelingen achter een psychose, terwijl het medische psychiatrische circuit vooral zal wijzen op ‘kapotte’ of zieke hersenen, een vrij ontzield perspectief dat voortkomt uit een even ontzield wereldbeeld (5).

LINKS

(1) https://psychoseanders.wordpress.com/2012/11/01/gevraagd-mensen-die-alternatieve-psycho-educatie-willen-aanbieden/

(2) https://psychoseanders.wordpress.com/2011/06/28/vertroebelende-interpretatie-stelligheid/

(3) Toeval of niet? Een vraag om gek van te worden! (https://psychoseanders.wordpress.com/2012/02/06/toeval-or-not-toeval-een-vraag-om-gek-van-te-worden/)

(4) https://psychoseanders.wordpress.com/2012/04/24/stoeien-met-metaforen-en-begrippen-4-manieren-om-te-kijken-naar-psychiatrische-symptomen/

(5) https://psychoseanders.wordpress.com/2010/03/22/de-rol-van-je-mensbeeld-bij-het-al-dan-niet-accepteren-van-psychofarmaca-als-werkelijke-oplossing/