Ervaringen van Manon

Hieronder volgt een verslag van de ervaringen van Manon rondom haar twee psychotische periodes. In het verhaal schrijft Manon over een ontmoeting met mij die leidde tot een nieuwe psychotische episode. Natuurlijk is het niet mijn bedoeling mensen een nieuwe psychose in te praten. In dit geval reageerde Manon heftig en zelfs even verliefd op mijn vrij hartelijke benadering. Zo kan Psychose Anders niet alleen een geestelijke benadering, maar ook een hartelijke zijn. In een volgend artikel zal ik verder stilstaan bij de mogelijkheid dat het opeens opengaan van je hart ook nogal wat aanpassingen vergt van je systeem. In het geval van Manon heb ik er het volste vertrouwen in dat het helingsproces soms even een extra kortdurende psychose kan vereisen, maar dat een open hart beter in staat is een nieuwe balans te scheppen. (Joost).

Ik haatte het om van 9 tot 5 op een kantoor te moeten zitten. Ik ging alles analyseren wat er fout was gegaan, om te beginnen met de scheiding van mijn ouders. Vervolgens ging ik mijn opa’s en oma’s analyseren om te concluderen dat het leed van generatie op generatie was doorgegeven. En ik was nu op een focaal punt van leed beland, dat ik het niet meer verdragen kon. Mijn ouders gedroegen zich onmogelijk naar mij toe, en mijn zusje zat tijdelijk in het buitenland.

Ik besloot kunstenares te worden. Ik moest alleen nog het juiste medium vinden. En mijn hart zong van levenslust. Ik ging op zoek naar God en vond antwoorden in de natuurkunde. Ik kreeg het inzicht dat het om liefde en muziek draait. Ik moest de wereld helen, en om te beginnen mijn familie. Ik steeg verder op, en ervoer een eenheid met het universum die niet te beschrijven is. Ik voelde een onmetelijke liefde, ik was alles.

music-love-heart-notes

Muziek en Liefde (afkomstig van 1)

Maar als ik alles was, was ik niets. Ik was niets. Ik tuimelde in de diepste van alle hellen. Het was verschrikkelijk. De crisisdienst werd gebeld, en op dit punt wilde ik – uit mezelf – dolgraag opgenomen worden. Alleen mocht dit niet. Wel kreeg ik oxazepam mee. Een paar dagen later kreeg ik een psychiater-in-opleiding te spreken die ronduit bot tegen mij was. Hij wilde niks horen van het verdriet dat ik om mijn familie had, en ik ben huilend uit dat gesprek weggelopen. Het werd me al snel duidelijk dat de ggz mij niet helpen kon, omdat deze niet open stond voor mijn gevoel. Uiteindelijk werd door de ggz een identiteitscrisis vastgesteld (april/mei 2011). Maar ik voelde mij gewoon niet goed in mijn hoofd.

Toen ik 9 maanden later op een dag in de Albert Heijn achter de kassa aan het werk was, kwam er een vrouw voor me staan, met een blik zo ontzettend kil dat het leek alsof ik vanbinnen vernietigd werd. En toen kaatste ik een beeld terug van een hart dat door de hel was gegaan. Vervolgens gebeurde er een aantal dingen, het voelde alsof er een stroom van liefde op gang kwam. Er had zich een grote vreugde van mij meester gemaakt. Ik liep ’s avonds laat naar Y en brak met een schop door de ruit van zijn deur.

De volgende dag: Y kwam thuis, vriendinnen erbij geroepen. Ze vonden me niet voor rede vatbaar. Maar ik vond hun redenen gewoon stompzinnig en dom. Op een gegeven moment waren mijn ouders en zusje er ook. Sterf!, zei ik tegen hen. Ik bedoelde daarmee de manier waarop ze zich op dat moment tegenover mij gedroegen. Maar dit begrepen ze natuurlijk niet. De crisisdienst kwam, ik had me helemaal overgegeven. Het lijkt net een hemelvaart, zei ik tegen de ambulancebroeder.

4.0.1

Een productie van Toni Carmine Salerno – zie (2) voor herkomst afbeelding

Ik heb me een tijdlang compleet veilig en tevreden gevoeld in een overgave aan een hogere, goede macht. Dat gevoel bleef, terwijl mijn dosis Zyprexa door een zeer onsympathieke psychiater werd opgevoerd. Ik wist niet hoe te weigeren, dus speelde ik de ‘brave patient’ en ging er maar in mee. Tot ik instortte door een te hoge dosis Zyprexa. Toen veranderde mijn staat van overgave in een staat van vechten.   Ik ging stiekem, als dat lukte, mijn Zyprexa uitspugen. Na zo’n 6 weken kwam ik uit de kliniek, en zodra ik was gaan samenwonen met een patient die ik in de kliniek had ontmoet, ben ik cold turkey gestopt met de Zyprexa. Ik deed gewoon wat mijn hart me ingaf.

Na een maand werd mijn stemming wat wiebelig, ik begon te huilen , en mijn vriend zei dat ik toch manisch depressief was. Dat was de diagnose die de ggz had gesteld. Achteraf gezien zijn het waarschijnlijk gewoon afkickeffecten geweest. Die diagnose heeft veel verpest, en ik heb me er zolang machteloos over gevoeld dat ik dit opgespeld kreeg. In ieder geval, toen ben ik weer begonnen met de Zyprexa. Onder een volgende psychiater ben ik gestopt met de Zyprexa, maar in plaats daarvan moest ik aan de lithium. Daar had ik niet zo veel last van.

Alleen kreeg ik in december 2012 weer een psychose. Het was de dag van de overgang naar het nieuwe tijdperk van de Maya’s en dat dacht ik te voelen. Het laatste wat ik weet is dat ik als een soort heilige in de kamer stond, en het volgende moment lig ik met mijn armen op mijn rug en een mannetje of 6 bovenop me, in de isoleercel.

Toen ik op de afdeling kwam, heb ik van een andere patiënt geleerd dat je medicatie weigeren kunt, dat wist ik helemaal niet, en toen heb ik de antipsychotica geweigerd. De lithium wel gewoon ingenomen. Helaas voelde ik mij na een nacht niet slapen zo ellendig, dat ik mij genoodzaakt voelde toch om de Seroquel te vragen. Dus uit eigen beweging weer met antipsychotica begonnen.

Door die opname ben ik heel boos geworden op mijn psychiater, dat ik nooit mijn verhaal had mogen vertellen, maar dat de diagnose en (gebrek aan) behandeling alleen maar op verhalen van anderen waren gebaseerd. Resultaat was dat ik iets mocht vertellen, maar hij stond helemaal niet open voor de spirituele aspecten van mijn verhaal. Ik kreeg de diagnose schizoaffectief in plaats van bipolair. Over de loop van de volgende maanden werd er met mij geëxperimenteerd met diverse antipsychotica.

In half december ben ik tenslotte in contact gekomen met Joost van Psychose Anders én heb ik besloten om één pilletje Fluanxol minder te slikken. Vervolgens heeft een gesprek met Joost begin januari er voor gezorgd dat er een hoop verse liefdesenergie vrij kwam en dit heeft weer voor een soort van ‘psychose’ gezorgd. Maar ik zou het eerder iets helends noemen.

Ouders en psychiater natuurlijk weer helemaal geflipt en op een veel hogere dosis Fluanxol gezet. Die ik natuurlijk heel netjes inneem…;). Ik heb ook aardig boos gedaan tegenover ouders en psychiater dat ik nooit over mijn gevoelens heb mogen praten. Resultaat is wel dat ik een andere psychiater ga zoeken. Ik hoop dat bij een nieuwe psychiater of andere behandelaar er wel degelijk aandacht is voor de rol van mijn familie in het ontstaan van mijn ‘psychiatrisch ziektebeeld’. Want in mijn ogen is de druk van mijn familie cruciaal geweest en daar zou ik graag erkenning voor krijgen. We’ll see… Ondertussen geniet ik gewoon van dit helingsproces. Het is fascinerend om mee te mogen maken. Kortom, Universum bedankt!

NOTEN

(1) http://www.layoutsparks.com/pictures/music-21

(2) http://www.quanta.ca/QuantaCat/images/TSPR170.jpg

Advertenties

“U geschiede naar uw geloof”- De Kracht van Overtuigingen

Hieronder volgt een bijdrage van Christina over haar eigen persoonlijke ervaringen.

Als ik denk over de psychiatrie en de ervaringen die ik ermee opdeed – inmiddels beslaan die meer ruim twee decennia – dan komt een stukje uit een lied van Frank Boeijen (1) door mijn hoofd spelen:

“Geloof ze niet, geloof ze niet….”

De rest van het liedje gaat over iets heel anders, onder andere over ‘kunnen wij geen vrienden zijn’. Ik weet al een hele tijd dat ik ‘geen vrienden kan zijn’ met de diagnoses die de psychatrie over mij uitsprak.

conviction 5

Wat je gelooft, over jezelf, over anderen, over het leven, is  van enorm belang. De kracht van de geest en wat die gelooft is heel groot. Dat is althans mijn gedachte erover. En niet alleen de mijne. In het boek ‘Een Cursus In Wonderen’ staat iets als: ‘Je zult zien wat je gelooft en het is je gegeven te veranderen wat je gelooft’.

Ik ben ergens in mijn jeugd, door hoe ik bejegend werd, gaan denken ‘ik zal wel gek zijn’. Ik werd zo veel tegengesproken en ontkend in wat ik voelde en dacht en zei, dat ik de conclusie trok dat er iets mis moest zijn met mijn vermogen de werkelijkheid te kennen. Nu is dat precies wat men zegt over psychoses: de persoon is het contact met de werkelijkheid kwijt.’

Lang voordat ik psychotisch werd had ik dus al dit idee van ‘ik moet wel gek zijn’. Ik denk dat het wit is en mijn omgeving houdt vol dat het zwart is. Tja. Omdat je als kind en jongere niet bij machte bent hier uit te komen, is een onbewuste conclusie: “Ik zal wel gek zijn”.

Veel later kwam ik dus het idee tegen dat je wáár maakt wat je gelooft (bv over jezelf). Ik ben dus ‘netjes’ psychotisch geworden. Mijn geloof ‘ik ben gek’ heb ik waargemaakt.

In mijn vele gesprekken met anderen die psychoses ervoeren, kwam ik dit thema vaker tegen: men maakt zeer verwarrende situaties mee als kind en gaat dan onbewust twijfelen aan het eigen vermogen om de werkelijkheid te kennen. Denk bijvoorbeeld aan een meisje dat incest meemaakt, maar de dader houdt later strak vol dat het ‘nooit gebeurd is’. Opgroeiend concludeert deze vrouw onbewust ‘wat ik denk dat ik heb meegemaakt, klopt niet, er is iets mis met mijn waarneming’.

De gedachte “ik zal wel gek zijn” zet zich vast en op een gegeven moment, in een heel moeilijke situatie, zou deze zich wel eens waar kunnen maken. ‘U geschiede naar uw geloof’.

conviction 3

Het is maar goed dat ik later andere dingen ben gaan geloven. Op een gegeven moment – na omzwervingen zoals jarenlang psychiatrische medicijnen slikken, me laten vertellen dat ik een manisch depressieve stoornis had, enzovoorts – kwam ik in aanraking met een spirituele leer die mij hielp om het anders te gaan zien.

Ik ging meedoen aan een groepje dat deze leer bestudeerde en begon, in feite met skepsis en ‘voor de lol’ de ideëen/begrippen uit het boek zo goed en zo kwaad als het ging uit te testen door toe te passen. Mijn idee was meer ‘’stel nou dat het eens waar zou zijn’ dan dat ik er al bij voorbaat vast in geloofde. Ik vond het eigenlijk maar gekke principes maar aangezien ik in zekere zin niet veel beters had om mee bezig te zijn, ging ik ermee spelen.

Eén van de ideëen in die leer die mij het meest trof was ‘er is een bron van Vrede in ons waar we steeds naar kunnen terugkeren’. Vanuit nieuwsgierigheid ging ik dan maar, in situaties van stress op zoek naar die innerlijke vrede.
En’verdomd’. Ik vónd ‘m vaak ook nog.

Ik herinner me heel sterk een moment dat ik in de auto zat bij iemand. Een bekend patroon herhaalde zich: er werden opmerkingen gemaakt die ik helemaal niet kon waarderen en ik wist uit eerdere situaties dat als ik er tegen in zou gaan, het waarschijnlijk met ruzie en in elk geval met een rotgevoel zou eindigen.

Op dat moment moest ik even denken aan wat ik gelezen had: ‘er is een innerlijke vrede in ons’. Ik dacht ‘oh ja???’, maar maakte contact met mijn hart en ging ernaar op zoek: kan ik nu, hierbij, ook vredig blijven. Toen voelde ik een soort innerlijke rust en merkte dat ik geen behoefte had te antwoorden op de opmerkingen. Korte tijd later kwam er nog wel een reactie bij me op die ik toen rustig kon uitspreken en die niet tot stekeligheden of verdere onenigheid leidde. Ik had een groot gevoel van triomf: “Het werkt! Ik kan dit soort situaties doorstaan zónder in de nesten te raken!”

Dit moedigde me aan om deze ‘tactiek’ te blijven gebruiken en oefenen.

Gaandeweg voltrokken zich allerlei veranderingen in mijn leven. Ten goede. Ik verzoende me met mijn familie na decennia van conflict. Ik ging gezonder eten en viel heel veel af. Ik durfde zomaar weer een opleiding te beginnen. Ik ging voor grote groepen mensen voordrachten houden. Allemaal dingen die ik niet verwacht had; ik was toch die beperkte, defecte persoon met een gaatje pardon ziek brein in haar hoofd? Die nooit innerlijk evenwicht kon hebben maar steeds risico liep op nieuwe psychoses, manische fasen, depressies? Hmm…

man climb red arrow. Isolated 3D image

Mijn overtuiging  ‘ik moet wel gek zijn’  had gaandeweg, zonder dat ik me er concreet bewust van was, plaatsgemaakt voor een ander geloof. Iets als ‘er is een kracht groter dan ik die het goede voor mij wil’ – dus waarom zou ik dan niét genezen? Ondanks dat men me had gezegd dat dat niet kón en dat ik levenslang pillen zou moeten slikken.

Ook mijn overtuiging dat ik ondanks medicijngebruik toch, ook mijn leven lang, beducht zou moeten zijn voor nieuwe ‘ziekte-episodes’ werd vervangen. Had ik voordien geloofd dat ik geen innerlijk evenwicht bezat, als ‘manisch depressieveling’ niet kón bezitten, mijn ervaring bewees me dat ik heel wat meer innerlijke rust en evenwicht kon ontwikkelen dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Op den duur zag ik mezelf ook niet meer als een ‘manisch depressief persoon’. Maar als mens-met-innerlijke-vrede!

Op een gegeven moment dacht ik – voelde ik, zou ik kunnen zeggen – dat ik de medicatie niet meer zo nodig had. Het was niet zo dat ik er per se van af wilde. Ik had gewoon niet het idee dat ze nog iets voor mij deden. Ik heb ze sindsdien dan ook afgebouwd, heel langzaam, over een periode van meerdere jaren, afgaand op mijn gevoel. (Een verhaal op zich.)

In zekere zin ‘geloof ik het zelf niet’. En toch geloof ik het wel. Ik kan er niet onderuit, in elk geval: vanaf het moment dat mijn overtuigingen wijzigden,wijzigden zich ook mijn leven en omstandigheden. Later heb ik hier veel meer over geleerd en ook een methode leren toepassen (op mezelf en anderen) waarmee je heel bewust je overtuigingen kunt onderzoeken en wijzigen.

Kijkend naar mijn eigen ervaringen, dan zegt dit alles mij dat de ‘kracht van de geest’ veel groter is dan men zo aanneemt, bijvoorbeeld in de reguliere hulpverlening. Dus als men je zegt dat je ziek bent, een ‘stoornis’ hebt, en dat je medicatie en gesprekken nodig hebt en, nou ja, ‘gek bent’ – geloof ze niet…  Geloof ze niet!

Leer je eigen innerlijke rust te vinden, je eigen kompas te volgen.

NOOT
(1) http://www.youtube.com/watch?v=kQw6K9XaHPM

Christina maakte enige tijd deel uit van het kernteam van PsychoseAnders en schreef diverse artikelen voor deze site.  Ze maakte drie langdurige psychoses door, slikte zo’n twintig jaar lang psychiatrische medicijnen en bracht drie jaar door met opgenomen zijn.

Inmiddels is ze al lange tijd ‘symptoomvrij’ en ook sinds een paar jaar ‘medicijnvrij’, in tegenstelling tot wat haar in de psychiatrie voorspeld werd. Haar uitgangspunt is dat het heel goed mogelijk is om innerlijke rust op te bouwen, waardoor psychiatrisch medicijngebruik mogelijk op den duur kan worden afgebouwd.

Ze schrijft een nieuwsbrief die te lezen is op de site http://dehelendegeest.wordpress.com/ en biedt telefonisch ondersteuning aan mensen die een psychiatrische diagnose kregen maar op zoek zijn naar een andere kijk op zichzelf.

 

Gek worden door Militaire Uitzending in Combinatie met zelf opgelegde Druk

Hieronder volgen de ervaringen van een voormalig militair, Harold, die beschrijft hoe hij psychotisch werd door een combinatie van druk door een militaire uitzending naar het buitenland en het erg hoog leggen van de lat qua tennis. Interessant hierbij is ook de manier waarop Harold probeerde om te gaan met het rare verlangen naar spanning dat hij had overgehouden. Uiteindelijk heeft hij zijn medicatie kunnen afbouwen, waarbij hij zegt: “Diepgaande contacten in een vertrouwde setting zijn van levensbelang…“. Lees hieronder zijn verslag:

In 2009 heb ik een psychose gehad. Ik had waanbeelden en een achtervolgingswaan. Een auto-ongeluk moest er aan te pas komen omdat de hulpverlening me niet kon helpen. Hier ging een heftig verleden aan vooraf. Ik zat bij de elite eenheid van de luchtmobiele brigade wat zwaar en veeleisend was. Ook tenniste ik op hoog nivo.  Die twee factoren zorgden ervoor dat ik in 2009 een psychose kreeg.

Ik wilde beide initiatieven volhouden koste wat kost. Na de uitzending naar Irak in 2004 was ik allang niet meer dezelfde. De ellende en vooral die immense druk die opgelegd werd tijdens de uitzending zorgde na de uitzending tot veel problemen. Tijdens de uitzending waren er een tiental incidenten van klein naar groot. Een hinderlaag was de grootste. Daar heb zijdelings maar toch middenin gestaan want je krijgt alles mee over de radio. Het balanceren op leven en dood koste me de kop. Na de uitzending kreeg ik PTSS [red: post traumatische stress stoornis]. Dat komt veel voor bij militairen.

marinier

Zo zocht ik rellen op, kwam ik op ongure plaatsen, ging zelf voor de gein (spanning) een wietplantage in huis opstarten. Uitgaan, vrouwen versieren, naar het casino…allemaal, begrijp het goed, om diezelfde spanning weer terug te krijgen, want ergens vond ik het ook spannend. Dat hier de uitkomsten niet goed van zijn spreekt voor zich.

In een uiterste krachtsinspanning wilde ik voor het tennis gaan om zo het hoogste nivo te bereiken, maar in combinatie met de PTSS brak er iets, waardoor een psychose onstond. Ik stond er middenin en gaf er geen aandacht aan en bleef doorgaan. Ik speelde gewoon tennistoernooien of er niets aan de hand was en dat ging helemaal mis. Ik ben zelfs tot 3 keer toe met politiebegeleiding van de baan gehaald.

Een ongeluk met een motorrijder (goed afgelopen gelukkig) bracht me in één klap naar de psychiatrie. Ik werd opgenomen…nou wat zich daarafgespeeld heeft bespaar ik je, maar ik had een nieuwe tegenstander. Hoe red je je vege lijf hier uit? Van een psychotherapeut had ik nog nooit gehoord en van de psychiatrie wist ik het bestaan geeneens.

Na een terugval in 2010 was ik radeloos…ik stond na afbouw van medicatie weer op de rand van een psychose. Ik had de problemen niet uitgediept en dan reageert je lichaam met een halt: een psychose. Er lag een kaartje op tafel van een therapeut, maar  ik geloofde er niet in. Ik had zulke nare dingen van al die hulpverleners gehoord…het vertrouwen was weg. Ik ben er toch heengegaan en deze man was zo vriendelijk en na een een eerste ontmoeting zat ik na afloop zielsgelukkig in een cafeetje het te vieren voor mezelf. Deze man kan mij echt helpen.

In een jaar tijd hebben we afgerekend met PTSS door EMDR behandelingen. Ik ben nu een jaar van de medicatie af betreft de psychoses, die ik heel geleidelijk heb afgebouwd. Voor mij is het zeker . Diepgaande contacten in een vertrouwde setting zijn van levensbelang.

 

Update eind januari 2013: Dit artikel is ook gepubliceerd door argusoog met daarbij ook enkele interessante reacties.

 

Gesprek over het waarom en het nut van een week separeren

In november 2012 ontving ik het onderstaande bericht van R. Ze beschrijft de omstandigheden waardoor ze een jaar geleden  tijdens een opname een week lang werd gesepareerd. Een jaar later heeft ze een gesprek met degenen die destijds verantwoordelijk waren voor deze separatie. Hieronder volgt haar verslag van deze ontmoeting.

Een jaar geleden ben ik tijdens mijn opname een week in een separeercel beland. Omdat ik opnieuw last kreeg van nachtmerries hierover wilde ik hier met de betrokkenen een gesprek over, om hen op hun verantwoordelijkheid aan te spreken, om te vertellen wat het met mensen doet, en om mijn vragen hierover te beantwoorden. Hieronder volgt een korte samenvatting van de aanleiding van de separatie en het gesprek.

Ik had een terugval en was druk en verhoogd prikkelbaar. Er ontstond een ruzie tussen mij en een verpleegkundige omdat ik van haar niet mijn man mocht bellen. Hoewel ik boos was en lelijk deed, was ik niet fysiek agressief of een gevaar voor het personeel of medepatiënten. Wel kan ik me voorstellen dat ik voor verpleegkundigen lastig was en moeilijk handelbaar. Op die grond kan ik het me voorstellen dat de verpleegkundige me een uurtje zou willen laten afkoelen in de separeercel, hoewel dit niet nodig was geweest als zij met wat meer tact gehandeld had.

Een prikkelarme omgeving om even af te koelen

Maar een uurtje is iets heel anders dan een hele week! Dit is voor mij een traumatische ervaring geweest waar ik nog lang last van heb gehad. Ik vind dat ik als een beest behandeld ben door me 1 week in deze separeercel te laten verblijven. Het is middeleeuws en niet meer van deze tijd. De verpleegkundigen waren weliswaar zorgzaam, maar ze konden me geen uitleg geven over het waarom en wanneer ik er dan weer uit mocht. Ik had continu het gevoel dat ik gek werd als ik er niet uit mocht.

De enige verklaring die ik ervoor heb gekregen was dat het prikkelarm was, waarvan blijkbaar een heilzaam effect verondersteld wordt op psychosen. Het concept prikkelarm begrijp ik in deze context niet om de volgende redenen:

  1. De woede die de opsluiting in een enge kale ruimte in me opriep was enorm. Machteloze woede, want ik kon met mijn woede nergens naar toe en nergens op afreageren. Ook kon ik mezelf nergens mee afleiden (een betere vorm van agressieregulatie) want er was nergens afleiding. Deze machteloze woede was een enorme sterke negatieve prikkel die zorgde voor een enorme agitatie en onrust en waardoor ik natuurlijk niet kon slapen (wat in de eerste instantie het doel was, dat ik weer goed ging slapen omdat ik dit in mijn manie niet deed). Hoe kan opgesloten zijn in een enge, negatieve ruimte, zonder enige afleiding, waar je alleen bent met je eigen woede, prikkelarm zijn?
  2. Het is bekend dat opsluiting zonder prikkels (prikkelarm) psychotische verschijnselen zoals hallucinaties kan uitlokken. Ik kreeg deze dan ook. Hoe kun je eenzame opsluiting toepassen als ‘behandeling’ terwijl het juist symptomen oproept van iets dat je wilt voorkomen (psychose)?

In het gesprek zijn ze helemaal niet ingegaan op het concept prikkelarm. Ze vertelden dat een separeercel niet als behandeling wordt ingezet, maar alleen als noodmaatregel. (Toch is het gedurende mijn behandeling wel genoemd, dat ik er tot rust zou moeten komen). Ik vond dat het dan wel erg vaak en langdurig werd ingezet op de afdeling. Het antwoord daarop was dat het een acute afdeling was (met dus acute problemen waar ze blijkbaar niet heel goed mee om kunnen gaan).

  1. Door de separatie verbreekt/verstoort de behandelaar de therapeutische relatie met de patiënt. Ik had in de separeercel hallucinaties en lucide dromen. Ik heb dit nooit verteld, omdat dit symptomen zijn van een psychose, dus dit leek me niet handig om te melden. Ik wilde er natuurlijk zo snel mogelijk uit en toegeven dat je psychotische symptomen had zou dit proces vast niet bespoedigen, dacht ik. Toch lijkt mij openheid over klachten belangrijk voor het herstel, wat is hierover jullie mening?

Ze erkenden dat er door het separeren inderdaad een vertrouwensbreuk ontstaat die later weer hersteld moet worden. Verder noemden ze nog dat psychotische klachten geen reden zijn tot separatie, maar dat het puur gaat om de vraag of iemand ‘handelbaar’ is op de afdeling.

Isoleercel nabij Oslo. Zo mooi als hier zie je ze in Nederland niet vaak.

  1. Waarom een hele week?

Ze zagen het dan wel als een noodmaatregel, maar naar mijn idee kon deze noodsituatie nooit een week duren. Omdat ik gedurende die week boos was op de situatie en dit ook uitte, werd ik als niet betrouwbaar ingeschat en dachten ze dat ik op de afdeling ook wel weer makkelijk boos zou kunnen worden omdat ik onvoldoende zelfbeheersing toonde. Toch gaven ze hier wel impliciet toe dat dit anders had kunnen gaan en ze gaven me gelijk dat ik niet agressief naar mensen toe was (ik schopte wel boos tegen de deur en verzette me, maar dit was in reactie op de opsluiting).

Ze gaven ook toe dat het inderdaad een probleem is dat je in een vicieuze cirkel terecht komt, omdat je opgesloten wordt, wordt je boos en omdat je boos wordt blijf je opgesloten omdat ze je niet vertrouwen. De arts noemde nog dat ze me wel medicatie gaven om rustig te worden. Ik was op een gegeven moment dan ook wel flink gesedeerd en gaf het verzet min of meer op, maar het gevoel van machteloosheid, woedde en uitzichtloosheid bleef natuurlijk.

Ik ben blij dat ik het gesprek gehad heb. Het kan het leed niet ongedaan maken, maar ik heb in ieder geval mijn grieven hierover kunnen uiten bij de verantwoordelijke personen. Voor mijn gevoel heeft de separatie destijds de oorspronkelijke klachten enorm verergerd (hoewel de hoge dosis medicatie de klachten op een gegeven moment ook wel heel erg dempte en ik een soort zombie werd) en heeft het ook het vertrouwen in de hulpverleners geschaad. Gelukkig is het achter de rug en hoop ik het nooit meer mee te maken. Oprechte excuses ervoor heb ik helaas niet gehad (daar had ik wel op gehoopt), maar ik ben in ieder geval serieus genomen en heb ook het verhaal van hun kant gehoord.

Angstremmers: Ik word er Bang van

Op 17 november 2012 ontving ik de hieronder volgende ervaringen van Ralf Arends rondom het gebruik van de angstremmer Lorazepam. Lorazepam heeft eerder een rol gespeeld in een artikel rondom de ervaringen van Frederika (1). Ralf heeft in mei 2012 op deze site nog  het artikel geschreven met de titel ‘Zonder Medicatie een goede mentale Weerstand opbouwen tegen Psychotische Kwetsbaarheid‘ (2). Ik wil Ralf bedanken voor deze wederom waardevolle bijdrage.

Het is anderhalf jaar geleden dat ik voor het laatst een Lorazepam (angstremmer) slikte. Een halfvol doosje ligt nog steeds stof te vangen op de plank boven mijn aanrecht, maar het idee om er één te gebruiken bij een sporadische angststoornis staat me erger tegen dan de angstaanval zelf. Liever een kopje thee, een goede vriend als klankbord over de telefoon of een knuffel van mijn zus die altijd aardig genoeg is om me uit te leggen dat ik soms niet helemaal goed bij mijn hoofd ben zodat ik er zelf ook een beetje om kan lachen. Want daar trekt de bewolkte lucht weer van open en daar word ik rustig van.

Maar met Lorazepam kan het ook. Alleen die werkt anders. Veel beter zelfs… in eerste instantie. De eerste keer dat ik er eentje nam was ronduit hemels. Zoals ‘toevalligheden’ door clienten met psychosegevoeligheid vaak verkeerd geïnterpreteerd worden, gebeurde het zelfde met mij op een begrafenis. Een grafsteen met Ralf Verdonk erop ontspoorde me een beetje. Goed, de naam op de grafsteen was niet de mijne, en ook de datum van overlijden was weliswaar twee maanden voor mijn eerste psychose, maar het kwam allemaal redelijk in de buurt dus zagen mijn hersenen een uitgelezen kans om even goed de fantasie op deze betekenisloze feiten los te laten.

Lorazepam (afbeelding afkomstig van 3)

Ik rende tussen de cake en koffie door naar het toilet om het nieuwste cadeautje van mijn psychiater door het folie heen te drukken. Slok water en afwachten. Zelfs de placebowerking was overweldigend. Na één minuut kon ik de wereld weer aan, terwijl het pilletje nog niet eens de kans had gehad om zichzelf op te lossen in mijn maagzuur, laat staan dat de werkzame stof al in mijn bloed was opgenomen (dit gebeurt meestal een half uur later). Maar in mijn hoofd werkte het al prima.

Een half uur later was het helemaal raak. Alle losgedraaide tandwielen zaten weer op zijn plek, en het vastgelopen uurwerk in mijn bovenkamer liep weer gesmeerd. Waar maakte ik me druk om? Wat voelde het heerlijk om te kunnen relativeren zonder die bedrukkende angst. Deze was op de een of andere manier door de Lorazepam grondig mijn oren uit geveegd. “Ralf Verdonk? Ken ik niet. En tsja, er zullen in 2008 wel meer mensen overleden zijn. Mooie zwart-marmeren grafsteen overigens…” Wat ging het nadenken ineens allemaal weer makkelijk!

Twee dagen later ging het weer mis. Een dame op een reclamebord keek me wel heel indringend aan en ik kreeg een beetje een onprettig gevoel bij haar. Ergens wist ik dat ik niet hallucineerde en dat mijn angst en trauma me bespeelden. Ook wist ik dat ik het jaar ervoor (zonder Lorazepam) had geleerd om met steeds minder moeite over dit soort momenten heen te stappen. Maar ja, de pillen zaten in mijn zak. Ik had er nog 19 en dat was genoeg om nog 19 momentjes zoals deze te trotseren. “Ach, waarom ook niet. Het kan geen kwaad en ik ben ermee geholpen.”

Een week later had ik nog negen pillen over. Naast dat de wereld ineens binnen een week een stuk beangstigender was geworden dan het jaar ervoor, maakte ik me ook een beetje zorgen over het feit dat het doosje aardig leeg begon te raken. “Wacht eens even, van de zijkant bekeken lijken de lege plekjes op de medicijnstrip wel een beetje op boze oogjes, en het deukje in de strip lijkt wel een beetje op een mond met omlaag hangende mondhoeken. Tijd voor een pilletje!”

Het was aftellen. Dit kon niet veel langer goed gaan. Het was me van tevoren verteld dat ik de pillen moest gebruiken als laatste redmiddel maar dat treinstation was ik al in hoog tempo voorbij geraasd. Ik kon niet bij mijn psychiater aankloppen voor meer en ik ben blij dat ik dat ook nooit gedaan heb. Ik was verslaafd. Niets meer en niets minder. Maar het kwartje viel op tijd. De laatste vijf pillen zitten nog steeds in het doosje en ik durf ze eigenlijk niet meer aan te raken. Ze liggen daar prima zo. Ik heb vier verschrikkelijke dagen moeten doorstaan om af te kicken. Alles kwam terug, en ik heb moeten zwoegen om het vertrouwen in mijn eigen verstand terug te krijgen.

Lorazepam is voor mij een drug, en een vrij fatale ook. Ik zie het als het biertje dat niet uit gezelligheid gedronken wordt, maar om sociaal meer capabel te zijn, of de joint om even weg te zakken uit het dagelijks leven. Het maakt de realiteit niet prettiger, maar het doet mij eventjes de superman-cape om zodat ik er beter mee om kan gaan. Maar de cape moet ook weer af na vier uur, desnoods als ik lekker vlieg zodat ik extra hard op de grond lazer. Ik ben er bang voor.

Net als alle drugs heeft Lorazepam een vrij prettige en acute werking. Maar naast de werking op mijn hersenen, creëert het een psychische afhankelijkheid. De onterechte conclusie dat ik de realiteit niet aankan zonder deze pil, vreet zich bij mij langzaam een weg naar binnen en ik heb geleerd om alle andere mogelijkheden uit te putten voordat ik me eraan vergrijp.

Ik voel me erg stabiel en prettig zonder. Ik leef al ruime tijd zonder angstaanvallen.

VOETNOTEN
(1) https://psychoseanders.wordpress.com/2010/11/21/onverwerkte-rouw-in-psychose-inducerende-isoleercel-en-lorazepam/
(2) https://psychoseanders.wordpress.com/2012/05/20/zonder-medicatie-een-goede-mentale-weerstand-opbouwen-tegen-psychotische-kwetsbaarheid/
(3) http://www.gelderlander.nl/voorpagina/nijmegen/article8632683.ece

Heb ik nu een Randpsychose na al de Diagnoses die ik al gehad heb?

Op deze site zijn in de loop der jaren allerlei ervaringsverhalen verschenen. Het liefst presenteren we natuurlijk verhalen van mensen die er in zijn geslaagd los te komen van hun doemdiagnose en zich daarbij ook succesvol hebben weten los te weken van hun medicatie, tezamen met het liefdevol omarmen van de dieperliggende oorzaken.  Als hierbij dan ook nog eens volledig wordt ingezien hoe de psychose een noodrem is geweest om tot verandering te komen, dan likken we daarbij als het ware onze vingers bij af.

Maar zo gaat het natuurlijk niet altijd. Vaak is het een hele worsteling om vrij te komen van die psychiatrische diagnose, de angst voor een sluimerende psychose en de onzekerheid over wie je nu werkelijk bent, gekoppeld met de weerstand om je eigen levensproblemen en zwakheden onder ogen te durven komen.

Foto  gemaakt door Poolse fotograaf Wictor Bubniak

Hieronder volgt het relaas van Berend die zo schrijft over zijn ervaringen, waarbij hij allerlei diagnoses heeft zien passeren sinds zijn eerste kennismaking met de psychiatrie in 2011, en daardoor eigenlijk ook allemaal niet meer weet wat hij nog moet geloven van al die hulpverleners met hun ‘analyses’ en diagnoses. Ik zou lezers willen aansporen mee te denken door reacties te plaatsen die van hulp kunnen zijn voor Berend.

Hierbij mijn verhaal. Ik zal het zo kort mogelijk proberen te vertellen en ik hoop dat iemand mij kan zeggen onder  welke noemer ik val, gezien jullie eigen ervaringen. Ik heb inmiddels genoeg etiketten gekregen van de  hulpverlening, maar hecht meer waarde aan ervaringsdeskundigen,zoals jullie.

ik ben Berend [pseudoniem], 40 jaar, getrouwd,2 kinderen en een ex-alcoholist, inmiddels na 20 jaar dagelijks drinken,een jaar clean op eigen kracht. Ik heb eigenlijk vanaf mijn jeugd (12 jaar) een sombere inslag en het gevoel dat ik een buitenbeentje ben, maar ik leefde wel 40 jaar lang, tot…. 19 augustus 2011.

Ik was toen aan het werk, en plots gebeurde het, en dit is heel belangrijk voor mij om te horen of iemand dit herkent en een naam kan geven: ik werd niet goed in mijn hoofd, en ik voelde alsof ik flauw zou vallen, alsof iemand anders in mijn lichaam ging. Ik heb dat nooit eerder gehad. Ook heb ik nooit eerder last gehad van paniekaanvallen of hyperventilatie of iets dergelijks.

Het ging  maar niet over en ben toen naar het ziekenhuis gegaan,want collega’s zagen dat het niet goed was. Ze konden niks vinden. De eerste diagnose was een depressie met angststoornis. Ik nam het klakkeloos aan.  Drie maanden kon ik geen tv kijken; ik kon niet lezen en ging ook niet alleen naar buiten. Ik was helemaal ontregeld en ging toen aan de antidepressiva en diazepam.

Ik knapte iets op, maar ik was mezelf helemaal kwijt. Ik kreeg gevoelens van ontreddering, en wanhoop. Ik werd  ziel- en gevoelloos, alsof ik al dood was, met daarbij angsten. Wat vooral erg was, was dat ik het contact met de realiteit kwijt was en dit is tot op heden nog steeds zo.

Ik heb erg depressieve gevoelens, met dagelijks suïcidale neigingen, ondanks 4 soorten antidepressiva (mirtazipine,citalopram,prozac en serequel).Het lijkt alsof ik totaal geen controle meer over mijn gedachten heb. Ik heb het idee  alsof ze erin gestopt worden maar bovenal dat onwerkelijke gevoel: de realiteit die weg is. Zowel het contact met  de buitenwereld als het contact met mijn lichaam/geest is weg. Ik kan mezelf maar niet terugvinden. Ik ben vijf weken opgenomen geweest op de gesloten afdeling bij de plaatselijke GGz wegens suïcidale neigingen.

Ik heb inmiddels al tig psychiaters etc. gezien. De één spreekt over een depressie, een andere over een angst-
stoornis, dan weer borderline,of burn-out. Inmiddels ben ik onder behandeling bij het spitsteam van ggz, wat een soort crisisdienst is, maar dan ambulant. Pas weer een nieuwe psychiater en deze vertelt me dat ik op het randje van een psychose verkeer, oftewel een randpsychose.

Ik kreeg weer nieuwe medicatie (Risperdal dit keer),  waar ik net mee begonnen ben. Ik hoop dat iemand mijn klachten herkent en als je ze nog nader toegelicht wilt krijgen, dan kan dat, graag zelfs. Mijn vraag is dus eigenlijk aan jullie, de mensen met ervaring, is dit inderdaad een randpsychose? Ik heb geen  hallucinaties, of stemmen (weliswaar dwingende gedachtes, maar om dat nou stemmen te noemen?). Ook heb ik geen wanen.

Wel ben ik extreem achterdochtig naar hulpverlening en naasten. Ik ben me ervan bewust dat ik niet normaal ben, en heb dus wel zeker ziektebesef. Ik hoop dat er mensen zijn die mij kunnen helpen, danwel met hun eigen ervaringen of via tips.

Alvast harstikke bedankt,

Berend.